Waarom liet God toe dat Adam en Eva in zonde vielen?

Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Aan de ene kant is de Bijbel er heel duidelijk over dat God volmaakt goed en heilig is (zie bijvoorbeeld Lucas 18:19 en Jesaja 6:3) en dat we Hem nooit zonde kunnen toeschrijven (Jakobus 1:13). Maar aan de andere kant belijden we dat God almachtig is en alwetend, ook wat de dingen betreft die in de toekomst zullen gebeuren. Dus, als God vanaf het begin wist dat Adam en Eva zouden zondigen, waarom hield Hij hen dan niet tegen toen Hij dat kon? Waarom stond Hij toe dat Adam en Eva zondigden? Maakt dat God niet op de een of andere manier schuldig aan hun zonde? Laten we, voordat we deze vraag beantwoorden, eerst eens kijken naar twee onjuiste antwoorden die christenen vaak geven.

Vaak voorkomende foute antwoorden

Het eerste onjuiste antwoord is dat God niet wist dat Adam en Eva zouden zondigen, en dat we Hem daarom niet de schuld kunnen geven van hun daden. Dit antwoord is echter duidelijk onjuist: de Bijbel leert ons dat God alles weet (1 Johannes 3:20), inclusief al onze gedachten (Psalm 139:1-2; Hebreeën 4:13) en alle dingen die in de toekomst zullen gebeuren en zouden kunnen gebeuren (Psalm 139:16; Jesaja 42:9; 46:9-10). Dit betekent dat toen God de boom van de kennis van goed en kwaad in de tuin plaatste en Adam en Eva vertelde dat ze niet van de vrucht ervan mochten eten (Genesis 2:9), God al wist dat Adam en Eva later deze zonde zouden begaan (Genesis 3:6). Bovendien wist God ook dat hun ongehoorzaamheid zonde en dood in de wereld zou brengen (Romeinen 5:12).

Het tweede onjuiste antwoord is dat, hoewel God wist dat ze zouden zondigen, Hij dat niet kon verhinderen. Dit antwoord is ook duidelijk onjuist: de Bijbel leert ons dat God de zonde kan stoppen als Hij dat wil (Genesis 20:6; 1 Samuël 25:34).

Er zijn christenen die het volgende filosofische argument gebruiken: “God wil niet dat we robots zijn; Hij wil dat we echt van Hem houden. Daarvoor hebben we een vrije wil nodig. Maar door die vrije wil zijn we ook in staat zijn om tegen God te zondigen en Hem af te wijzen”. We zien al snel het probleem van dit argument als we nadenken over het toekomstige leven in de hemel en in Gods nieuwe wereld.

Zullen christenen in de nieuwe schepping God echt liefhebben? Ja! (Openbaring 2:4-7)
Zullen christenen in de nieuwe schepping tot zonde in staat zijn? Nee! (Openbaring 22:14-15).
Zullen we in de nieuwe schepping robots zijn? Nee! (Openbaring 22:17)

Het is dus mogelijk om God echt lief te hebben zonder een keuze te hebben voor de zonde. En als God daarvoor kan zorgen in de nieuwe schepping, dan is er geen reden waarom Hij de oorspronkelijke schepping niet op dezelfde manier had kunnen maken als Hij dat gewild had.

Terug naar onze vraag

Laten we nog even samenvatten: God wist dat Adam en Eva zouden zondigen; en God stond toe dat ze zondigden hoewel Hij hen had kunnen tegenhouden. Dus keren we terug naar onze oorspronkelijke vraag: “Waarom stond God toe dat Adam en Eva in zonde vielen?” Het antwoord wordt duidelijk als we ons het doel van de hele schepping herinneren: de heerlijkheid van God (Romeinen 11:36; 1 Korintiërs 10:31; Openbaring 4:11) door Zijn Zoon, de Heer Jezus Christus (Romeinen 16:7; Filippenzen 2:11; Judas 25).

