“Hoor, onze God, dat wij een voorwerp van verachting zijn en doe hun smaad terugkeren op hun eigen hoofd.” (Nehemia 4:4)
Zodra de herbouw van de stadsmuren vorm begon te krijgen, verschenen Sanballat en Tobia weer op het toneel. Eerder al lazen we dat zij zich vijandig opstelden tegenover Nehemia’s plannen. Beter gezegd; ze stonden vijandig tegenover de Joden in het algemeen.
Nehemia had de toestemming en steun van koning Artaxerxes. Daar konden Sanballat en Tobia zo snel niets aan veranderen. Daarom probeerden ze een andere tactiek. Ze bespotten “die zwakke Joden” ten overstaan van zo veel mogelijk mensen. Met neerbuigende opmerkingen probeerden ze het moreel van de Joden te breken en hen belachelijk te maken.
Eén van de redenen voor de herbouw was nou juist geweest om “niet langer een voorwerp van smaad te zijn” (Nehemia 2:17). Nehemia vatte de spottende woorden van Sanballat en Tobia dan ook op als een serieuze aanval. Hij riep God om hulp in deze situatie.
Bespot en veracht worden hakt er stevig in. In de ene cultuur wordt hier nog meer gewicht aan gegeven dan in de andere. Ben jij hier onlangs nog mee geconfronteerd? Wat deed dat met jou? En hoe heb je gereageerd? Hoe kun je een voorbeeld nemen aan Nehemia?

