Toen zij dan de maaltijd gebruikt hadden, zei Jezus tegen Simon Petrus: “Simon, zoon van Jona, hebt u Mij meer lief dan dezen?” (Johannes 21:15a)
Uitgerust en verzadigd na de eenvoudige maaltijd van brood en vis, zaten Jezus en de discipelen rondom het vuur.
Dan kijkt Jezus Petrus aan, en stelt hem een persoonlijke vraag. Simon, zoon van Jona, houd jij meer van Mij dan de anderen?
Allerlei gedachten gingen door Petrus heen. Hij besefte dat Jezus deze vraag met een bedoeling aan hem stelde.
In de nacht waarin Hij verraden werd, zei Jezus tegen Zijn discipelen: U zult in deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen zullen uiteengedreven worden. (Markus 14:27)
Toen had Petrus gezegd: Zelfs al zouden allen zich voor U schamen, ik nooit!
Hoe anders is het gegaan.
In Marcus 14:66 komen we Petrus weer tegen, in de donkerste nacht van zijn leven. Driemaal had hij zijn Meester verloochend. Overstelpt door verdriet was hij naar buiten gegaan en huilde bittere tranen van berouw.
Jezus weet van de zware last, die Petrus met zich meedraagt.
Hij komt erop terug. Niet met verwijten, integendeel, Hij vraagt naar de liefde van Petrus.
Vandaag vraagt Jezus ook aan u; Heeft u Mij lief?