Hoe heeft de zonde van Adam en Eva er uiteindelijk toe geleid dat God werd verheerlijkt door de Heer Jezus Christus? Toen God de boom van de kennis van goed en kwaad in de tuin plaatste, keek Hij vooruit door de tijd heen en zag Hij niet alleen de zonde van Adam en Eva, maar ook de dag waarop Hij Zijn enige Zoon zou sturen om voor onze zonden gekruisigd te worden (1 Petrus 2:24). Zo zou Hij de schepping verheffen tot een nieuwe heerlijkheid, nog groter dan die God in het begin samen met de Heer Jezus schiep (Romeinen 8:21; Openbaring 21:1-4).

Bovendien bewees God door Jezus te sturen dat Hij trouw is aan de heilsbeloften die Hij persoonlijk deed aan Adam en Eva in de hof van Eden (Genesis 3:15; 20-21).

Gods plannen waren groter

Als God Adam en Eva ervan had weerhouden te zondigen, dan hadden ze misschien nog lang en gelukkig in de tuin geleefd, en Hem aanbeden als de machtige en vrijgevige Schepper van het heelal (Openbaring 4:11). Maar Gods plannen waren groter dan dit. Door toe te staan dat Adam en Eva zondigden, kon God uiteindelijk Zijn heerlijkheid op een nog grotere manier laten zien. Vandaag de dag kennen we God als Degene die de wereld zo liefhad dat Hij Zijn enige Zoon gaf om voor ons te sterven (Johannes 3:16).

God hield de zonde van Adam en Eva niet tegen, maar liet deze juist toe en kwam vervolgens om ons te redden. Daarom zal Hij tot in alle eeuwigheid gekend, geprezen en verheerlijkt worden, niet alleen als de Schepper, maar ook als de rechtvaardige Rechter van slechte mensen (Openbaring 19:1-4) en de Redder van berouwvolle zondaars (Openbaring 7:10). Hij is een Verlosser die zo barmhartig is dat Hij uit vrije wil heeft geleden om zelfs Zijn vijanden te verlossen (Romeinen 5:8) – door zelfs Zijn eigen bloed te vergieten om hen te kunnen vergeven (Handelingen 20:28).

📁 ,
Waarom liet God toe dat Adam en Eva in zonde vielen?

Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Aan de ene kant is de Bijbel er heel duidelijk over dat God volmaakt goed en heilig is (zie bijvoorbeeld Lucas 18:19 en Jesaja 6:3) en dat we Hem nooit zonde kunnen toeschrijven (Jakobus 1:13). Maar aan de andere kant belijden we dat God almachtig is en alwetend, ook wat de dingen betreft die in de toekomst zullen gebeuren. Dus, als God vanaf het begin wist dat Adam en Eva zouden zondigen, waarom hield Hij hen dan niet tegen toen Hij dat kon? Waarom stond Hij toe dat Adam en Eva zondigden? Maakt dat God niet op de een of andere manier schuldig aan hun zonde? Laten we, voordat we deze vraag beantwoorden, eerst eens kijken naar twee onjuiste antwoorden die christenen vaak geven.

Vaak voorkomende foute antwoorden

Het eerste onjuiste antwoord is dat God niet wist dat Adam en Eva zouden zondigen, en dat we Hem daarom niet de schuld kunnen geven van hun daden. Dit antwoord is echter duidelijk onjuist: de Bijbel leert ons dat God alles weet (1 Johannes 3:20), inclusief al onze gedachten (Psalm 139:1-2; Hebreeën 4:13) en alle dingen die in de toekomst zullen gebeuren en zouden kunnen gebeuren (Psalm 139:16; Jesaja 42:9; 46:9-10). Dit betekent dat toen God de boom van de kennis van goed en kwaad in de tuin plaatste en Adam en Eva vertelde dat ze niet van de vrucht ervan mochten eten (Genesis 2:9), God al wist dat Adam en Eva later deze zonde zouden begaan (Genesis 3:6). Bovendien wist God ook dat hun ongehoorzaamheid zonde en dood in de wereld zou brengen (Romeinen 5:12).

