Welke criteria werden gebruikt om te bepalen welke boeken tot de canon van het Nieuwe Testament behoren?

De Bijbel is het Woord van God en christenen geloven dat God Zelf het schrijven ervan heeft geïnspireerd (2 Timoteüs 3:16; 2 Petrus 1:20-21). Dit omvatte ook het selectieproces welke boeken in de Bijbel opgenomen mochten worden en welke boeken niet geïnspireerd en gezaghebbend waren.

Wat het Oude Testament betreft was het proces van canonisatie al afgerond voordat Jezus Christus werd geboren. Zijn volgelingen, de vroege christenen, accepteerden de Joodse Schriftteksten als Gods heilige Woord, omdat Jezus dat Zelf ook deed. Hij gehoorzaamde de wetten ervan, citeerde regelmatig uit het Oude Testament en verwees in Lucas 24:44 specifiek naar de drie voornaamste secties ervan (Wet, Profeten en Geschriften / Psalmen).

De boeken van het Nieuwe Testament werden geschreven na Jezus’ aardse bediening, dus de vroege kerk was verantwoordelijk voor de beslissing welke boeken door God geïnspireerd waren en welke geschriften slechts ‘gewone boeken’ of zelfs vervalsingen waren. Deze beslissing werd niet door één persoon of commissie genomen, maar binnen de vroege kerk besproken en bediscussieerd. Ik zal enkele criteria noemen waaraan voldaan moest worden bij de beslissing of een boek in het Nieuwe Testament opgenomen mocht worden.

1. Het bijzondere gezag van de apostelen

Toen Jezus op aarde was, had Hij een groep volgelingen die discipelen of apostelen werden genoemd. Deze mensen waren ooggetuigen van alles wat Jezus zei of deed, inclusief Zijn dood en opstanding. Jezus stuurde deze apostelen eropuit met Zijn autoriteit om te prediken en om de officiële getuigen van Zijn opstanding te zijn tot aan de uiteinden van de aarde (Marcus 3:14, Matteüs 28:19-20, Johannes 15:26-27, Handelingen 1:8). Om hen te helpen zond Jezus de Heilige Geest om hen te herinneren aan alles wat Hij hen had geleerd (Johannes 14:26) en om hen ‘in alle waarheid’ te leiden (Johannes 16:12-13). Als een bepaald geschrift van een apostel afkomstig was, dan was de autoriteit ervan gegarandeerd. Men kon erop vertrouwen dat deze boeken betrouwbare verslagen waren van het onderwijs en de daden van Jezus.

Alle boeken van het Nieuwe Testament houden verband met de apostelen

Dit betekent dat de meeste boeken van het Nieuwe Testament onmiddellijk werden geaccepteerd:

  • De evangeliën van Mattheüs en Johannes, de brieven van Petrus en Johannes, en Openbaring (ook van Johannes) werden allemaal geschreven door een van Jezus’ eerste twaalf discipelen.
  • Jezus koos ook Paulus als apostel en verscheen persoonlijk aan hem (Handelingen 9:3-5, Handelingen 9:15), en de apostel Petrus bevestigt dat Paulus ook geïnspireerde Schriftteksten schreef (2 Petrus 3:16). Daarom zijn de brieven van Paulus ook in de Bijbel opgenomen.
  • Lucas was de reisgenoot van de apostel Paulus en schreef onder zijn leiding en toezicht. Daarom bevat het Nieuwe Testament het evangelie naar Lucas en het boek Handelingen.
  • Het evangelie naar Marcus is geschreven onder invloed van de apostel Petrus. Deze twee mannen waren goede vrienden (1 Petrus 5:13), en daarom kunnen we begrijpen dat dit evangelie ook geïnspireerd is, omdat het in werkelijkheid het verslag van Petrus is.
  • Jakobus, de broer van Jezus, wordt ook een apostel genoemd: “Maar ik heb niemand anders van de apostelen gezien dan Jakobus, de broer van de Heer” (Galaten 1:19). Judas was ook een broer van Jezus (Judas 1), en opnieuw kunnen we accepteren dat deze mannen dicht genoeg bij Jezus en de apostelen stonden om ook geïnspireerde teksten te schrijven (hoewel het boek Judas één van de meest betwijfelde boeken van de canon was).
  • Iemand uit die apostolische kring heeft Hebreeën geschreven – hoewel zijn identiteit onbekend gebleven is. Sommige mensen denken dat de apostel Paulus deze brief heeft geschreven, maar zeker is dat niet.

