Wie is God de Heilige Geest?

De Heilige Geest is de derde persoon van de Drie-eenheid. Hij wordt vele malen genoemd in het Oude Testament. Hij wordt dan “de Geest van God” of “de Geest van de Heere” genoemd (zie bijvoorbeeld Genesis 1:2; 1 Samuel 10:10; Jesaja 61:1).
In het Oude Testament komt Hij vaak “op” degenen die apart staan, om God op een of andere manier te dienen (zie bijvoorbeeld Richteren 6:34; 14:6; 1 Samuel 16:13; Jesaja 11:2; Ezechiël 11:5).

In het Nieuwe Testament zien we nog duidelijker wie de Heilige Geest is en wat Hij doet. Een van de thema’s in het laatste gesprek van Jezus met zijn discipelen vóór Zijn dood (Johannes 13-17) is de Heilige Geest. In Johannes 14:16-18 lezen we: “En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.”

Een andere Trooster

Jezus heeft zijn discipelen zojuist verteld dat Hij weggaat (Johannes 13:33, 36). Ze zijn duidelijk erg overstuur (Johannes 14:1). In deze context zegt Jezus dat de Vader “een andere Tooster (Helper) zal geven … namelijk de Geest van de waarheid … Ik kom weer naar u toe.”
Het eerste wat opvalt aan de Heilige Geest is dat Hij is zoals Jezus – Hij wordt inderdaad “een andere Trooster” genoemd. “Een andere” betekent dat er al een Trooster is:Jezus. Jezus zegt ook: “Ik zal tot u komen.” Maar hoe kan Jezus naar de discipelen komen, als Hij terugkeert naar de Vader? Het antwoord is door de Geest, omdat Hij ook de Geest van Jezus is (Handelingen 16:7, Filippenzen 1:19). Daarom is de Geest een “Hij”, niet een “het”. Met andere woorden, Hij is een persoon, geen onpersoonlijke kracht.

Werk van de Heilige Geest

Maar wat doet de Heilige Geest? Een paar hoofdstukken later in het evangelie van Johannes vertelt Jezus ons (Johannes 16:7-15):

“Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden. En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel: van zonde, omdat zij niet in Mij geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien; en van oordeel, omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is. Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen. Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.”

In de verzen 8 t/m 11 spreekt Jezus over het werk van de Geest in de wereld. Dat wil zeggen, de Geest zal mensen overtuigen van hun zonde (dat zij niet hebben geloofd), gerechtigheid (dat hun eigen gerechtigheid vuil is in Gods ogen, maar Jezus echte gerechtigheid biedt, vgl. Jesaja 64:6), en oordeel (dat Satan veroordeeld is, vgl. Johannes 7:24).

Het werk van de Geest voor de discipelen

In de verzen 13-15 beschrijft Jezus het werk van de Geest dat speciaal voor de discipelen zal zijn. Wanneer de Geest komt, zal Hij “u (d.w.z. de discipelen) leiden in alle waarheid.”
De Geest zal niet uit Zichzelf spreken, maar zal de discipelen leren wat Hij van de Zoon hoort (vers 14). Volgens Johannes 14:26 zal de Geest de discipelen ook herinneren aan alles wat Jezus hun heeft geleerd. Als een resultaat van dit aspect van het werk van de Geest, konden de discipelen de vroege kerk getrouw en waarachtig onderwijzen. Ook het Nieuwe Testament zouden ze daardoor opschrijven, zodat wij een waar en nauwkeurig verslag konden krijgen van alles wat Jezus deed en onderwees.

Het werk van de Geest wordt ook genoemd in veel andere passages, bijvoorbeeld:

  • Johannes 3:3-5: nieuwe geestelijke geboorte
  • Romeinen 8:16: de Geest getuigt dat we kinderen van God zijn
  • Romeinen 8:26-27: de Geest bidt voor ons
  • 1 Korinthiërs 2:13-16: stelt ons in staat om geestelijke waarheden te begrijpen
  • 1 Korintiërs 12:13: Hij woont in elke gelovige

Noot: De titel ‘Geest van God’ en ‘Geest van de Heere’ zijn slechts verschillende titels voor de Heilige Geest. Het zijn geen afzonderlijke geesten. Dit is het duidelijkst te zien in 1 Korinthiërs 12:3 en Efeziërs 4:30.

Deel artikel