Wat is het verband tussen wet en genade?

Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.” (Johannes 1:17) Toen Christus “vlees geworden is en onder ons woonde” (Johannes 1:14), was Hij vol van genade en waarheid. Maar wat betekent dat en wat is het verband tussen deze twee en de wet die door Mozes is gegeven?

Om een correct antwoord te geven moeten we ons herinneren dat in het begin God omging met zijn volk (Adam en Eva) in de Hof van Eden. Later kon, als gevolg van de zonde, de mens niet langer in Gods heilige tegenwoordigheid blijven. Maar in Zijn genade schiep God een manier om toch met Zijn volk (Israël) om te gaan, in een tabernakel en later in een tempel. In de context van het maken van de tabernakel vroeg Mozes aan God om Zijn glorie te mogen zien (Exodus 33:18). In antwoord hierop toonde God zichzelf niet fysiek aan Mozes, maar onthulde God Zichzelf als “HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw…” (Exodus 34:6).

De zin “rijk aan goedertierenheid en trouw” kan ook worden vertaald met “rijk in genade en waarheid”. Dit beschrijft Gods trouw aan het oude verbond, aan het verbond van de wet, die Hij had gemaakt met Israel en waarvan Mozes als middelaar optrad. Dus als Johannes Jezus beschrijft als “vol van genade en waarheid” (John 1:14) gaat dit terug op Exodus 34:6 om te bevestigen dat Gods trouw zijn ultieme expressie kreeg in de incarnatie van Zijn Zoon, in zijn nieuwe verbond, het verbond van genade. Wat Johannes wil aantonen is een voortgaande en overtreffende gebeurtenis van het nieuwe verbond ten opzichte van het oude verbond, een superioriteit van de genade over de wet. De apostel toont ons deze superioriteit in de personen van Johannes de Doper, Mozes en Jezus Christus (Lukas 16:16).

Jezus is superieur aan Johannes de Doper (Johannes 1:15-16)

Hoewel Johannes wel fysiek eerder geboren is dan Jezus en ook zijn bediening startte voordat Jezus optrad, wist Johannes dat zijn werk als profeet was om “getuige te zijn van Hem, Christus.” Hij wist dat hij alleen “de stem was van één die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere recht” (Johannes 1:23) en “de vriend van de bruidegom” (Johannes 3:29). Hij wist dat God het nieuwe verbond zou oprichten in de persoon van de Christus, zoals in het Oude Testament was beloofd en uitgesproken door de profeten. Johannes de apostel begreep die superioriteit van Christus boven Johannes de Doper en bevestigde dat ieder die geloofde in Jezus Christus “genade op genade” had ontvangen (Johannes 1:16). Hij bevestigt dat er “genade” is in het Oude Testament, maar de volheid van Gods genade is in het Nieuwe Testament te vinden, in Christus.

Jezus is superieur aan Mozes (Johannes 1:17)

Johannes ziet “genade op genade” in de persoon van Mozes en Jezus en in de verbonden waarvan zij beiden middelaar zijn. In het begin van Jezus’ bediening stelt Filippus vast: “Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.” (Johannes 1:45). Later zal Jezus zijn superioriteit boven Mozes bevestigen tegenover de wetsleraren (Johannes 5:39-47). Er is een superioriteit van het nieuwe verbond boven het oude verbond, van genade boven de wet, want de wet spreekt over Christus. Deze superioriteit is niet gebaseerd op het feit dat Christus een eind maakt aan de wet, maar dat Hij deze vervult (Mattheüs 5:17). Daarom is er geen scheiding tussen wet en genade. Juist het omgekeerde, er is een sterke eenheid tussen deze twee.

De wet toont onze zonde en maakt duidelijk dat wij Gods glorie tekort doen en buiten zijn verbondenheid raken. Maar de wet leidt ons ook náár Christus, de enige middelaar, tussenpersoon tussen God en mens (Galaten 3:24). En juist daar waar genade overvloedig is door Christus, krijgen wij vergeving van zonde en wordt de verbondenheid met God, die we in de Hof van Eden waren kwijtgeraakt, hersteld.

Tenslotte

De relatie tussen wet en genade is, dat het nieuwe verbond superieur is boven het oude verbond, omdat nu Gods wet in onze harten geschreven is (Jeremia 31:33-34; Hebreeën 10:16), en omdat we nu niet meer bezwijken onder de plicht te gehoorzamen aan Zijn wet, maar dat we ervan houden om Zijn wil te doen (1 Johannes 2:5-15), en omdat we berouw krijgen en om vergeving vragen wanneer we zondigen.
Het nieuwe verbond is vol van genade en waarheid in Christus! De wet getuigt van Christus!

Deel artikel