“Begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.” (Galaten 3:7)
Paulus is nog steeds bezig om zijn lezers ervan te overtuigen dat ze hun redding of heiliging niet zelf kunnen verdienen door zich aan oudtestamentische wetten te houden. Hij heeft hiervoor al verschillende argumenten aangevoerd. Nu noemt hij een historisch voorbeeld: Abraham.
Veel Joden waren er trots op dat ze van Abraham afstamden. Ze meenden daardoor een streepje voor te hebben bij de Heere God. Maar Paulus zegt dat je niet door fysieke afstamming, maar door geloof in God een “kind van Abraham” kunt zijn. Want al in het eerste Bijbelboek lezen we hoe Abraham op God vertrouwde en dat geloofsvertrouwen hem als rechtvaardigheid werd toegerekend (Genesis 15:6). Paulus’ nadruk op geloof is dus niets nieuws. Dit principe geldt al zolang God met mensen omgaat. Ook lang geleden werden mensen al gered door geloof in plaats van gehoorzaamheid aan wetten.
Door de geschiedenis heen heeft Gods reddingsplan zich ontvouwd. De Heere Jezus is op aarde gekomen om dat plan te vervullen. Maar Hij bracht geen nieuwe godsdienst. De kern is door al die eeuwen hetzelfde gebleven en geldt voor iedereen, ongeacht zijn fysieke afkomst: we kunnen alleen een herstelde relatie met God hebben door geloof, niet door eigen inspanning. Dat gold al voor Abraham, en dat geldt nog steeds voor jou! Hoe is het voor jou als al je eigen inbreng uit handen wordt geslagen?

