Welke profetieën zijn vervuld rondom het lijden en sterven van Jezus Christus?

Jezus’ kruisdood was het donkerste moment in de menselijke geschiedenis, maar Hij werd er niet door overvallen. Hij had Zijn discipelen al van tevoren verteld dat dit zou gebeuren. Zie bijvoorbeeld Markus 8:31, “En Hij begon hun te onderwijzen dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan.” Maar Jezus was niet de eerste die Zijn dood voorspelde. Ook het Oude Testament bevat veel verzen die vooruitwijzen naar deze gebeurtenis.

Lukas 24:44-46 vermeldt: “En Hij [=Jezus] zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen. Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.

Voor de verwarde en teleurgestelde discipelen was het een enorme bemoediging om te zien dat Jezus’ dood deel uitmaakte van Gods eeuwige reddingsplan. Terugkijkend zagen ze hoe veel oudtestamentische Bijbelverzen naar Jezus verwezen. Jammer genoeg is Jezus’ uitleg in Lukas 24 niet voor ons opgeschreven. We weten niet welke verzen Hij precies op Zichzelf toepaste. Maar laten we een aantal voorbeelden bekijken van Bijbelverzen die vervuld werden in Jezus’ lijden en sterven.

Slagen en speeksel

De profeet Jesaja schreef verschillende liederen over de Knecht des Heeren, een persoon die “verhoogd … en verheven, ja, zeer hoog verheven” zal worden (Jesaja 52:13), maar die ook door de mensen wordt veracht en verworpen (Jesaja 53:3). In Jesaja 50:6 zegt de Knecht des Heeren: “Ik geef Mijn rug aan hen die Mij slaan, Mijn wangen aan hen die Mij de baard uitplukken. Mijn gezicht verberg Ik niet voor smaad en speeksel.

Deze profetieën zijn van toepassing op Jezus. Markus 15:15 zegt, “Pilatus … leverde Jezus, nadat hij Hem gegeseld had, over om gekruisigd te worden.” Een paar verzen later, in Markus 15:19-20, gaat het verhaal als volgt verder: “En zij sloegen op Zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem en zij vielen op de knieën en aanbaden Hem. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de purperen mantel uit en trokken Hem Zijn eigen kleren aan en leidden Hem naar buiten om Hem te kruisigen.

Door God verlaten en door mensen bespot

Psalm 22 werd geschreven door David toen hij zich door God verlaten voelde. Jezus citeerde het eerste vers van deze Psalm aan het kruis: “Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” (Mattheüs 27:46, vergelijk Psalm 22:2).

Deze Psalm bevat nog meer opvallende parallellen met Jezus’ lijden:

  • In Psalm 22:8-9 klaagt David: “Allen die mij zien, bespotten mij; zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen: Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden! Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.” Mattheüs vertelt over de mensen die bij Jezus’ kruisiging stonden te kijken: “De voorbijgangers lasterden Hem, schudden hun hoofd … En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden en de oudsten en de Farizeeën, en zij zeiden: … Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is.” (Mattheüs 27:39-43)
  • Psalm 22:16 zegt, “Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.” Vergelijk ook Psalm 69:22, “In mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.” Johannes 19:28-29 zegt, “Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst! Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, omwikkelden die met hysop en brachten die aan Zijn mond.
  • In Psalm 22:17 roept David het uit: “Zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.” In Davids tijd was kruisiging nog niet eens “uitgevonden”. Maar Jezus werd gekruisigd. Zijn handen en voeten werden vastgespijkerd aan het hout.
  • Psalm 22:19 zegt, “Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.” Dat is precies wat er gebeurde met Jezus: “Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren door het lot te werpen” (Mattheüs 27:35).

Duisternis midden op de dag

Als Amos profeteert over de dag van Gods wraak over het volk, schrijft hij: “Op die dag zal het gebeuren, spreekt de Heere HEERE, dat Ik de zon midden op de dag zal laten ondergaan; op klaarlichte dag zal Ik het land duister maken” (Amos 8:9). Jezus droeg Gods wraak over de menselijke zonde. Toen Hij gekruisigd werd, gebeurde het volgende: “Vanaf het zesde uur kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe” (Mattheüs 27:45). Omdat de Joden de uren telden vanaf 6 uur ‘s morgens, was het zesde uur om 12 uur ‘s middags – midden op de dag dus.

Het Lam van God

Jesaja 53:7 zegt over de Knecht des Heeren: “Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open.” Mattheüs 27:13-14 noteert: “Toen zei Pilatus tegen Hem: Hoort U niet hoeveel zij tegen U getuigen? Maar Hij antwoordde hem op geen enkel woord, zodat de stadhouder zich zeer verwonderde.

Het evangelie van Johannes beschrijft wat er gebeurde na Jezus’ dood: “Opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op de sabbat, omdat het de voorbereiding was (want de dag van die sabbat was een grote dag), vroegen de Joden dan aan Pilatus of hun benen gebroken en zij weggenomen mochten worden. De soldaten dan kwamen en braken wel de benen van de eerste en van de ander die met Hem gekruisigd was, maar toen zij bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al gestorven was, braken zij Zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak met een speer in Zijn zij en meteen kwam er bloed en water uit” (Johannes 19:31-34).

Johannes merkt hierbij op dat dit oudtestamentische profetieën vervulde. En inderdaad, Psalm 34:20-21 zegt: “De rechtvaardige heeft veel ellende, maar uit dat alles redt de HEERE hem. Hij bewaart al zijn beenderen, niet één daarvan wordt gebroken.” Het is bovendien opmerkelijk dat God de Israëlieten gebood met betrekking op het jaarlijkse Paasfeest waarbij ze een lam moesten slachten: “U mag er geen been van breken” (Exodus 12:46; Numeri 9:12). Jezus was het volmaakte Paaslam. Zijn beenderen werden niet gebroken. In plaats daarvan werd Zijn zij met een speer doorstoken, als vervulling van de woorden van de profeet Zacharia: “Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben.” (Zacharia 12:10).

Met de misdadigers gerekend

Jesaja 53:12; 53:9 zegt ook over de Knecht des Heeren dat hij “onder de overtreders is geteld.” “Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is.” Markus 15:27 vertelt ons: “En zij kruisigden met Hem [=Jezus] twee misdadigers, een aan Zijn rechter- en een aan Zijn linkerzijde”. Eén van deze misdadigers verklaarde: “Wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan” (Lukas 23:41). Dus, ja, Jezus werd als misdadiger behandeld terwijl Hij volkomen onschuldig was.

Maar na Zijn dood veranderde de situatie volledig: toen “kwam Jozef van Arimathea, een aanzienlijk raadsheer, die zelf ook het Koninkrijk van God verwachtte, en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen. … En deze kocht fijn linnen en nadat hij Hem van het kruis afgenomen had, wikkelde hij Hem in dat fijne linnen en legde Hem in een graf dat in een rots uitgehakt was; en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf” (Markus 15:43-46). Dus hoewel Jezus als een misdadiger gedood werd, was Hij “bij de rijke in Zijn dood”!

Dit zijn slechts enkele Bijbelverzen uit het Oude Testament die een nieuwe betekenis krijgen in Jezus’ lijden en sterven. We zouden er ongetwijfeld nog meer kunnen noemen. Maar deze voorbeelden maken duidelijk dat Jezus’ kruisiging geen ongeluk was. Het was de vervulling van Gods eeuwige reddingsplan.

Deel artikel