Wat zegt de Bijbel over migranten, vluchtelingen en vreemdelingen?

Miljoenen mensen over de hele wereld zijn gedwongen huis en haard te verlaten door oorlogen, natuurrampen of vervolging. Anderen reizen naar het buitenland vanwege hun werk of op zoek naar een beter bestaan. Deze mensen leven als vreemdeling of vluchteling in een ander land. Dit kan een echte uitdaging zijn voor hen en voor het land dat hen ontvangt. Dus, wat zegt de Bijbel over dit onderwerp? Geeft het ons richtlijnen hoe we met vluchtelingen en vreemdelingen moeten omgaan?

Enkele voorbeelden

De Bijbel geeft veel voorbeelden van mensen die om verschillende redenen hun vaderland verlieten. Laat me er een paar opnoemen:

  • Abraham, Izaäk en Jakob waren allen op een bepaald moment in hun leven economische vluchtelingen. Abraham verbleef enige tijd in Egypte (Genesis 12:10) en zijn zoon Izaäk ging naar Gerar (Genesis 26:1) om aan een hongersnood te ontsnappen. Om dezelfde reden trok zijn kleinzoon Jakob met zijn hele gezin van 70 mensen naar Egypte en bleef daar generaties lang (Genesis 42:1-2; 47:11-12).
  • Mozes moest Egypte verlaten om aan de woede van de Farao te ontkomen nadat hij een Egyptenaar had gedood (Exodus 2:11-15). Hij verbleef 40 jaar in het land van Midian en concludeerde: “Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land” (Exodus 2:22).
  • Naomi verhuisde met haar man en zonen naar Moab, ook vanwege een hongersnood. Haar beide zonen trouwden daar met een Moabitische vrouw. Nadat deze mannen gestorven waren, verhuisde Naomi terug naar Israël met haar schoondochter, Ruth (Ruth 1:1; 1:22).
  • David verbleef in de wildernis en verhuisde naar het buitenland om te ontsnappen aan koning Saul, die vastbesloten was hem te vermoorden (1 Samuël 23:14; 27:1).
  • Jezus en Zijn ouders moesten naar Egypte vluchten, omdat koning Herodes op het punt stond alle babyjongens in de stad Bethlehem te vermoorden (Mattheüs 2:13).
  • De eerste christenen, die in Jeruzalem woonden, werden over Judea en Samaria verstrooid toen zij om hun geloof werden vervolgd (Handelingen 8:1).

God wil dat Zijn volk vreemdelingen rechtvaardig behandelt

Op veel plaatsen in de Bijbel noemt God vreemdelingen of bijwoners in één adem met wezen en weduwen. Deze groepen hadden gemeenschappelijk dat zij bijzonder kwetsbaar waren in de samenleving. Daarom werden zij speciaal beschermd door God, “Die recht verschaft aan de wees en de weduwe, Die de vreemdeling liefheeft door hem brood en kleding te geven” (Deuteronomium 10:18). God herinnerde het volk van Israël er herhaaldelijk aan dat zij zelf als vreemdeling in het land Egypte hadden geleefd. Zij waren uitgebuit en misbruikt door de Farao, en wisten daarom hoe het voelde om vreemdeling te zijn (Exodus 23:9). Zij mochten nooit misbruik maken van vluchtelingen of vreemdelingen, maar moesten empathie tonen en hen op dezelfde manier behandelen als hun eigen burgers.

Maar de Israëlieten schonken niet altijd aandacht aan de instructie van de Heere in dit opzicht. Dat wekte Gods toorn op: “De bevolking van het land doet niets dan afpersen, doet niets dan roven. De ellendige en arme persen zij af, en de vreemdeling buiten zij uit zonder recht. … Daarop stortte Ik Mijn gramschap over hen uit. Door het vuur van Mijn verbolgenheid heb Ik een einde aan hen gemaakt. Hun weg heb Ik op hun eigen hoofd doen neerkomen, spreekt de Heere HEERE” (Ezechiël 22:29-31). God neemt sociale gerechtigheid serieus!

God wil dat wij gastvrijheid tonen

We leven in een gebroken wereld en kunnen niet alle problemen van de mensheid op onze schouders nemen. De draagkracht van een samenleving om vluchtelingen op te nemen, is beperkt. Dat stelt politieke leiders voor moeilijke keuzes wie ze welkom moeten heten en wie ze de toegang moeten ontzeggen. Maar op kleine schaal, in onze eigen omgeving, kunnen wij zelf wel degelijk een verschil maken.

