De Farizeeën hebben van oudsher een ‘slechte naam’. Zelfs mensen die weinig of geen kennis van de Bijbel hebben, lijken de Farizeeën te herkennen als Jezus’ ‘vijanden’ die alles verkeerd deden. Wie waren zij eigenlijk? Hadden zij de Bijbel volledig verkeerd begrepen? Waren zij verantwoordelijk voor Jezus’ dood…? En bestaan zij nog steeds?
Een korte historische achtergrond – met enkele interessante feitjes!
De Farizeeën (in het Hebreeuws: Peroeshiem of Chaveriem) verschenen voor het eerst als een aparte groep in Judea vanaf het einde van de tweede eeuw v.Chr. Deze periode wordt niet behandeld in het Oude Testament en daardoor weten christenen die de Bijbel lezen meestal niet wie de Farizeeën waren. Hun naam betekent ‘degenen die zich afscheiden’ (van onreine personen of dingen) en aan hen kan de oprichting van een nationaal onderwijssysteem in Judea worden toegeschreven, met religieuze scholen die bekend stonden als synagogen. In de tijd van Jezus hadden de Farizeeën minder macht dan een andere groep, de Sadduceeën, die de macht hadden in het Sanhedrin. Maar de Farizeeën genoten veel meer steun onder het Joodse volk, en voor 21e-eeuwse lezers is het wellicht interessant om te weten dat de beweging vooral populair was bij de vrouwelijke helft van de Joodse bevolking (ook al waren de Farizeeën zelf ‘uiteraard’ mannelijke rabbijnen). En er was niet slechts één ‘soort’ Farizeeën. Ze kunnen opgedeeld worden in wat in een christelijke setting bekend zou staan als ‘denominaties’.
Waarom had Jezus een hekel aan de Farizeeën?
Dit zou eigenlijk niet het kopje van deze alinea moeten zijn, maar laten we deze vraag eerst tackelen voordat we verdergaan met andere zaken: Jezus had geen hekel aan de Farizeeën. Want als dat wel het geval geweest was, dan had Hij van hen moeten houden – herinner je je Lucas 6:27-28 nog? Hij maakte bijvoorbeeld graag tijd vrij – midden in de nacht nog wel – voor een gesprek met de Farizeeër Nicodemus (zie Johannes 3:1-21). Maar Hij noemde hen volgens Matteüs wel meer dan twaalf keer ‘huichelaars’. Waarom was dat dan?
- De Farizeeën beweerden zich aan de leer van Mozes te houden, maar toen de beloofde Messias voor hun neus stond, weigerden ze Hem te erkennen (Matteüs 16:4 en elk vers waarin ze probeerden Hem in diskrediet te brengen).
- Ze hadden hun eigen regels en voorschriften opgesteld die voor hen belangrijker waren dan Gods Woord (Matteüs 23:4).
- Ze hadden zelfs een reeks ‘wettelijke spitsvondigheden’ bedacht waarmee ze Gods wil konden vermijden (Marcus 7:7-13, Matteüs 15:6; 23:13-14).
- Gods voorschriften kunnen soms streng zijn, maar de Farizeeën legden de mensen nog strengere regels op (Matteüs 23:23; een ander voorbeeld is hun interpretatie van de Sabbatsvoorschriften, met name het genezen van mensen op de Sabbat, wat God nooit (!) heeft verboden).
- Ze waren meer uit op de bewondering van mensen dan op de goedkeuring van God (Matteüs 6:2 en 5; 23:5).
Er valt nog wel meer over het bovenstaande te zeggen, maar dit is de kritiek van Jezus in een notendop.
Waarom hebben wij een hekel aan Farizeeën?
Tegenwoordig gebruiken mensen het woord ‘farizeeër’ vaak als scheldwoord of een manier om anderen te bekritiseren. De meeste mensen zien Farizeeën als volgers van strikte regels, en omdat ze zelf een hekel hebben aan regels, gaan ze ervan uit dat de Farizeeën het duidelijk verkeerd begrepen hadden.
