Wat is hoogmoed en waarom is het slecht?

De Bijbel veroordeelt hoogmoedige mensen in de meest krachtige bewoordingen (Spreuken 16:5). Dit komt omdat menselijke trots alles ondermijnt waarvoor God ons geschapen heeft.

God heeft ons naar Zijn beeld” geschapen (Genesis 1:27): we zijn als spiegels en ons doel in het leven is om ons in liefde naar God toe te keren (Marcus 12:30) en Zijn heerlijkheid naar de wereld toe te weerspiegelen (Psalm 115:1). Het tegenovergestelde hiervan is de zonde: ons afkeren van God (Romeinen 3:10-12), zodat we Gods heerlijkheid niet meer weerspiegelen (Romeinen 3:23).

Trots: ons van God afkeren

Waarom zouden mensen zich van God willen afkeren? Een deel van het antwoord is trots: ons verlangen om niet God te prijzen (1 Korintiërs 1:31), maar om over onszelf op te scheppen (Filippenzen 3:4-9); niet om Gods naam te verhogen (Matteüs 6:9), maar om naam voor onszelf te maken (Genesis 11:4). Satan deed een beroep op de menselijke trots in de hof van Eden (Genesis 3:5), en door de Bijbel heen zijn er talloze voorbeelden van mensen die zich laten voorstaan op bepaalde zaken in plaats van op God. We zijn trots op onze rijkdom (Deuteronomium 8:13-14); op onze juwelen (Ezechiël 7:20); op ons salaris (Ezechiël 28:5); op onze gezondheid en kracht (Psalm 73:4-6); op onze schoonheid (Ezechiël 28:17); op onze macht (2 Kronieken 26:16); op onze successen (Psalm 140:8) en op onze overwinningen (2 Kronieken 25:19).

Maar in plaats van God nederig te danken voor al deze goede gaven (Romeinen 1:21), weigeren we trots op de juiste manier te reageren op Zijn goedheid (2 Kronieken 32:24-25) en proberen we in plaats daarvan de eer voor onszelf op te strijken voor wat God in en door ons heeft gedaan (Jesaja 10:12-15; 37:23-26).

Trotse mensen hebben er geen belang bij om serieus naar God te luisteren en te gehoorzamen wat Hij hen opdraagt (Leviticus 26:18-19), omdat ze hun vertrouwen op zichzelf hebben gesteld (Jesaja 9:9-10). In plaats van God te zoeken of zelfs maar aan Hem te denken (Psalm 10:4), doen trotse mensen alsof ze zelf op Gods troon zitten (Ezechiël 28:2), in de veronderstelling dat God machteloos is om hun plannen te stoppen (2 Koningen 19:10-13, 22).

Trots misleidt

Trots misleidt ons echter (Jeremia 49:16) en richt onze wijsheid te gronde (Ezechiël 28:17): al onze trotse grootspraak is leeg (Jesaja 16:6). Als we ons van God afkeren op zoek naar vrijheid om ons leven op onze eigen manier te leven, worden we al snel slaven van valse goden en onze eigen koppige verlangens (Jeremia 13:9-10). De gevolgen daarvan zijn catastrofaal. Ten eerste, omdat God ons heeft ontworpen als spiegels om Degene die we aanbidden te weerspiegelen (Psalm 115:8), doen we onszelf steeds meer tekort als we de glorieuze God inruilen voor een onwaardige plaatsvervanger (Romeinen 1:21-32).

Maar ten tweede, en dat is nog veel erger: omdat God onze aanbidding waard is, beledigen we Hem als we ons hoogmoedig van Hem afkeren en vragen we eigenlijk om Zijn straf voor ons ongeloof en onze ontrouw (Jesaja 2:12-18). Trots komt vóór de ondergang (Spreuken 16:18), en de Bijbel staat vol met voorbeelden van hoe God deze ondergang zelfs in dit aardse leven over ons kan brengen, over individuen (bijv. Nebukadnessar – Daniël 4; Haman – Esther 5-7) en over naties (Tyrus – Jesaja 23:9; Babylon – Jesaja 13:19; Moab – Jeremia 48:29-47; Edom – Obadja 1:3; Egypte – Ezechiël 32:12; Assyrië – Zacharia 10:11; Filistea – Zacharia 9:6; Israël – Amos 6:8).

Hoogmoed versus nederigheid

Het tegenovergestelde van hoogmoed is de nederigheid (Spreuken 11:2) die op de HEER vertrouwt (Zefanja 3:11-12) en Zijn woord gehoorzaamt (Jesaja 66:2). Abraham is een goed voorbeeld van dit soort nederig vertrouwen (Hebreeën 11:8-12). In tegenstelling tot mensen die heel erg hun best doen om hun eigen reputatie op te bouwen (Genesis 11:4), vertrouwde Abraham erop dat God zijn naam groot zou maken als hij Hem gewoon zou gehoorzamen (Genesis 12:2). God beloonde Abrahams geloof rijkelijk: via Abrahams nageslacht kwam de Heer Jezus Christus, Die door Zijn eigen volmaakte nederigheid zegen bracht aan alle volken op aarde (Romeinen 3:21-24), precies zoals God in het begin aan Abraham had beloofd (Genesis 12:3)!

Vanuit de hemel zelf afgedaald (Filippenzen 2:5-11), waste de Zoon van God nederig de voeten van zondaars (Johannes 13:1-11) en gaf Hij uit vrije wil Zijn leven voor hen die Zijn vijanden waren (Romeinen 5:10). Op deze manier liet God ons zien hoeveel Hij van ons houdt (Johannes 3:16), zodat we opnieuw op Hem kunnen leren vertrouwen (Romeinen 8:31-39), onze trots kunnen opgeven (Marcus 8:34-38) en het Koninkrijk der Hemelen kunnen beërven (Matteüs 5:3).

Vergeving van hoogmoed

Vandaag biedt Jezus iedereen die het nederig als een klein kind wil aannemen, het geschenk van vergeving aan (Marcus 10:13-27). Vraag God om het geschenk van geloof, zodat je nederig op God leert vertrouwen en zo het overvloedige leven ontvangt (Johannes 10:10) waarvoor God je oorspronkelijk geschapen heeft: een leven dat overloopt van vreugde, omdat we niet langer prat gaan op onze eigen trotse prestaties voor God, maar in plaats daarvan op Gods nederige werk, in Christus, voor ons (Galaten 6:14).

Deel artikel