Het doopritueel zelf redt ons niet. God redt ons door genade door geloof. Maar de doop is wel nauw verbonden met redding, omdat het er een beeld van is. In 1 Petrus 3:21 lezen we over de doop als tegenbeeld van het water van de grote vloed in Noachs tijd: “De doop behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus.”
De doop zelf brengt geen redding
Dit vers kan gemakkelijk de gedachte oproepen dat de doop zelf redding brengt. Maar hier zijn twee punten die die opvatting bestrijden.
- Ten eerste is er de vergelijking met de zondvloed in de tijd van Noach. De vloed zelf redde Noach niet. Juist omgekeerd, de vloed doodde veel mensen. Noach werd alleen gered omdat hij tijdens de vloed in de ark was. Op dezelfde manier redt de doop ons niet als die niet samengaat met geloof.
- Ten tweede toont Petrus ons dat de doop als uiterlijk symbool niets betekent als het niet samengaat met een innerlijke overtuiging. Want niet het “verwijderen van het vuil van het lichaam”, zoals bij het nemen van een bad, maakt de doop effectief, maar een “vraag aan God van een goed geweten”. De exacte betekenis en correcte vertaling van deze zin is uitgebreid bediscussieerd. Maar het is wel duidelijk dat dit wijst op een geestelijke realiteit die samengaat met de doop en dat het dus niet de ceremonie op zichzelf is die ons redt.
Nieuw leven door Christus
De beste manier om te begrijpen wat de uitdrukking over de “vraag aan God van een goed geweten” betekent, kan zijn ‘een vraag (of sterk verlangen) om een goed geweten te verkrijgen in relatie met God’. Dus de doop gaat samen met het zoeken van God en het vertrouwen op Hem om vergeving van zonden te ontvangen en zodoende een goed, schoon geweten te krijgen. Aan het slot van het tekstvers wordt omschreven dat dit alles alleen mogelijk is “door de opstanding van Jezus Christus”. Alleen omdat Hij de dood heeft overwonnen en nu voor eeuwig leeft, kunnen wij een nieuw leven ontvangen in de kracht van de Heilige Geest (zie ook Romeinen 6:4). Kolossenzen 2:12 zegt daarover: “U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.”
Net als de lezers van Petrus’ brief, worden ook wij opgeroepen om te vertrouwen op de opgestane Christus en zo een nieuw, schoon leven te ontvangen, waarin wij in staat zullen zijn om Hem te gehoorzamen. De doop is daar een beeld van en tegelijk is het Gods garantie aan ons, dat Hij dat aan ons wil geven.

