Berouw betekent “(erge) spijt over een verkeerde daad; wroeging”. Landen hebben wetten en als mensen die overtreden, worden ze schuldig bevonden en gestraft. Hopelijk zijn ze zich ervan bewust dat ze iets fouts gedaan hebben en vervallen ze niet in herhaling. Wat het Christendom betreft is dat waar God naar op zoek is. De meeste mensen vinden zichzelf brave burgers, die nooit een misdaad begaan hebben tegen de wetten van hun land of tegen God en dus zien ze de noodzaak van berouw of bekering niet in. Waar zouden ze spijt van moeten hebben of zich van moeten bekeren?

In Romeinen 3:23 zegt God “Allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God “. Hij schiep ons en gaf ons wetten en richtlijnen om ons leven naar te richten opdat we “leven (zouden) hebben en overvloed” (Johannes 10:10). Voor veel mensen in deze wereld is dat niet wat ze ervaren. Er zijn wel dagen van geluk en blijdschap, maar de voortdurende overvloed waarover Jezus hier spreekt ontgaat hun.

Als we luisteren of kijken naar de nieuwsberichten moeten we wel tot de overtuiging komen dat het kwaad overal aanwezig is. Dat is het gevolg van het negeren van Gods plan voor ons. Maar Hij heeft het mogelijk gemaakt om bij Hem terug te komen en overvloedige levens te leiden zoals Hij oorspronkelijk voor ons in gedachten had.

Het plan van God

God openbaart Zijn plan door het hele Oude Testament heen. Om te beginnen leerde Hij het volk dat, wanneer ze God onwelgevallig waren geweest, ze tot inkeer moesten komen en een lam moesten offeren om hun spijt te laten zien, en dat God het dan zou aannemen. Hij verwees hiermee naar Zijn uiteindelijke plan dat door een offer de zonde weggenomen zou worden, eens en voor altijd, en dat een voortdurende herhaling van die offers niet langer nodig zou zijn.

In het Nieuwe Testament leren we dat Jezus het Lam was dat God voor ogen had, God Zelf, als mens geboren. Hij werd gekruisigd en God beschouwde dat als straf voor alle zonden die de mensen hadden begaan. We leren dat Christus voor ons gestorven is uit 1 Petrus 3:18: “Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen“. Er zijn nog veel meer andere verzen die hetzelfde zeggen en meer uitleg geven.

Bekeer je van je zonden

God vraagt van ons om ons te bekeren van onze zonden, van ons verzet tegen Hem. We blijven misschien van onszelf zeggen dat we goede mensen zijn en niet gezondigd hebben, maar in Exodus hoofdstuk 20 gaf God ons Zijn Tien Geboden. We denken wellicht dat we ons aan de meeste wel houden, maar bij het eerste gebod vallen we al door de mand (vs. 3): “U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben“. God zegt het zo in Romeinen 3:23: “allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God“.

Daarom moeten we ons bekeren. We moeten erkennen dat we God ongehoorzaam zijn geweest en vaak gedaan hebben waar we zelf zin in hadden, dat we zaken in ons leven hadden die we belangrijker vinden dan God. Jezus zei dat het grootste gebod was om “de Heer uw God lief te hebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand” (Mattheüs 22:37). Iedereen van ons heeft zich hieraan schuldig gemaakt. Maar in 1 Johannes 1:9 lezen we: “Als we onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”.

Als we belijden dat we tekort geschoten zijn ten opzichte van God, zal Hij ons vergeven en ons, als gevolg daarvan, aannemen in Zijn gezin waardoor we een nieuwe relatie met Hem kunnen opbouwen. We zullen het overvloedige leven dat Hij beloofd heeft, beginnen te ervaren. Hij zal een plaats voor ons gereed maken in de hemel (Johannes 14:2-3) en de heilige Geest zenden om ons te helpen Hem te gehoorzamen zodat we kunnen leven op een manier waar God blij mee is.

Heb jij je overtredingen, je zonde, al aan God beleden? Heb je al een nieuw leven ontvangen?