Wie was verantwoordelijk voor Jezus’ dood?

“Pilatus […] waste zijn handen voor de ogen van de menigte en zei: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige. U moet maar zien. En heel het volk antwoordde en zei: Laat Zijn bloed maar komen over ons en over onze kinderen!” (Mattheüs 27:24-25)

Stadhouder Pilatus liet Jezus kruisigen, maar hij voelde zelf haarfijn aan dat deze veroordeling onrechtvaardig was. Om aan de verantwoordelijkheid te ontsnappen, greep hij terug op een Joodse gewoonte. Hij waste zijn handen als teken van onschuld. Uiteraard was dit symbool nooit zo bedoeld. Als rechter was Pilatus wel degelijk verantwoordelijk voor het vonnis dat hij uitsprak.
De toegestroomde menigte, die luidkeels had geëist dat Jezus gekruisigd moest worden, was echter graag bereid de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Ze gebruikten daarvoor ook een Joodse uitdrukking. Als iemand schuldig was aan de dood van een ander, zei men dat de dader ‘het bloed van het slachtoffer op zijn hoofd had’. Het volk nam dus de volle verantwoordelijkheid voor de dood van Jezus op zich.

Opnieuw een vreselijk verhaal. Maar ook hier schittert Gods genade. Want 50 dagen na Pasen waren er weer veel Joden in Jeruzalem voor het Pinksterfeest. Petrus vertelde hen: “Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.” (Handelingen 2:36) Die boodschap sloeg in als een bom. Velen erkenden hun schuld en toonden berouw. En ze ontvingen vergeving! Jezus’ bloed veroordeelde hen niet langer, maar waste hun hart schoon van hun zonden.
Voel jij je schuldig tegenover God voor zonden die jij gedaan hebt? Hoe ga je daar mee om?

Deel artikel