“Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.” (Mattheüs 10:16)
Jezus stuurde Zijn leerlingen op pad om te vertellen dat Gods Koninkrijk dichtbij was. Dat was goed nieuws! Maar niet iedereen zou die boodschap positief ontvangen. Jezus wist dat er ook tegenstand zou zijn. Hij waarschuwde Zijn leerlingen dat ze opgepakt en mishandeld zouden worden en dat ze zich zouden moeten verantwoorden voor gouverneurs, koningen en rechters. Hun opdracht was gevaarlijk — net als het gevaarlijk is voor een schaap om zich in een kudde wolven te begeven.
Jezus verzekerde de leerlingen dat Zijn Geest bij hen zou zijn en hen de juiste woorden zou geven in moeilijke situaties (zie Mattheüs 10:19-20). Maar Hij spoorde hen ook aan om zo bedachtzaam en scherpzinnig te zijn als een slang en tegelijk zo oprecht en argeloos als een duif. Beide karaktertrekken zijn tegelijk nodig — ook nu nog. Gelovigen moeten de valstrikken van de vijand doorzien, maar ze mogen nooit sluw of kwaaddenkend zijn. Dan zouden ze immers lijken op Gods grote tegenstanders, de satan, die zich ook als een slang vermomde. Daarom moeten ze schranderheid combineren met oprechtheid en argeloosheid.
Ben jij van nature meer een slang of een duif? Bid God om wijsheid om te onderscheiden wat in welke situatie nodig is, en hoe je beide kunt combineren!