Het is een algemeen Bijbels gebod, zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament, om je naaste lief te hebben zoals je jezelf liefhebt. Maar onze liefde moet niet beperkt blijven tot onze letterlijke buren of tot onze intieme kring van vrienden en familieleden. In Hebreeën 13:2 worden wij aangespoord om ook gastvrijheid te tonen aan vreemdelingen. Deze mensen zijn bijzonder kwetsbaar en kunnen onze hulp nodig hebben.

In Mattheüs 25:31-40 vertelt Jezus over het laatste oordeel. Hij zegt dat “de Koning”, waarmee Jezus Zelf wordt bedoeld, de mensen zal prijzen die voor Hem hebben gezorgd toen Hij in nood was. Zij hebben Hem onder andere in hun huis opgenomen toen Hij geen onderdak had. Deze mensen zijn echter verbaasd over Zijn woorden. Zij kunnen zich niet herinneren dat ze zoiets gedaan hebben! Het antwoord van de Koning is opmerkelijk: “Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan” (Mattheüs 25:40). In Mattheüs 10:40 zegt Jezus iets soortgelijks tegen Zijn discipelen: “Wie u ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft” – God de Vader.

“De Heere dienen” kan zich uiten door mensen in je huis te verwelkomen, of door iemand een beker koud water te geven (zie Mattheüs 10:41-42). Het kan de vorm aannemen van een smakelijke maaltijd of een luisterend oor. Aan het einde van de tijd zal Jezus naar de aarde terugkeren om de mensheid te oordelen. Dan zal Hij “elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad” (Prediker 12:14). Uit de daden van de mensen zal blijken hoe hun hart is, net zoals je een boom kunt herkennen aan zijn vruchten. Als je God en je naaste van harte hebt liefgehad, zult je daar zeker voor beloond worden.

Gods plan in migratie

Je huis moeten ontvluchten is ontwrichtend, en veel mensen hebben moeite om hun weg te vinden in een vreemd land. Toch kan God zelfs deze situatie gebruiken voor de verspreiding van het Evangelie.

Na Zijn opstanding zei Jezus tegen Zijn discipelen dat zij Zijn getuigen zouden zijn “zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde” (Handelingen 1:8). Maar de volgende hoofdstukken beschrijven alleen de groei van de vroege kerk in Jeruzalem. “De apostelen legden met grote kracht getuigenis af van de opstanding van de Heere Jezus” (Handelingen 4:33), maar niemand scheen Jeruzalem te verlaten om het goede nieuws buiten de stadsgrenzen te verspreiden, hoewel God Zijn Heilige Geest had uitgestort om hen voor deze taak toe te rusten.

Het duurde niet lang of de tegenstanders van Jezus begonnen de Christenen te vervolgen. Jezus had voorspeld dat dit zou gebeuren: “vóór dit alles zullen ze de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u zult voor koningen en stadhouders geleid worden omwille van Mijn Naam” (Lukas 21:12). Maar het boek Handelingen vertelt ook hoe God deze vervolging gebruikte om iets goeds tot stand te brengen. Al die Christenen die verspreid waren over de streken van Judea en Samaria “trokken het land door en verkondigden het Woord” (Handelingen 8:1; 8:4). Hun moeilijke situatie werd een perfecte gelegenheid om het Evangelie te verspreiden!

In hetzelfde hoofdstuk, dus ook in Handelingen 8, lezen we over een hoge ambtenaar die naar Jeruzalem is gekomen om te aanbidden. God zegt tegen Filippus dat hij deze gelegenheid moet gebruiken om het Evangelie met hem te delen. In zijn vaderland zou deze man nauwelijks de kans krijgen om meer over de Heere te horen, laat staan dat hij iets te weten zou komen over het verlossingswerk van Jezus Christus. Maar hij verlangt er duidelijk naar om meer te weten te komen, want hij heeft een Schriftrol gekocht en probeert die te lezen. Filippus legt hem uit wat hij leest, en het verhaal krijgt een prachtig einde als de Ethiopische ambtenaar tot geloof komt en gedoopt wordt.

Tegenwoordig komen veel migranten en vluchtelingen uit landen waar Christenen zeldzaam zijn, waar het verboden is om te evangeliseren of waar de sociale druk tegen Christenen enorm is. Als deze mensen bij ons komen, kan dit een mooie gelegenheid zijn om hen te vertellen over Jezus’ liefde voor zondaars. Ken jij vreemdelingen of vluchtelingen met wie je het Evangelie zou kunnen delen?

Dit artikel is geïnspireerd door een blogpost van Stichting Gave, een organisatie die vrijwilligers inspireert, traint en ondersteunt om Gods liefde te delen met vluchtelingen.

Deel artikel