2. Alle Bijbelboeken van het Nieuwe Testament werden vroeg geschreven

Verbonden met het criterium van auteurschap is het criterium van ouderdom. Alle documenten van het Nieuwe Testament werden in de eerste eeuw geschreven. Boeken die na de apostolische tijd werden geschreven, werden automatisch uitgesloten van de canon, omdat ze geen apostolisch gezag hadden. Dit maakt meteen duidelijk waarom boeken als het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Barnabas of het Evangelie van Maria Magdalena niet in de canon werden opgenomen. Ze voldoen niet aan de maatstaven van auteurschap en ouderdom.

3. De inhoud van elk boek moet overeenkomen met het onderwijs van de apostelen

Een derde criterium dat werd afgeleid van de eis van apostolisch auteurschap, stelde de vraag of de inhoud van een bepaald boek overeenkwam met de leer die de apostelen mondeling onderwezen of schreven toen ze nog leefden. Als dit niet het geval was, kon zo’n boek niet het Woord van God zijn, omdat de Heer Zichzelf nooit zou tegenspreken.

Voed jezelf met Gods Woord

De 66 boeken van de Bijbel zijn Gods volledige openbaring op schrift aan de mensheid, voor eens en voor altijd aan ons toevertrouwd (Judas 1:3). God heeft ons deze kostbare boeken gegeven, geschreven door geïnspireerde apostelen en profeten, om ons te leiden naar geloof en verlossing door Jezus Christus (Johannes 5:39-40). Laat je dus niet afleiden of in de war brengen door andere boeken, waarvan beweerd wordt dat ze van God komen! In plaats daarvan “verlang als pasgeboren baby’s naar zuivere geestelijke melk, zodat u daardoor opgroeit in uw verlossing, nu u geproefd hebt dat de Heer goed is” (1 Petrus 2:2-3).

📁 ,
Welke criteria werden gebruikt om te bepalen welke boeken tot de canon van het Nieuwe Testament behoren?

De Bijbel is het Woord van God en christenen geloven dat God Zelf het schrijven ervan heeft geïnspireerd (2 Timoteüs 3:16; 2 Petrus 1:20-21). Dit omvatte ook het selectieproces welke boeken in de Bijbel opgenomen mochten worden en welke boeken niet geïnspireerd en gezaghebbend waren.

Wat het Oude Testament betreft was het proces van canonisatie al afgerond voordat Jezus Christus werd geboren. Zijn volgelingen, de vroege christenen, accepteerden de Joodse Schriftteksten als Gods heilige Woord, omdat Jezus dat Zelf ook deed. Hij gehoorzaamde de wetten ervan, citeerde regelmatig uit het Oude Testament en verwees in Lucas 24:44 specifiek naar de drie voornaamste secties ervan (Wet, Profeten en Geschriften / Psalmen).

De boeken van het Nieuwe Testament werden geschreven na Jezus’ aardse bediening, dus de vroege kerk was verantwoordelijk voor de beslissing welke boeken door God geïnspireerd waren en welke geschriften slechts ‘gewone boeken’ of zelfs vervalsingen waren. Deze beslissing werd niet door één persoon of commissie genomen, maar binnen de vroege kerk besproken en bediscussieerd. Ik zal enkele criteria noemen waaraan voldaan moest worden bij de beslissing of een boek in het Nieuwe Testament opgenomen mocht worden.

1. Het bijzondere gezag van de apostelen

Toen Jezus op aarde was, had Hij een groep volgelingen die discipelen of apostelen werden genoemd. Deze mensen waren ooggetuigen van alles wat Jezus zei of deed, inclusief Zijn dood en opstanding. Jezus stuurde deze apostelen eropuit met Zijn autoriteit om te prediken en om de officiële getuigen van Zijn opstanding te zijn tot aan de uiteinden van de aarde (Marcus 3:14, Matteüs 28:19-20, Johannes 15:26-27, Handelingen 1:8). Om hen te helpen zond Jezus de Heilige Geest om hen te herinneren aan alles wat Hij hen had geleerd (Johannes 14:26) en om hen ‘in alle waarheid’ te leiden (Johannes 16:12-13). Als een bepaald geschrift van een apostel afkomstig was, dan was de autoriteit ervan gegarandeerd. Men kon erop vertrouwen dat deze boeken betrouwbare verslagen waren van het onderwijs en de daden van Jezus.