Maar het zit eigenlijk zo: de Farizeeën hielden zich vooral strikt aan hun eigen, menselijke regels. Sterker nog, ze vonden vaak manieren om Gods geboden te omzeilen als dat hen goed uitkwam. En is dat niet precies wat veel mensen tegenwoordig doen: hun eigen normen opstellen en daarbij negeren wat God werkelijk zegt? In die zin hebben mensen misschien meer gemeen met de Farizeeën dan ze doorhebben.
Het is goed om hier eens over na te denken — vooral omdat Jezus de Farizeeën “adderengebroed” noemde (Mattheüs 3:7;12:34; 23:33). Het conflict tussen Jezus en de Farizeeën ging niet over Gods wet, maar over de extra regels die de Farizeeën hadden opgesteld — regels die we niet in de Bijbel aantreffen. Hij beschuldigde er hen letterlijk van “op de stoel van Mozes te zitten” (Mattheüs 23:2), wat soms resulteerde in ‘zwaardere lasten’ en soms in versoepelingen, maar in alle gevallen: niet volgens Gods voorschriften. Daarom zouden we ons misschien een beetje ongemakkelijk moeten voelen als we gaan beseffen hoeveel we op hen lijken.
Wacht eens even – hoe zijn we de Farizeeën verkeerd gaan begrijpen?
De Farizeeën waren dus populair bij het volk – veel populairder dan de Sadduceeën – en hadden manieren om Gods wil te verdraaien? Hoe moeten we dan het feit interpreteren dat Jezus hen berispte, in plaats van met hen mee te gaan? Veel mensen lijken immers te denken dat Jezus kwam om de wetten van Zijn Vader te versoepelen.
Jezus droeg ons op: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Matteüs 22:37-40, Marcus 12:30-31, Lucas 10:27). Het is duidelijk dat liefde voor God niet inhoudt dat we Zijn regels proberen te omzeilen
Jezus heeft nooit kritiek geuit op de oorspronkelijke uitgangspunten van de Farizeeën: de Wet van Mozes. Waarom zou Hij ook? De Wet was door God Zelf aan Mozes gegeven, en aangezien Jezus deel uitmaakt van de Drie-eenheid, is de Wet van Mozes ook Zijn Wet. Hij was niet gekomen om die af te schaffen; Hij heeft die vervuld, en het heeft geen zin iets te vervullen als je het eerst afschaft. Het meningsverschil tussen Jezus en de Farizeeën ging daarom niet over de Wet van Mozes.
Is dit ‘van belang’ voor christenen? Ja, dat is het zeker, als we onze mening over de Farizeeën laten bepalen hoe we denken over het ‘naleven van Gods Woord’. Gebruik je eenzijdige (21e-eeuwse) mening over de Farizeeën niet als excuus om Gods wil aan je laars te lappen!
De bijdrage van de Farizeeën aan het jodendom
Twee rabbijnen (= leraren), rabbi Shammai en rabbi Hillel, die in de eeuw vóór de geboorte van Jezus leefden, hadden de scholen van Shammai en Hillel opgericht om hun eigen visie op de wet van Mozes te introduceren.
Rabbi Shammai legde veel nadruk op tempelrituelen en legde de Schrift zeer strikt en letterlijk uit. Rabbi Hillel was liberaler en toleranter ten opzichte van heidenen (niet-Joodse mensen) en hechtte minder belang aan de tempeldienst. Hun volgelingen werden ‘Farizeeën’ genoemd. Er waren ook andere groeperingen, zoals de Sadduceeën en de Essenen.
Het is belangrijk om op te merken dat Jezus niet specifiek de ‘kant’ van één bepaalde groep koos, hoewel de Sadduceeën Zijn grootste vijanden waren: zij geloofden niet in de opstanding en stonden aan het hoofd van de autoriteiten die ervoor zorgden dat Jezus ter dood werd gebracht. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. verdwenen de Sadduceeën min of meer van het toneel. De Farizeeën bleven bestaan, en het was voornamelijk de Hillelitische mondelinge wet die later (2e/3e eeuw n.Chr.) de Joodse Misjna (= vastgelegde mondelinge wet) zou worden, die Joodse gelovigen even belangrijk achten als de Thora (= vastgelegde geschreven wet, d.w.z. het Woord van God).

