Wat kan het Bijbelboek Zacharia ons leren?

In hoofdstuk 13:1 van zijn boek schrijft Zacharia iets wat ooit van belang zou blijken te zijn voor alle christenen die Jezus Christus als hun Verlosser aannemen. Zijn woorden waren, “Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.” Zacharia zelf was een profeet die ongeveer 2500 jaar geleden in Jeruzalem woonde. Hij vertelde de Israëlieten wat God aan hem onthuld had. Laten we eens kijken wat die eeuwenoude profetie aan hedendaagse gelovigen te zeggen heeft.

1. Het belang van Zacharia in het Nieuwe Testament

De apostel Johannes bevestigt de vervulling van bovengenoemde profetie twee keer: in 1 Johannes 1:7 en, nog meer tot de verbeelding sprekend, in Johannes 19:34. De vervulling van de profetie van Zacharia gebeurde op die dag – de dag dat Jezus gekruisigd werd. Johannes vertelt hoe een van de soldaten die op Golgotha de wacht hielden, de zijde van Jezus doorboort met een speer. Dit veroorzaakt een plotseling stromen van bloed en water: de ‘bron’ die de reiniging bracht (Hebreeën 9:22) voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem, zoals Zacharia zo’n 500 jaar eerder voorzegd had.

En zoals we weten uit het onderricht van Jezus en de apostelen, is deze reiniging van toepassing op een ieder die Jezus als Verlosser aanneemt (1 Johannes 1:7; Openbaring 1:5). Bijbelgeleerden zien tussen de veertig en zeventig verzen in het Nieuwe Testament waarin het boek van Zacharia geciteerd wordt. Van Jezus Zelf wordt aangenomen[1] dat Hij Zacharia – of liever gezegd, diens moord – benoemde toen Hij de Farizeeën in Jeruzalem beschuldigde, kort voor Zijn eigen executie (Mattheüs 23:35).

In aanvulling op Zacharia 13:1 schrijft Zacharia minstens vijf keer over de Heer Jezus Christus (Zacharia 6:12-13; 9:9; 11:13; 12:10; 13:7b). Hedendaagse christenen grijpen vaak terug op Jesaja 52-23 voor gedetailleerde profetieën over Jezus Christus in het Oude Testament, maar het is duidelijk dat Zacharia ook gezegend was met vele waardevolle gezichten. Hij wordt gerekend onder de zgn. ‘kleine profeten’, waarvan zijn boek de meeste tekst bevat.

2. De boodschap van Zacharia aan het volk van Israël

Zacharia’s voornaamste taak was om Gods waarschuwing en belofte aan het volk van Israël door te geven. “Daarom, zeg tegen hen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten” (Zach. 1:3). Niet terugkeren zal straf opleveren: meerdere verzen benoemen Gods boosheid ten aanzien van het volk (Zacharia 1:2; 1:15; 8:14; 10:3). Maar Zacharia keek uit naar de vervulling van Gods belofte: dat God zou terugkeren naar de Israëlieten om “midden in Jeruzalem [te] wonen” (Zach. 8:3) zodat er weer “vreugde, blijdschap en vreugdevolle feestdagen” zullen zijn (Zach. 8:19).

In voorbereiding op Gods wederkomst moest de tempel van Jeruzalem hersteld worden. Het boek Zacharia is niet makkelijk leesbaar (en zijn oorspronkelijke lezerspubliek – de Israëlieten – hebben wellicht in dezelfde mate met zijn woorden geworsteld als moderne lezers) maar Gods beloftes over het herstel van de tempel (Zacharia 1:16; 4:9; 6:12; 6:15) waren duidelijk genoeg. De Israëlieten zullen dolblij geweest zijn om te zien dat deze beloftes al een paar jaar later vervuld zouden worden. En ondanks de vele strenge woorden waarmee benadrukt wordt dat zij moesten terugkeren naar God, liet God aan Israël en Juda ook Zijn genade zien: “zo zal Ik u verlossen en zult u een zegen worden” (Zach. 8:13).

3. Zacharia’s boodschap aan christenen

Net als Jesaja was Zacharia zich ervan bewust dat Gods verlossingsplan op enig moment in de toekomst de heidenen, de hedendaagse christenen, zou omvatten. “In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de heidenvolken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is” (Zach. 8:23).

Zacharia was niet de eerste die erover sprak dat de heidenen ook betrokken zouden raken; zelfs Abraham wist al dat “alle geslachten van de aardbodem” (en bij ‘alle’ horen wij ook!) ooit in hem gezegend zouden zijn (Genesis 12:3). Zacharia bevestigt deze barmhartige genade opnieuw in hoofdstuk 9, vers 1, waarin hij de stammen van Israël specifiek benoemt maar niet voordat hij schrijft dat God “oog voor mensen” heeft. De boodschap aan christenen is dezelfde als die aan de Israëlieten: keer (terug) naar God, en aanbid Hem.

4. Enkele parallellen tussen Zacharia en Openbaring

Net als Johannes in het boek Openbaring ontving Zacharia visioenen waarin hij zichzelf in gesprek ziet met engelen. Gedurende deze gesprekken worden bepaalde visioenen aan hem uitgelegd. Er is bijvoorbeeld sprake van een Ruiter en paarden (Zach. 1:8; 6:2-3 en Openbaring 6:1-8); Iemand met een meetlint (Zach. 2:1-2 en Openbaring 21:15-17[2] ) en het belang van de juiste schone kleding wordt benadrukt (Zach. 3:4 en Openbaring 3:4; 4:18; 6:11; 7:9; 15:6; 19:13 en vooral ook 19:7). De boeken delen een belangrijke waarschuwing: God is niet blij met zondig gedrag en wil dat de mensen hun gedrag veranderen. De noodzaak tot bekering is een andere parallel. In Zacharia is deze te vinden in 1:4; in Openbaring zegt Jezus tegen vier van de zeven kerken dat ze zich moeten bekeren (Openbaring 2:5; 2:16; 3:3; 3:19).

5. ‘Wist je dat…’

  • De naam ‘Zacharia’ betekent: ‘de HEER onthoudt’.
  • Zacharia een tijdgenoot van de profeet Haggaï was, en de Joden bediende die uit de Babylonische ballingschap waren teruggekeerd.
  • Zacharia’s gesprekken met de Engel bijna komisch zijn. Hij stelt vragen met een gezonde dosis nieuwsgierigheid en bemoeit zich zelfs met de hemelse gang van zaken door kledingadvies te verstrekken (Zach. 3:5). Het gaat allemaal heel anders dan in het boek Openbaring, waarin de apostel Johannes bijna door angst overmand wordt. Misschien veroorzaakt leeftijdsverschil het verschil: Zacharia wordt omschreven als een “jongeman” (Zach. 2:4) terwijl Johannes al op hoge leeftijd was toen hij de visioenen ontving en Openbaring schreef.

[1] Hoewel Jezus duidelijk verwijst naar Zacharia, zoon van Berechja, menen sommigen dat Jezus sprak over Zacharia de priester in plaats van (deze) Zacharia de profeet.

[2] NB Johannes krijgt zelf de opdracht om Gods tempel op te meten in Openbaring 11:1

Deel artikel