Wat betekent het dat de mens geschapen is naar het beeld van God?

What does it mean that we are created in the image of God?

In Genesis 1:27 wordt ons verteld dat de mens geschapen is naar het beeld van God. Wat betekent dit?

Wat staat er precies in de Bijbel?

Het boek Genesis beschrijft de schepping van de wereld, met inbegrip van de mens. Laten we de verzen eens op een rijtje zetten die zeggen dat de mens naar Gods beeld is geschapen:

  • Genesis 1:26 “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”.
  • Genesis 1:27 “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hen; mannelijke en vrouwelijk schiep Hij hen”.
  • Genesis 5:1 “Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God”.

Een ander vers uit Genesis 5 is nuttig ter vergelijking, omdat het dezelfde uitdrukking gebruikt, maar deze toepast op de menselijke voortplanting.

  • Genesis 5:3 “Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth”.

Wat wordt bedoeld met ‘naar het beeld van God’?

Het scheppingsverhaal zegt dat God de aarde, de planten en bomen en de dieren schiep, allemaal “naar hun soort”. Maar mensen zijn speciaal. Zij lijken op een bepaalde manier op God. Wij hebben enkele eigenschappen van God die dieren niet hebben.

  • Het gaat niet om onze lichamen
    Geschapen zijn naar Gods beeld betekent niet dat we lichamelijk op God lijken. Niemand weet hoe God eruitziet. Toen Hij in het Oude Testament aan de mens verscheen, was er geen zichtbare figuur te ontdekken en God verbood de mensen om beelden van Hem te maken omdat deze nooit waarheidsgetrouw zouden zijn. Hij is te ‘oneindig’ en ‘groot’ om afgebeeld te kunnen worden door een mens.
    De Bijbel beschrijft God vaak in menselijke termen als Iemand die ogen, oren, voeten enzovoort heeft, maar dit is niet letterlijk bedoeld. God kan zien, horen en spreken, maar is niet beperkt tot een menselijk lichaam.
  • Vader en kind
    Adam had een zoon “naar zijn gelijkenis”. Het is opvallend dat Lucas 3:38, waar het geslachtsregister van Jezus wordt vermeld, spreekt over “Seth, de zoon van Adam, de zoon van God”. Gods relatie met de mens wordt dus vergeleken met de relatie van een vader met zijn zoon. Deze beeldspraak wordt heel vaak gebruikt in de Bijbel.
  • Gods vertegenwoordiger
    God gaf de mens de taak om over de schepping te heersen. Hij was Gods vertegenwoordiger. Dat is logisch omdat hij naar Gods beeld is gemaakt. God is immers de ultieme Heerser.
  • Eigenschappen van God die we niet met Hem delen
    God is volstrekt uniek. Er zijn veel eigenschappen die Hij met geen enkel schepsel deelt, zoals Zijn heiligheid, Zijn alwetendheid en Zijn almacht. Bovendien zijn wij mensen heel anders dan God in die zin dat we een lichaam hebben en daarom gebonden zijn aan ruimte en tijd.
  • Eigenschappen van God die we wel met Hem delen
    Er is ook een lijst met eigenschappen van God die we wel met Hem delen – in ieder geval de mens zoals hij oorspronkelijk werd geschapen. De Bijbel somt deze niet één voor één op, maar we kunnen denken aan ons vermogen om te redeneren, na te denken over verleden en toekomst, beslissingen te nemen, begrip te hebben voor anderen en van hen te houden. We zouden moeten lijken op God wat liefde en gerechtigheid betreft. We kunnen met elkaar en met de Heer communiceren. We kunnen Hem aanbidden. Dit zijn dingen die dieren niet kunnen, of slechts in beperkte mate.

Gods beeld in ons is beschadigd door de zonde, maar het is niet verdwenen

Genesis 3 vertelt hoe de zonde in de wereld kwam. Onze relatie met God werd ernstig beschadigd. Dit betekende dat de mensheid zich steeds verder verwijderde van Gods bedoelingen voor ons. De zonde had ook invloed op ons vermogen om lief te hebben, om de juiste beslissingen te nemen, enzovoort. Kortom, het beeld van God werd beschadigd.

Toch was het voorrecht om naar Gods beeld geschapen te zijn niet beperkt tot de eerste mensen en het ging niet helemaal verloren toen ze in zonde vielen. Hun nakomelingen delen in dit voorrecht, ook al zijn ze niet meer volmaakt. Dit wordt duidelijk in Genesis 9:6, waar God tot Noach en zijn gezin spreekt na de zondvloed (dus lang nadat de zonde zijn intrede deed in de schepping): “Wie het bloed van de mens vergiet, door de mens zal zijn bloed vergoten worden, want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt” (Genesis 9:6). De mens mocht dieren doden voor voedsel, maar hij mocht geen medemensen doden. Mensen hebben een speciale positie die niet gebaseerd is op hun bezittingen of prestaties, maar op het feit dat zij Gods beelddragers zijn.

Tim Keller legt het belang hiervan uit: “Als je gelooft in het beeld van God, breidt de cirkel van beschermd leven zich uit. Maar als je niet gelooft in het beeld van God, als je alleen gelooft in capaciteiten of een andere verzonnen benadering van waarom we in mensenrechten geloven, dan zal de cirkel steeds kleiner worden. Hij zal steeds enger worden en steeds minder mensen zullen beschermd worden. Je ziet hoe ongelooflijk, cruciaal, belangrijk de leer van het beeld van God is”.

Een weg naar herstel

Toen Jezus Christus in de wereld kwam en de weg voor ons opende om met God verzoend te worden, heeft Hij ook de weg voor ons geopend om terug te keren naar het beeld van God. In Romeinen 8:29 lezen we: “Want hen die God van tevoren gekend heeft, heeft Hij ook voorbestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn”.

In Efeziërs 4:23-24 worden we als gelovigen aangemoedigd om “vernieuwd te worden in de geest van ons denken, en ons te bekleden met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid” en Kolossenzen 3:9-10 vertelt ons: “Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt, en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft”.

Als we een kind van God worden, ons aan Hem onderwerpen en Hem toestaan om ons te veranderen, weg van onze oude ik, dan zal dat geleidelijk gaan. De persoon die we waren voordat we Christus ontmoetten, zal worden veranderd zodat we weer het beeld van God zullen dragen, dat Hij daar oorspronkelijk heeft neergezet. Hoewel het beeld ontsierd en nauwelijks zichtbaar was door de zonde, zal het toch weer zichtbaar worden, zodat we meer op Christus gaan lijken in ons leven, in onze houding en in de dingen die we denken, doen en zeggen.

Gods werk in ons zal worden voltooid

We zullen nooit volledig zoals Jezus zijn zolang we op deze aarde wonen, maar Filippenzen 1:6 zegt dat “Hij die in u een goed werk begonnen is, [dat] zal voleinden op de dag van Christus”. Dus als we sterven of als Jezus Christus terugkeert naar de aarde, zal Gods werk in ons voltooid zijn en zullen we zijn zoals God, “heilig en onberispelijk en smetteloos voor Hem” (Kolossenzen 1:22).

Deel artikel