Alle boeken van het Nieuwe Testament houden verband met de apostelen

Dit betekent dat de meeste boeken van het Nieuwe Testament onmiddellijk werden geaccepteerd:

  • De evangeliën van Mattheüs en Johannes, de brieven van Petrus en Johannes, en Openbaring (ook van Johannes) werden allemaal geschreven door een van Jezus’ eerste twaalf discipelen.
  • Jezus koos ook Paulus als apostel en verscheen persoonlijk aan hem (Handelingen 9:3-5, Handelingen 9:15), en de apostel Petrus bevestigt dat Paulus ook geïnspireerde Schriftteksten schreef (2 Petrus 3:16). Daarom zijn de brieven van Paulus ook in de Bijbel opgenomen.
  • Lucas was de reisgenoot van de apostel Paulus en schreef onder zijn leiding en toezicht. Daarom bevat het Nieuwe Testament het evangelie naar Lucas en het boek Handelingen.
  • Het evangelie naar Marcus is geschreven onder invloed van de apostel Petrus. Deze twee mannen waren goede vrienden (1 Petrus 5:13), en daarom kunnen we begrijpen dat dit evangelie ook geïnspireerd is, omdat het in werkelijkheid het verslag van Petrus is.
  • Jakobus, de broer van Jezus, wordt ook een apostel genoemd: “Maar ik heb niemand anders van de apostelen gezien dan Jakobus, de broer van de Heer” (Galaten 1:19). Judas was ook een broer van Jezus (Judas 1), en opnieuw kunnen we accepteren dat deze mannen dicht genoeg bij Jezus en de apostelen stonden om ook geïnspireerde teksten te schrijven (hoewel het boek Judas één van de meest betwijfelde boeken van de canon was).
  • Iemand uit die apostolische kring heeft Hebreeën geschreven – hoewel zijn identiteit onbekend gebleven is. Sommige mensen denken dat de apostel Paulus deze brief heeft geschreven, maar zeker is dat niet.

2. Alle Bijbelboeken van het Nieuwe Testament werden vroeg geschreven

Verbonden met het criterium van auteurschap is het criterium van ouderdom. Alle documenten van het Nieuwe Testament werden in de eerste eeuw geschreven. Boeken die na de apostolische tijd werden geschreven, werden automatisch uitgesloten van de canon, omdat ze geen apostolisch gezag hadden. Dit maakt meteen duidelijk waarom boeken als het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Barnabas of het Evangelie van Maria Magdalena niet in de canon werden opgenomen. Ze voldoen niet aan de maatstaven van auteurschap en ouderdom.

3. De inhoud van elk boek moet overeenkomen met het onderwijs van de apostelen

Een derde criterium dat werd afgeleid van de eis van apostolisch auteurschap, stelde de vraag of de inhoud van een bepaald boek overeenkwam met de leer die de apostelen mondeling onderwezen of schreven toen ze nog leefden. Als dit niet het geval was, kon zo’n boek niet het Woord van God zijn, omdat de Heer Zichzelf nooit zou tegenspreken.

Voed jezelf met Gods Woord

De 66 boeken van de Bijbel zijn Gods volledige openbaring op schrift aan de mensheid, voor eens en voor altijd aan ons toevertrouwd (Judas 1:3). God heeft ons deze kostbare boeken gegeven, geschreven door geïnspireerde apostelen en profeten, om ons te leiden naar geloof en verlossing door Jezus Christus (Johannes 5:39-40). Laat je dus niet afleiden of in de war brengen door andere boeken, waarvan beweerd wordt dat ze van God komen! In plaats daarvan “verlang als pasgeboren baby’s naar zuivere geestelijke melk, zodat u daardoor opgroeit in uw verlossing, nu u geproefd hebt dat de Heer goed is” (1 Petrus 2:2-3).

📁 ,