Wat leert God ons in de eerste brief aan Korinthe?

first letter Corinthians

In de eerste eeuw na Christus was Korinthe de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. Haar gemengde bevolking, samen met voorspoed en afgoderij, bevorderden seksuele immoraliteit in de stad. De tempel van de godin Afrodite was het centrum van deze onzedelijkheid. Honderden priesteressen waren daar als prostituee in dienst en duizenden mensen bezochten hen om de godin te vereren.

Op zijn tweede zendingsreis werd Paulus door God gebruikt om een gemeente te stichten in de stad Korinthe (Handelingen 18:1-11; 1 Korinthe 3:6). Een poosje later werd deze gemeente, die kwetsbaar was door een gebrek aan geestelijke volwassenheid, beïnvloed door haar culturele context (1 Korinthe 3:1). Paulus schreef een brief om een aantal vragen en problemen die in deze kerk speelden, te beantwoorden en op te lossen. En deze brief, die is geïnspireerd door God, biedt ons nog steeds waardevolle lessen.

In Christus zijn we heilig en geroepen om heilig te leven (1 Korinthe 1:1-9)

Als Christus een zondaar redt en deel maakt van Zijn Kerk, verklaart God hem rechtvaardig en zet Hij hem apart voor Zichzelf (=heiligt hem). Om die reden wordt een Christen geroepen om alleen voor God te leven. Vóórdat Paulus de gemeente van Korinthe vermaant, identificeert hij hen daarom als geheiligd in Christus, als mensen die in Christus allerlei rijkdommen hebben ontvangen. Daarom herinnert hij hen aan zijn oproep tot heiligheid.

Christus is het enige fundament van de Kerk (1 Korinthe 1:10-4:21)

Sommige Korinthiërs, “de huisgenoten van Chloë” genoemd, berichtten over verdeeldheid en ruzie in de gemeente. Verdeeld door trots volgden sommigen Paulus na, anderen Apollos, anderen Petrus, en nog weer anderen meenden in hun eigen wijsheid Christus na te volgen. Hiertegen beleed Paulus dat Christus het enige fundament van de kerk is, en dat de gekruisigde Christus de kracht en wijsheid van God is. Alle anderen zijn slechts medewerkers en dienstknechten van Christus.

Ons lichaam is deel van het lichaam van Christus (1 Korinthe 5:1-6:20)

Seksuele immoraliteit was geaccepteerd in de gemeente. Ze hadden de gewoonten van bepaalde ‘broeders’ overgenomen, en zelfs een incestueuze relatie getolereerd. De reden hiervoor was dat ze niet langer geloofden dat het lichaam ook opgewekt zal worden. Daarentegen bevestigt Paulus dat het lichaam van een Christen niet bedoeld is voor seksuele zonden, maar voor Christus. Het is deel van Zijn lichaam en een tempel van de Heilige Geest. Daarom is een Christen niet de baas over zijn eigen lichaam, omdat God het heeft gekocht en het zal opwekken.

We moeten Christus navolgen (1 Korinthe 7:1-11:1)

Paulus wil de vragen van de kerk beantwoorden. Zij zeiden dat “alle dingen geoorloofd zijn”, en door hun vrijheid te misbruiken kwetsten ze het geweten van anderen. Paulus stelt echter dat niet alle dingen nuttig zijn, en niet alle dingen opbouwen (1 Korinthe 10:23). Hij adviseert hen om alles (wel of niet trouwen, wel of niet eten) te doen tot eer van God, het karakter van Christus weerspiegelend, op zo’n manier dat ze het geweten van hun medegelovigen niet beschadigen. Paulus geeft een voorbeeld van het navolgen van Christus omdat hij geen gebruik maakte van zijn rechten als apostel.

De Kerk van Christus wordt gekenmerkt door liefde, gepaste vormen en orde (1 Korinthe 11:2-14:40)

De onenigheid in de gemeente had gezorgd voor ongeregeldheid in openbare erediensten. Het heilig avondmaal werd onwaardig gebruikt, en slecht begeleide geestelijke gaven hadden voor wanorde gezorgd.
Terwijl de Korinthiërs op zoek waren naar “de beste genadegaven”, wees Paulus hen een weg dit dat alles nog overtreft (1 Korinthe 12:31): de liefde van Christus. Deze ware liefde is cruciaal voor de kerk, want alleen op deze basis kunnen de erediensten, het heilig avondmaal en de geestelijke gaven op gepaste wijze en met orde worden gevierd.

De opstanding van Christus is bewijs voor onze eigen opstanding (1 Korinthe 15:1-58)

De kerk was misleid met leerstellingen die de opstanding van de doden ontkenden. Daarom gaven ze hun lichaam zo gemakkelijk over aan immoraliteit. Maar Paulus herinnert hen aan de opstanding van Christus, een fundamentele leerstelling die ze oorspronkelijk van hem hadden geleerd. Als ze niet geloofden dat de doden zouden opstaan, dan ontkenden ze dat Christus is opgestaan en dat het Christelijke geloof waar is. Door bewijs te geven dat Christus echt is opgestaan, bevestigt Paulus dat Hij de eerste is van alle doden die zullen opstaan in de wereld die komt.

Hij sluit zijn brief als volgt af: “Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn. Maranatha! De genade van de Heere Jezus Christus zij met u. Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.” (1 Korinthe 16:21-24)

Deel artikel

Share on facebook
Share on twitter
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email