Het tweede onjuiste antwoord is dat, hoewel God wist dat ze zouden zondigen, Hij dat niet kon verhinderen. Dit antwoord is ook duidelijk onjuist: de Bijbel leert ons dat God de zonde kan stoppen als Hij dat wil (Genesis 20:6; 1 Samuël 25:34).

Er zijn christenen die het volgende filosofische argument gebruiken: “God wil niet dat we robots zijn; Hij wil dat we echt van Hem houden. Daarvoor hebben we een vrije wil nodig. Maar door die vrije wil zijn we ook in staat zijn om tegen God te zondigen en Hem af te wijzen”. We zien al snel het probleem van dit argument als we nadenken over het toekomstige leven in de hemel en in Gods nieuwe wereld.

Zullen christenen in de nieuwe schepping God echt liefhebben? Ja! (Openbaring 2:4-7)
Zullen christenen in de nieuwe schepping tot zonde in staat zijn? Nee! (Openbaring 22:14-15).
Zullen we in de nieuwe schepping robots zijn? Nee! (Openbaring 22:17)

Het is dus mogelijk om God echt lief te hebben zonder een keuze te hebben voor de zonde. En als God daarvoor kan zorgen in de nieuwe schepping, dan is er geen reden waarom Hij de oorspronkelijke schepping niet op dezelfde manier had kunnen maken als Hij dat gewild had.

Terug naar onze vraag

Laten we nog even samenvatten: God wist dat Adam en Eva zouden zondigen; en God stond toe dat ze zondigden hoewel Hij hen had kunnen tegenhouden. Dus keren we terug naar onze oorspronkelijke vraag: “Waarom stond God toe dat Adam en Eva in zonde vielen?” Het antwoord wordt duidelijk als we ons het doel van de hele schepping herinneren: de heerlijkheid van God (Romeinen 11:36; 1 Korintiërs 10:31; Openbaring 4:11) door Zijn Zoon, de Heer Jezus Christus (Romeinen 16:7; Filippenzen 2:11; Judas 25).

Hoe heeft de zonde van Adam en Eva er uiteindelijk toe geleid dat God werd verheerlijkt door de Heer Jezus Christus? Toen God de boom van de kennis van goed en kwaad in de tuin plaatste, keek Hij vooruit door de tijd heen en zag Hij niet alleen de zonde van Adam en Eva, maar ook de dag waarop Hij Zijn enige Zoon zou sturen om voor onze zonden gekruisigd te worden (1 Petrus 2:24). Zo zou Hij de schepping verheffen tot een nieuwe heerlijkheid, nog groter dan die God in het begin samen met de Heer Jezus schiep (Romeinen 8:21; Openbaring 21:1-4).

Bovendien bewees God door Jezus te sturen dat Hij trouw is aan de heilsbeloften die Hij persoonlijk deed aan Adam en Eva in de hof van Eden (Genesis 3:15; 20-21).

Gods plannen waren groter

Als God Adam en Eva ervan had weerhouden te zondigen, dan hadden ze misschien nog lang en gelukkig in de tuin geleefd, en Hem aanbeden als de machtige en vrijgevige Schepper van het heelal (Openbaring 4:11). Maar Gods plannen waren groter dan dit. Door toe te staan dat Adam en Eva zondigden, kon God uiteindelijk Zijn heerlijkheid op een nog grotere manier laten zien. Vandaag de dag kennen we God als Degene die de wereld zo liefhad dat Hij Zijn enige Zoon gaf om voor ons te sterven (Johannes 3:16).

God hield de zonde van Adam en Eva niet tegen, maar liet deze juist toe en kwam vervolgens om ons te redden. Daarom zal Hij tot in alle eeuwigheid gekend, geprezen en verheerlijkt worden, niet alleen als de Schepper, maar ook als de rechtvaardige Rechter van slechte mensen (Openbaring 19:1-4) en de Redder van berouwvolle zondaars (Openbaring 7:10). Hij is een Verlosser die zo barmhartig is dat Hij uit vrije wil heeft geleden om zelfs Zijn vijanden te verlossen (Romeinen 5:8) – door zelfs Zijn eigen bloed te vergieten om hen te kunnen vergeven (Handelingen 20:28).

📁 ,