Als mensen hebben we allemaal onze emoties. Sommige mensen zijn gauw boos en kunnen zich moeilijk beheersen. Moeten we dat accepteren en het maar zo laten? Of wil God dat we anders omgaan met boosheid?
Leven zonder Christus
In Galaten 5:19-21 staat: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.”
Dit gedeelte geeft een duidelijk beeld van een leven zonder Christus. Eén van de kenmerken die in dit rijtje wordt genoemd is ’woede-uitbarstingen’. Het is helder dat dit niet past bij een volgeling van Jezus. In Galaten 5:22-23 wordt de vrucht van de Geest opgesomd waaronder zelfbeheersing. Dus als we door Gods Geest worden geleid zullen we zelfbeheersing tonen of anders gezegd: door de Geest beheersd worden.
Nooit boos worden?
Wil dat zeggen dat een christen nooit boos mag worden? Absoluut niet. Jezus Christus was ook wel eens boos. Jezus ging eens naar de synagoge waar ook een man was met een verschrompelde hand. De Farizeeën letten op Hem om te zien of Hij de wet zou overtreden door de man op de sabbat te genezen. Zij zagen dat Jezus de man inderdaad genas. Toen Hij vroeg: “Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen of kwaad te doen, een mens te behouden of te doden?” zwegen ze. Jezus was boos op hen en was bedroefd over de verharding van hun hart (Markus 3:1-6).
Hij werd ook boos toen ze de tempel als marktplaats gebruikten (Mattheüs 21:12-13). Maar die boosheid had altijd een oorzaak, en ging de perken niet te buiten. Jezus was boos omdat de eer van Zijn Vader op het spel stond. Het stoorde Hem dat de mensen een totaal verkeerd beeld hadden van het eren van God op de sabbat en in de tempel.
Gods boosheid
We lezen ook dat God vaak boos was op Zijn volk Israël, vanwege hun ongehoorzaamheid (bijvoorbeeld in Numeri 11, waar God brandt van toorn en een deel van het volk doodt). Toch wordt ook van God gezegd dat Hij “geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw” is (Numeri 14:18; Nehemia 9:17; Psalm 86:15 en in andere schriftgedeelten). God wordt niet snel boos. En als Hij boos wordt, heeft Hij daarvoor een goede reden; Zijn eer staat op het spel. Volgens het boek Spreuken is het verstandig jezelf te beheersen: “Wie geduldig is, heeft veel inzicht, maar wie kort aangebonden is, verheft de dwaasheid” (Spreuken 14:29). We lezen ook dat God heel boos wordt over onrechtvaardigheid: Hij kan de offers van de Israëlieten niet verdragen als er geen recht wordt gedaan aan de zwakken in de maatschappij: Jesaja 1:12-17.
Vergevingsgezind
In de brief aan de gemeente van Efeze staat een heel instructieve tekst over hoe om te gaan met boosheid: “Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, en geef de duivel geen plaats” (Efeze 4:26-27). Uit deze tekst blijkt niet dat we niet boos mogen worden. Maar we moeten ons met de betreffende persoon verzoenen voordat de dag voorbij is. Als we dat weigeren, geven we de duivel de kans om bitterheid of haat in ons hart te zaaien. In het leven van een christen moet vergevingsgezindheid centraal staan. Omdat we in Christus vergeving van zonden hebben ontvangen moeten we ook de ander die boos op ons is of ons heeft gekwetst vergeven (Mattheüs 6:14,15). Dan heeft de duivel geen kans om ons hart te vergiftigen.

