“Paulus … en al de broeders die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: genade zij u en vrede van God” (Galaten 1:1-2)
Paulus was een zendeling die het Evangelie verkondigde aan mensen die het nog niet eerder hadden gehoord. Door heel het Romeinse Rijk kwamen mensen tot geloof en stichtten nieuwe gemeenten. In zijn ‘brief aan de Galaten’ richt Paulus zich tot een groep van zulke gemeenten. Hij heeft gehoord hoe ze beïnvloed worden door dwaalleraren en is erg bezorgd over dat nieuws. Daarom schrijft hij hun een brief om hen terecht te wijzen en hen gedegen onderwijs te geven.
Maar voordat hij problemen gaat behandelen, groet hij hen hartelijk, samen met “al de broeders die bij mij zijn”. Deze mensen hebben de Galaten misschien niet eens persoonlijk gekend, maar ze zijn met elkaar verbonden door hun gemeenschappelijk geloof in Jezus Christus. Ze maken deel uit van Gods gezin, en zijn daarom ‘broeders en zusters’, geïnteresseerd in elkaars geestelijk welzijn.
Deze brief kenmerkt zich duidelijk door christelijke broederliefde. De toon is niet altijd aangenaam; Paulus noemt zijn lezers zelfs ‘dwaas’! Maar zijn bedoeling is om hen terug te brengen op het juiste spoor – het enige spoor dat leidt tot ‘genade en vrede van God’.
Ken jij christenen die geïnteresseerd zijn in jouw geestelijk welzijn?

