‘En wij hoopten dat Hij het was die Israël zou verlossen. Maar al met al is het al de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn.’ (Lukas 24:21)
‘En Hij zei tegen hen: ‘O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft wat de profeten gesproken hebben!’’ (Lukas 24:25)
Twee leerlingen liepen diep in gesprek van Jeruzalem naar hun eigen dorp Emmaüs. Een wandeling van ongeveer 10 kilometer. Onderweg kwam er iemand naast hen lopen die ze niet kenden. Zij deelden met hem waarover ze spraken: Over Jezus’ dood en begrafenis. Over hun teleurstelling: Jezus leek toch niet Degene te zijn die Israël verlossen zou. Over vrouwen die verkondigden dat Jezus leefde. De ‘Vreemdeling’ gaf de leerlingen min of meer een standje: ‘Wat zijn jullie dom en traag van begrip! Wat hebben jullie van jullie profeten geleerd?’ De Vreemdeling herinnerde hen aan de woorden over de beloofde Verlosser die hen van jongs af aan ingeprent waren. (Bijvoorbeeld in Genesis 3:12; Jesaja 53; Jeremia 31).
Nog steeds herkenden de twee leerlingen niet wie met hen sprak. Dat moment kwam toen de Vreemdeling, tijdens de maaltijd, een stuk van het brood brak. Zagen ze Zijn doorboorde handen en drong het toen tot hen door? De leerlingen hadden gesproken over een gestorven Jezus en hun teleurstelling over Hem. Ook hen kwam Jezus als de Opgestane Heer tegemoet. Toen ze Hem eenmaal hadden herkend, sliepen ze er niet eerst een nachtje over maar ondernamen direct de terugtocht naar Jeruzalem. Dit moesten anderen ook weten: Jezus leeft!
Wat zijn de eerste dingen die je over of van Jezus leerde?

