De volgende woorden uit Markus 12:30-31 vormen de misschien wel bekendste uitspraak van Jezus Christus: “En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.
Veel minder bekend is Lukas 14:26. Dit vers lijkt iets geheel anders te zeggen: het gaat over haat jegens anderen.

De grote tegenstelling?

Lukas 14:26 luidt: “Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.” Het bovenstaande vers is een uitstekend voorbeeld waarom we een Bijbelvers nooit zonder context moeten toepassen.
We weten wat Jezus’ tweede gebod is (Markus 12:31) en we weten wat Hij zegt van het eerste en tweede gebod: “Er is geen ander gebod groter dan deze.” Dus zelfs als we Lukas 14:26 zouden moeten begrijpen als een letterlijke instructie om onze familieleden te haten, dan moeten we toch beseffen dat Jezus een gróter belang hecht aan Markus 12:31.

Om de woorden van Jezus goed te begrijpen, moeten we onszelf afvragen of Lukas 14:26 in tegenspraak is met Markus 12:31. Dus kijken we als eerste naar Markus 12, omdat de schijnbare tegenstelling daar begint.

Hoe we ons verhouden tot onze naaste

Onze “naaste” is niet noodzakelijkerwijs iemand die naast ons woont. De mensen die hier bedoeld worden zijn: je familie, de mensen in jouw kerkgemeente, collega’s, winkelbediendes, leraren, vuilnismannen, etc. en inderdaad, zelfs je buren.

Wanneer we met deze mensen van doen hebben, ongeacht wie, zegt Jezus dat we hen in liefde en met respect moeten behandelen. “Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten.” (Mattheüs 7:12). Zelf zou je graag met liefde en respect behandeld willen worden, dus zo moet je anderen ook behandelen. Waardeer mensen op de wijze waarop je jezelf ook waardeert; wees niet respectloos naar anderen.

Hoe we ons verhouden tot God

Vóór Jezus’ tweede gebod, komt Zijn eerste: “En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” God is niet in een concurrentiestrijd met onze naasten verwikkeld. Wanneer we van doen hebben met onze naasten, moeten we hen met liefde en respect behandelen.

Maar “liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht” gaat over onze persoonlijke instelling, de hele dag, en iedere dag. Jezus zegt dat God onze prioriteit moet zijn. Dus we moeten afwegen hoe we zorgen dat iedere emotie, ieder gevoel, iedere gedachte en uiting naar God toe geworteld is in liefde en dankbaarheid (bijv. Psalm 107:1; 118:1); in verering (bijv. Johannes 4:24, Hebreeën 12:28) en lofprijzing – Psalm 136. Dit is een hele actieve en voortdurende gemoedstoestand; ons hele wezen is er bij betrokken.

Hoe we ons verhouden tot Jezus

Lukas 14:26 gaat over Jezus en onze trouw aan Hem. Hij is onze Messias, onze Leraar, onze persoonlijke Verlosser. Het volgen van Jezus vraagt vaak opoffering. Veel mensen zien in Jezus de Brenger van vrede, maar ze vergeten dat de vrede die Hij brengt de unieke verstandhouding tussen God en de mensen betreft – het gaat hier niet om “vrede tussen mensen onderling”. Dit is op zich al belangrijk om te onthouden omdat vanwege de oorlogen die nog steeds op aarde plaatsvinden, sommige mensen beweren dat Jezus “gefaald” heeft. Maar het beëindigen van oorlogen tussen mensen was nooit Zijn missie.

Jezus bereidt ons (zelfs) voor op mogelijke conflicten tussen ons en onze familie. In Mattheüs 10:34-36 zegt Hij: “Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.” Dit brengt ons terug bij Lukas 14:26. Dat Jezus ons zegt om God lief te hebben, en dat Hij de Weg naar God is (Johannes 14:6) zal niet iedereen die we kennen, beamen. Veel mensen zijn het hiermee oneens, en daaronder kunnen zelfs onze naaste familieleden zijn.

Ze zullen Jezus niet aanvaarden op de wijze waarop wij dat doen, en zullen wellicht zelfs negatief over ons denken, of ons afwijzen omdat we voor Jezus kiezen. En zoals in Mattheüs 10:34-36 benoemd wordt, zou zelfs onze eigen vader, moeder, kind, broer of zus uiteindelijk tegenover ons kunnen komen te staan – het zwaard waar Jezus over spreekt.
Om de vrede te bewaren kan het aantrekkelijk lijken om hen hoger te achten dan onze Heer Jezus Christus. Maar als we dat doen, riskeren we mogelijk onze eeuwige toekomst. Deze familieleden zijn niet belangrijker dan Jezus.

Onze prioriteit

Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard.” Mattheüs 10:37 laat precies zien wat de woorden in Lukas 14:26 betekenen. Jezus vraagt ons niet om onze familieleden met gevoelens van haat te behandelen – Hij wil dat we van ze houden. Maar Hij wijst ons wel op onze prioriteiten: Hij wil dat we Hem belangrijker vinden dan hen. Uiteindelijk is het zo: als het zou aankomen op een keuze tussen Hem en onze familie, of zelfs tussen Hem en ons eigen leven, vraagt Hij ons om Hem lief te hebben, en alles te haten wat ons van Hem scheidt.

Gelukkig hoeven de meesten van ons niet dagelijks te kiezen tussen Hem en familieleden of ons eigen leven. Maar “iedere dag voor Jezus kiezen” heeft wel degelijk te maken met onze persoonlijke bereidheid om onze eigen verlangens, zondige wensen, eigenbelang en zelfredzaamheid te “kruisigen” ten gunste van Jezus. Jezus noemt dit onze bereidheid om ons kruis op te nemen, in Mattheüs 10:38.
En, ja, dan kunnen we moeilijkheden ervaren, maar Jezus moedigt ons aan om te volharden. Omdat (vers 39) “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden.” Als we ons eigen leven boven het dienen van Jezus stellen[1], zullen we het verliezen. Maar als we bereid zijn om ons eigen leven op te geven, vinden we leven met Jezus.

Betekent dit dat we onszelf te kort doen? Nee!
Jezus belooft dat we gezegend zullen zijn als we Zijn Koninkrijk boven andere dingen plaatsen: “Voorwaar, Ik zeg u dat er niemand is die huis of ouders of broers of vrouw of kinderen verlaten heeft om het Koninkrijk van God, die niet het veelvoudige zal terugontvangen in deze tijd, en in de wereld die komt, het eeuwige leven” (Lukas 18:29-30).
Hiermee geeft Hij aan dat we uiteindelijk niet benadeeld zullen worden als we voor het Koninkrijk van God kiezen.

“Een discipel van Jezus zijn” betekent dat we Hem tot onze hoogste prioriteit maken, en elke mogelijke scheiding tussen Hem en ons “haten”. Hopelijk zullen we de vreugde die wij hebben omdat we Hem kennen, kunnen delen met onze ouders en gezinsleden. Zo niet, dan is Jezus nog steeds, en altijd, onze Nummer Eén.

[1]Nogmaals, voor de meesten van ons zal dit onze manier van leven zijn, in plaats van ons fysieke leven.