Sara (of Saraï zoals ze eerst werd genoemd) wordt vaak vermeld in de Bijbel, overwegend in het boek Genesis. Maar er zijn ook enkele verwijzingen naar haar in het Nieuwe Testament.
Historische omstandigheden
Saraï werd rond 1800 v.Chr. geboren (zie tijdlijn). Haar naam betekent ‘prinses’ en ze wordt voor de eerste keer in de Bijbel vermeld in Genesis 12. Daar maken we kennis met haar man Abram (die later Abraham genoemd wordt). God was van plan om Abram de voorvader van het Joodse volk te maken via Saraï. Maar op het moment dat hij door God geroepen werd, hadden ze nog geen kinderen.
Sara’s leven
Abram was 75 jaar oud toen God hem riep om uit Haran te vertrekken en op weg te gaan naar het land dat God hem zou wijzen (Kanaän). Saraï was 10 jaar jonger dan Abram, en toen dus 65 jaar. Ze had geen kinderen en dat was iets waar vrouwen zich voor schaamden. Ze werden er vaak mee geplaagd en andere vrouwen keken op hen neer.
Zelfs met haar 65 jaar was Saraï klaarblijkelijk nog heel mooi en Abram vroeg haar bij tenminste twee gelegenheden om te zeggen dat ze broer en zus waren. Zo zouden andere mannen Abram niet aanvallen of slecht behandelen omwille van zijn vrouw (Genesis 12:10-20; 20:1-18).
Zelfs uit dit kleine voorbeeld uit Saraï’s leven kunnen we opmaken dat ze gehoorzaam was en dienstbaar aan haar echtgenoot (zie ook 1 Petrus 3:5-6), hoewel zij door Abrams toedoen soms in precaire situaties terechtkwam. In de twee genoemde voorbeelden moest God tussenbeide komen om Saraï te redden en Abrams leugen aan het licht te brengen zodat Saraï niet onteerd werd door mannen die het op haar gemunt hadden.
Sarai moet geweten hebben van de belofte die God aan Abram had gegeven, maar besefte dat het menselijk gesproken onmogelijk was om nog zwanger te worden. Daarom wilde ze Abram helpen door hem haar dienstmaagd Hagar aan te bieden als vervangende vrouw en zo misschien een gezin te bouwen door haar (Genesis 16). Toen Hagar merkte dat ze zwanger was, begon ze Saraï, die onvruchtbaar was, te minachten. Dit droeg nog eens extra bij aan Saraï’s schande en gevoelens van minderwaardigheid.
Sara kreeg uiteindelijk een kind
In totaal moest Saraï 25 jaar wachten op de belofte van een kind en toen was ze al 90 jaar oud. God had haar naam veranderd in Sara en die van Abram in Abraham – Vader van een menigte volken.
In het jaar voordat ze eindelijk een zoon baarde, kwamen enkele bezoekers langs en Sara was druk in de weer bij de ingang van de tent met het maken van brood terwijl ze luisterde naar het gesprek dat Abraham met de bezoekers had. Ze vertelden hem dat Sara een zoon zou baren op dezelfde tijd een jaar later. Sara moest erom lachen omdat ze wist dat zoiets menselijk gesproken onmogelijk was. Maar de bezoekers zeiden: “Zou voor de HEER iets onmogelijk zijn?”. Precies een jaar later bracht ze een zoon ter wereld, en noemde hem Izaäk zoals God hen had gezegd. De naam Izaäk betekent ‘gelach’.
Helaas werd de aanwezigheid van Ismaël, de zoon van Hagar, een probleem voor Sara terwijl Izaäk opgroeide. Toen ze zag dat Ismaël Izaäk leek te bespotten en intimideren, kwam al de woede en jaloersheid van Hagar en Ismaël bij haar naar boven. Ze dwong Abraham om Hagar en haar zoon weg te sturen zodat Ismaël niet samen met haar zoon Izaäk in de erfenis zou delen.
We weten maar heel weinig over Sara’s leven na dit voorval. Er wordt verhaald dat ze op 127-jarige leeftijd stierf (Izaäk moet toen 37 jaar geweest zijn). Abraham vroeg aan de mensen van die plaats of hij land kon kopen om daar zijn vrouw te kunnen begraven. Hij kocht toen de grot van Machpela van de Hethiet Efron. Abraham is daar zelf ook begraven.
Sara in het Nieuwe Testament
- 1 Petrus 3:5-6 – Sara wordt geprezen om haar respect voor haar echtgenoot.
- Hebreeën 11:11 – Ze wordt geprezen om haar geloof.
- Galaten 4 – De apostel Paulus gebruikt Sara en Hagar als voorbeelden van vrijheid en slavernij. Het laat zien dat wij die de Heer kennen, vergeleken mogen worden met de kinderen van Sara — kinderen van de belofte. Wij zijn tot vrijheid geboren, en niet om slaaf te zijn van de zonde.
- Romeinen 4:19-22 – Hier zien we iets vergelijkbaars als in Hebreeën 11, namelijk dat Abrahams geloof werd beloond. Hoewel hij al oud was, en de moederschoot van Sara ‘verstorven’ (of dood), geloofde hij toch Gods belofte.
Jezus Christus werd geboren in de lijn van Abraham en Sara
Al de beloften die God aan Abraham gaf, komen tot vervulling door Sara’s zoon Izaäk. “Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden” (Genesis 12:2-3).
De belofte “in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden” werd door Christus vervuld toen Hij naar de aarde kwam en voor ons stierf zodat wij Zijn heil mogen kennen. In de hele wereld maken mensen deel uit van Gods gezin en weten zich voortdurend door Hem gezegend.
Enkele lessen voor ons
- Niets is onmogelijk bij God. Sara moet zich verheugd hebben toen ze hoorde dat God Abraham een zoon beloofd had. Maar toen de jaren voorbij gingen, moet ze gedacht hebben dat het niet waar was, of dat het steeds onwaarschijnlijker werd. Als we geloven dat God ons iets beloofd heeft, dan moeten we daaraan vasthouden.
- Als God iets belooft, dan gebeurt het ook. Maar Hij houdt Zich niet altijd aan onze kalender. We moeten Zijn beloften, opgetekend in Zijn Woord, stevig vasthouden zonder eraan te twijfelen dat Hij ze waar zal maken.
- Sara was dienstbaar aan haar man in alle nederigheid, zelfs toen haar leven en reputatie op het spel stonden. God heeft ons geroepen tot gehoorzaamheid aan degenen die over ons gesteld zijn. Helaas is het zo dat die het soms bij het verkeerde eind hebben en ons in moeilijkheden brengen. God waakt altijd over ons en is in staat om ons te bevrijden en te beschermen, net zoals Hij deed bij Sara.
- God belooft ons geen gemakkelijk leven. We kunnen te maken krijgen met vreselijke omstandigheden: vervolging, oneerlijke behandeling, intimidatie, gevaar en angst. Maar degenen die op God vertrouwen, kunnen zeker zijn van de belofte van Zijn zegen, zelfs als die later komt dan we graag zouden willen.
Met dank aan GospelImages voor de prachtige afbeelding.

