Ruth zorgt voor Naomi

Ruth, de Moabitische, zei tegen Naomi: Laat mij toch naar de akker gaan en aren rapen achter hem in wiens ogen ik  genade zal vinden. (Ruth 2:2)

De jonge energieke Ruth verlangt ernaar om de kost voor Naomi en haarzelf te verdienen. 

Buiten de muren van Bethlehem lagen op de heuvels de terrasvormige akkers van verschillende grondbezitters. 

Op de akkers waar geoogst werd, bleven de korenaren die op grond vielen, liggen. Deze waren bestemd voor de armen. (Deuteronomium 24:19-21)

Ruth ging naar een van die akkers om aren te rapen en kwam op de akker van Boaz terecht.  

Boaz was een man van rijkdom en aanzien uit de familie van Elimelech.

Terwijl Ruth bezig was om aren te verzamelen, kwam Boaz uit Bethlehem, en zei tegen de maaiers: ‘De HEERE zij met u! ‘En zij zeiden: ’De HEERE zegene u!’ 

Daarna vroeg Boaz aan de knecht die over de maaiers gesteld was: Bij wie hoort deze jonge vrouw?

Hij antwoordde: Dat is de jonge Moabitische vrouw, die met Naomi is teruggekeerd uit het land Moab.

Zij heeft gevraagd of ze aren mocht verzamelen tussen de schoven, achter de maaiers. Ze is al vanaf vanmorgen vroeg bezig, en heeft nog weinig rust genomen.

Welke eigenschappen van Ruth vallen op in dit verhaal? 

En welke indruk krijg je van Boaz?

📁 ,
Ruth zorgt voor Naomi

Ruth, de Moabitische, zei tegen Naomi: Laat mij toch naar de akker gaan en aren rapen achter hem in wiens ogen ik  genade zal vinden. (Ruth 2:2)

De jonge energieke Ruth verlangt ernaar om de kost voor Naomi en haarzelf te verdienen. 

Buiten de muren van Bethlehem lagen op de heuvels de terrasvormige akkers van verschillende grondbezitters. 

Op de akkers waar geoogst werd, bleven de korenaren die op grond vielen, liggen. Deze waren bestemd voor de armen. (Deuteronomium 24:19-21)

Ruth ging naar een van die akkers om aren te rapen en kwam op de akker van Boaz terecht.  

Boaz was een man van rijkdom en aanzien uit de familie van Elimelech.

Terwijl Ruth bezig was om aren te verzamelen, kwam Boaz uit Bethlehem, en zei tegen de maaiers: ‘De HEERE zij met u! ‘En zij zeiden: ’De HEERE zegene u!’ 

Daarna vroeg Boaz aan de knecht die over de maaiers gesteld was: Bij wie hoort deze jonge vrouw?

Hij antwoordde: Dat is de jonge Moabitische vrouw, die met Naomi is teruggekeerd uit het land Moab.

Zij heeft gevraagd of ze aren mocht verzamelen tussen de schoven, achter de maaiers. Ze is al vanaf vanmorgen vroeg bezig, en heeft nog weinig rust genomen.

Welke eigenschappen van Ruth vallen op in dit verhaal? 

En welke indruk krijg je van Boaz?

📁 ,