“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.” (Hebreeën 13:14)
De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel eindigt met een blik op de toekomst. We geloven en belijden dat deze wereld slechts een voorbijgaande fase is, en dat daarna een nieuwe wereld komt. Daarom mogen we leven in de vreugdevolle verwachting van dat nieuwe leven.
De Bijbel vertelt ons ook hoe die nieuwe wereld eruit zal zien. Eerst en vooral is het een leven bij God. God en mens zullen daar samen wonen. Gods licht zal daar zo helder schijnen, dat het nooit meer nacht is. In Zijn aanwezigheid is geen plaats voor onreinheid en kwaad. Die zullen dus niet meer bestaan in de nieuwe wereld. Daardoor is er ook geen “rouw, jammerklacht of moeite” meer. Er is ook geen dood. Het nieuwe leven bij God is eeuwig, eindeloos.
Dit perspectief kleurt het leven op aarde. “Daarom verliezen wij de moed niet,” schrijft Paulus in 2 Korinthe 4:16. Zelfs de verdrukking en vervolging die hij nu ervaart, zijn maar “van korte duur” en onbelangrijk in het licht van Gods heerlijke toekomst. De hoop op de nieuwe wereld helpt Paulus vol te houden en vreugde te vinden in God.
Deel jij het perspectief van Paulus en van al die andere gelovigen door de eeuwen heen? Wat geeft jou hoop, waar kijk jij vol verwachting naar uit?

