Hoe is de zonde de wereld binnengekomen?

Toen God de aarde schiep, was die volmaakt goed. Het eerste hoofdstuk van de Bijbel vertelt ons: “God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed” (Genesis 1:31). Het is echter duidelijk dat er vandaag de dag ook veel slechte dingen op aarde zijn. Om te begrijpen waar deze vandaan komen, moeten we teruggaan naar het allereerste begin van de wereldgeschiedenis.

Een bijzondere positie

In de eerste drie hoofdstukken van de Bijbel komen veel belangrijke onderwerpen aan de orde. In hoofdstuk 1 leren we dat God bestaat. Ook zien we dat Hij de soevereine Schepper van alle dingen is. Bovenal leren we dat Hij de mens naar Zijn beeld heeft geschapen (Genesis 1:26-27). In het kort betekent dit dat de mens anders is dan de rest van de schepping. Wij zijn morele en rationele wezens die God op aarde moeten vertegenwoordigen (Genesis 1:28; Efeziërs 4:24; Kolossenzen 3:10). Dit betekent ook dat wij een unieke relatie met God hebben die anders is dan die van dieren. Dit komt duidelijk tot uitdrukking in de Schrift. In Genesis 2 geeft God Adam een speciale opdracht:

De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onderhouden. En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven” (Genesis 2:15-17).

De waarschuwing laat niets aan duidelijkheid te wensen over: ongehoorzaamheid aan Gods bevel leidt tot de dood (zowel lichamelijk als geestelijk).

De slang

Dit zien we terug in hoofdstuk 3, waar de slang Eva, de vrouw van Adam, tot zonde verleidt. We weten uit de Schrift dat deze slang Satan of de Duivel was (Openbaring 12:9; 20:2; vgl. Johannes 8:44). De Bijbel beschrijft niet hoe de slang eruitzag, maar er is geen reden om aan te nemen dat hij er anders uitzag dan slangen vandaag de dag. Hoewel sommigen hebben geconcludeerd dat dit verslag zinnebeeldig of poëtisch is en niet gezien moet worden als letterlijke geschiedenis, moeten we het toch lezen als een letterlijk en historisch verslag.

Adam wordt bijvoorbeeld als een historische figuur beschouwd (Lucas 3:38; Romeinen 5:12-14). Als we de historiciteit van dit verslag ontkennen, trekken we de rest van de Schrift ook in twijfel. Hoewel het ons vreemd lijkt dat een slang op de een of andere manier met een mens zou kunnen communiceren, moeten we Gods Woord het voordeel van de twijfel geven. Verder weten we dat demonen, die gevallen engelen zijn (Satan is de leider van de gevallen engelen), in dieren kunnen leven (Marcus 5:9-13).

De zondeval

Hoe dan ook, in hoofdstuk 3 lezen we over de zondeval van de mensheid. De slang begint met twijfel te zaaien in Eva’s denken en God verkeerd te citeren (Genesis 3:1). Eva antwoordt door de slang te corrigeren. De slang ontkent dan Gods Woord ronduit en noemt Hem in feite een leugenaar: “Je zult zeker niet sterven!” (Genesis 3:4). De slang trekt daarmee Gods vrijgevigheid en zegen in twijfel, waardoor het lijkt alsof God de werkelijke kwaliteit en volheid van het leven voor de mens achterhoudt. De slang beweert dat als Eva van de vrucht eet, ze net als God zal zijn. De ironie hiervan is dat de mens geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God. Wat willen ze nog meer? Bovendien had God hen opgedragen om over de aarde te heersen, met inbegrip van de dieren (Genesis 1:28).

Maar nu heerst het dier (de slang) over de mens en heeft het een slechte invloed. Het lijkt erop dat de slang hen verleidde om te proberen aan God gelijk te worden, om Gods heerschappij omver te werpen en zelf de touwtjes in handen te nemen. Hoewel dit niet haalbaar is, is het precies wat de mens probeert door het bestaan van God te ontkennen en volgens zijn eigen regels te leven. Vervolgens merkte Eva op dat de verboden vrucht goed was om te eten, een lust voor het oog, en dat de boom best iemand wijs zou kunnen maken. Door haar vleselijke verlangens at ze van de vrucht en gaf die ook aan haar man (Adam), en hij at ervan (Genesis 3:6). Kortom, dit had hun geestelijke dood tot gevolg (zondige natuur en het gescheiden zijn van God; Genesis 3:8-13), en ook hun lichamelijke dood, hoewel die nog werd uitgesteld (Genesis 5:5).

De zonde

Het is belangrijk om in gedachten te houden dat er niets inherent zondig was aan het eten van fruit. Toen God de mens verbood om van een bepaalde vrucht te eten, werd het een vaste wet voor de mens om dit gebod te gehoorzamen. De ernst van deze zonde, zoals van alle zonde, is dat het tegen God en Zijn wet ingaat (Psalm 51:4; 1 Johannes 3:4).

De belofte van een Verlosser

Door Adams zonde werd de rest van de mensheid na hem geboren met een zondige natuur, die in strijd met God leeft (Psalm 51:5; Marcus 7:20-23; Romeinen 5:12; Efeziërs 2:1-3). God gaf Adam en Eva echter de belofte van een Verlosser, die het werk van Satan teniet zou doen (Genesis 3:15). Enkele duizenden jaren later werd deze belofte vervuld in Jezus Christus. In Kolossenzen 2 wordt ons bijvoorbeeld verteld dat Christus het werk van Satan door het kruis heeft verslagen en dat zij die door het geloof met Hem verenigd zijn, leven in Hem hebben (Kolossenzen 2:6-15; vgl. Romeinen 6:23).

Samenvatting

Het kwaad en de zonde kwamen dus de wereld binnen doordat de eerste mensen door Satan tot zonde werden verleid, en sindsdien worden alle mensen in deze wereld geboren als zondige schepselen die onder Gods rechtvaardige oordeel staan. Ze hebben een Verlosser nodig en deze Verlosser is Jezus Christus, die volmaakt gehoorzaamde aan Gods wil en onze zonde en straf droeg aan het kruis. Hij stond zegevierend op uit het graf en overwon zonde en dood. Iedereen die berouw heeft van zijn/haar zonden en alleen op Christus vertrouwt voor verlossing, zal gered worden!

Met dank aan GospelImages voor de prachtige afbeelding.

Deel artikel