Wat is een zonde van nalatigheid ?

Nalatig zijn betekent dat je iets onterecht verzuimt of achterwege laat. Dus een zonde van nalatigheid betekent dat je iets niet doet terwijl je het wél had moeten doen. Jacobus 4:17 vertelt ons: “Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.” In Romeinen 7:21-23 spreekt Paulus over het probleem dat we als christen ondervinden: we willen wel het goede doen, maar uiteindelijk dóen we het niet omdat andere keuzes veel gemakkelijker zijn.

Dus hoewel we wel weten wat juist en goed is, is het toch niet altijd gemakkelijk om dat ook te gaan dóen: dat is de zonde van nalatigheid of verzuim. God heeft ons Zijn Heilige Geest gegeven om ons te helpen het goede te doen. Als we ons aan Hem onderwerpen en vragen om Zijn hulp, is Hij degene die ons helpt om Gods geboden ook uit te voeren.

De gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan

In Lukas 10:25-37 vertelt Jezus een gelijkenis die ons helpt om die zonde van nalatigheid te begrijpen.

Een man ging van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem de kleren uittrokken, hem daarbij slagen toedienden en hem bij hun vertrek halfdood lieten liggen. Toevallig kwam er een priester langs diezelfde weg, en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij. Evenzo ging ook een Leviet, toen hij op die plek kwam en hem zag, aan de overkant voorbij. Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard en zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom.”
Drie mensen hadden de gelegenheid om te doen wat juist was, maar slechts één van hen deed het ook echt. Jezus’ conclusie was helder: Wij moeten de barmhartige Samaritaan tot voorbeeld nemen, niet de priester of de Leviet die gewoon wegkeken (Lukas 10:36-37).

Jezus waardeert onze goede werken

In Mattheüs 25:31-46 spreekt Jezus over het laatste oordeel. Hij zegt dat God sommige mensen zal zegenen en in Zijn koninkrijk zal uitnodigen en anderen zal afwijzen. De gezegende mensen worden door God geprezen voor het goede dat zij gedaan hebben. “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.” Op hun tegenwerping dat ze zich helemaal niet bewust zijn dit voor God gedaan te hebben, zal Hij antwoorden: “Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.”

De andere groep mensen wordt niet door God gezegend, maar juist naar de eeuwige straf gestuurd omdat zij al deze daden van barmhartigheid hebben nagelaten. Zij hebben verzuimd het goede te doen, terwijl ze er wel de kans voor hadden.

Vermijd nalatigheid

In 1 Korinthe 10:31 zegt Paulus “Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.” Als we leven tot Gods eer en Hem dank brengen, Hem gehoorzamen in alles wat Hij ons opdraagt te doen, dan helpt dat ons om de zonde van nalatigheid te vermijden.

📁
Wat is een zonde van nalatigheid ?

Nalatig zijn betekent dat je iets onterecht verzuimt of achterwege laat. Dus een zonde van nalatigheid betekent dat je iets niet doet terwijl je het wél had moeten doen. Jacobus 4:17 vertelt ons: “Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.” In Romeinen 7:21-23 spreekt Paulus over het probleem dat we als christen ondervinden: we willen wel het goede doen, maar uiteindelijk dóen we het niet omdat andere keuzes veel gemakkelijker zijn.

Dus hoewel we wel weten wat juist en goed is, is het toch niet altijd gemakkelijk om dat ook te gaan dóen: dat is de zonde van nalatigheid of verzuim. God heeft ons Zijn Heilige Geest gegeven om ons te helpen het goede te doen. Als we ons aan Hem onderwerpen en vragen om Zijn hulp, is Hij degene die ons helpt om Gods geboden ook uit te voeren.

De gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan

In Lukas 10:25-37 vertelt Jezus een gelijkenis die ons helpt om die zonde van nalatigheid te begrijpen.

Een man ging van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem de kleren uittrokken, hem daarbij slagen toedienden en hem bij hun vertrek halfdood lieten liggen. Toevallig kwam er een priester langs diezelfde weg, en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij. Evenzo ging ook een Leviet, toen hij op die plek kwam en hem zag, aan de overkant voorbij. Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard en zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom.”
Drie mensen hadden de gelegenheid om te doen wat juist was, maar slechts één van hen deed het ook echt. Jezus’ conclusie was helder: Wij moeten de barmhartige Samaritaan tot voorbeeld nemen, niet de priester of de Leviet die gewoon wegkeken (Lukas 10:36-37).

Jezus waardeert onze goede werken

In Mattheüs 25:31-46 spreekt Jezus over het laatste oordeel. Hij zegt dat God sommige mensen zal zegenen en in Zijn koninkrijk zal uitnodigen en anderen zal afwijzen. De gezegende mensen worden door God geprezen voor het goede dat zij gedaan hebben. “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.” Op hun tegenwerping dat ze zich helemaal niet bewust zijn dit voor God gedaan te hebben, zal Hij antwoorden: “Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.”

De andere groep mensen wordt niet door God gezegend, maar juist naar de eeuwige straf gestuurd omdat zij al deze daden van barmhartigheid hebben nagelaten. Zij hebben verzuimd het goede te doen, terwijl ze er wel de kans voor hadden.

Vermijd nalatigheid

In 1 Korinthe 10:31 zegt Paulus “Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.” Als we leven tot Gods eer en Hem dank brengen, Hem gehoorzamen in alles wat Hij ons opdraagt te doen, dan helpt dat ons om de zonde van nalatigheid te vermijden.

📁