Wat leert God ons in het boek Leviticus?

leviticus

Het boek Leviticus is het derde boek van de Bijbel. Het staat in de groep van eerste vijf boeken, bekend als de Torah of “de wet”. Leviticus is eigenlijk een studieboek voor de priesters, die van de stam van Levi waren. Het geeft details over offers, wetten en regels voor aanbidding binnen de tempel en voor het volk Israël om in de gemeenschap samen te leven.

Thema van het boek Leviticus

Het centrale thema van het boek is heiligheid. Het volk Israel was uitgekozen uit de volken van de wereld om Gods heilige volk te zijn, om te getuigen voor de rest van de wereld wat het betekent om volk van God te zijn. Het boek begint met een lijst verschillende offers, die de Israëlieten brachten om tot God te naderen en ze zijn allemaal een schaduw van Jezus’ dood als het offer dat eens voor altijd gebracht zou worden. De dieren die gebruikt werden moesten volmaakt zijn, zonder afwijkingen.

Verschillende offers in Leviticus

De eerste drie offers die beschreven worden zijn het brandoffer, graanoffer en dankoffer. Deze werden gebracht om de Heere te aanbidden en vooruit te kijken naar Christus die geofferd werd voor ons. Jezus als het brood des levens en Jezus’ bediening van verzoening dat ons terugbrengt bij God. De andere twee offers zijn het zondoffer en het schuldoffer. Deze waren voor onopzettelijke zonden en waren een herinnering aan het feit dat ieder die gezondigd heeft niet in Gods tegenwoordigheid kan komen.

Jezus bracht het perfecte offer

Zonde kan alleen worden goedgemaakt door een dood. In het Oude Testament door de dood van een dier, maar in het Nieuwe Testament leren we dat het bloed van dieren niet echt zonde wegneemt (Hebreeën 9:9-10). Dus de dood van Christus was vereist, als een offer dat eens en voor altijd voor ons gebracht is zodat wij weer door God aanvaard kunnen worden.

Gods wet is een hoge standaard

Er zijn wetten voor priesters, voor het volk, voor de feesten die gedurende het jaar gevierd worden. Jezus zei dat het hoogste gebod was “om de Heere, uw God lief te hebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand […] en het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Markus 12:28-31). Dit is de samenvatting van het boek Leviticus, dat regels en wetten voor de samenleving geeft die in overeenstemming zijn met Gods wil. Steeds weer wordt heiligheid en onschuld genoemd. “Wees heilig want Ik ben heilig” (Leviticus 1:44-45; 20:2,7; 19:2). Het volk wordt er ook aan herinnerd, dat God temidden van hen woont. “Ik zal in uw midden wandelen. Ik zal u tot een God zijn en u zult Mij tot een volk zijn” (Leviticus 26:12).

Zegeningen en vervloekingen zijn beloofd

Aan het eind van het boek geeft God een lijst zegeningen voor gehoorzaamheid en vervloekingen voor ongehoorzaamheid. In het hele Oude Testament zien we dat de zegen realiteit wordt als het volk gelooft en God gehoorzaamt, maar dat de vervloekingen ook realiteit worden als het volk God verwerpt. Uiteindelijk wordt het volk dan aangevallen, verslagen en in ballingschap gevoerd naar een vreemd land, precies zoals God had gewaarschuwd in dit boek.

Tenslotte

Wat leert God ons dus in Leviticus? Dat God heilig is. Dat zonde opgeruimd moet worden en dat God temidden van Zijn volk woont. Wij moeten ook heilig zijn (apart gezet voor God). Wij moeten andere mensen liefhebben en zo behandelen als zij zelf geliefd en behandeld willen worden. Het boek Leviticus leert ons de betekenis van het leven en de dood van Jezus Christus.

Deel artikel