Waarom wordt Jezus ‘de Mensenzoon’ genoemd?

De aanduiding ‘Mensenzoon’ slaat op Jezus en benadrukt het gegeven dat Hij mens was. Dit is van cruciaal belang want zo kon Hij in onze plaats een offer zijn.

De uitdrukking ‘Mensenzoon’ in de evangeliën

Jezus gebruikt de uitdrukking ‘Mensenzoon’ voor zichzelf 80 keer in de evangeliën: 32 keer in Mattheüs, 14 keer in Marcus, 26 keer in Lukas en 10 keer in Johannes.

Elk evangelie benadrukt een verschillende kant van Jezus.

  • Mattheüs stelt Hem voor als Messias
  • Marcus als de lijdende Knecht
  • Lukas als de Mensenzoon
  • Johannes als de Zoon van God

Als we willen weten waarom Jezus ‘de Mensenzoon’ genoemd wordt, dan is het Lukasevangelie een goede plek om te beginnen.

Waarom Jezus naar de wereld kwam

Jezus is daadwerkelijk de Messias op Wie het joodse volk had gewacht sinds de val van Adam en Eva en vervolgens Gods belofte aan Abraham. De Messias is de Zoon van God, aan Hem gelijk, en God zond Hem naar de wereld om de weg te banen voor de redding van de mensheid. Jezus was 100% God, maar opdat Hij zou kunnen sterven als een offer opdat de mensen gered zouden worden, moest Hij ook 100% mens zijn.

Het Lukasevangelie

In zijn evangelie doet Lukas veel moeite om aan te tonen dat Jezus daadwerkelijk mens is. Hij wil dat zijn lezers dat goed begrijpen.

  • Johannes wordt geïntroduceerd: Lukas begint zijn evangelie met het verslag van de komst van Johannes de Doper. Zijn geboorte wordt door de aartsengel Gabriel aangekondigd (Lukas 1:11-20) en zijn vader Zacharias profeteert over zijn levenswerk als voorloper van de Messias (Lukas 1:76-77).
  • Jezus wordt geïntroduceerd: Vervolgens vertelt hij zijn lezers over Gabriels aankondiging aan het jonge meisje Maria, die verloofd was met Jozef. Voordat ze trouwde, kwam de Heilige Geest over haar en werd ze zwanger van een zoon, die de Zoon van God genoemd zou worden (Lukas 1:26-35).
  • De geboorte van Jezus: Jezus kwam ter wereld zoals alle mensen dat doen, maar in Hem werden veel profetieën vervuld tijdens zijn leven, zoals bijvoorbeeld in Jesaja, de manier waarop Hij verwekt zou worden en de plaats waar Hij geboren werd. Hij werd besneden en opgedragen in de tempel zoals de wetten dat voorschreven met betrekking tot joodse jongetjes.
  • De voorouders van Jezus: In hoofdstuk 3 geeft Lukas het geslachtsregister van Jezus weer dat helemaal teruggaat tot ‘de zoon van Adam, de zoon van God’ (Lukas 3:38b) . Zo benadrukt hij voor zijn lezers dat Jezus zowel de Zoon des mensen is (Adam) als de Zoon van God.
  • De mensheid van Jezus: Op verschillende plaatsen in zijn evangelie doet hij verslag van zaken die laten zien dat Jezus werkelijk mens was. In hoofdstuk 4 lezen we dat Hij na Zijn doop de woestijn in gaat en 40 dagen lang zal vasten. Dan schrijft Lukas: ‘Tenslotte kreeg hij honger‘ (Lukas 4:2). De duivel probeerde misbruik te maken van dat gevoel, deze menselijke behoefte, om Hem te verleiden. Jezus weerstond deze verleiding en nog twee andere met het Woord van God. Als de Mensenzoon is Hij een voorbeeld voor ons van iemand die in verleiding werd gebracht, maar niet zondigde (Hebreeën 4:15). In het evangelie naar Lukas lezen we over andere zeer menselijke eigenschappen van Jezus – vermoeidheid, verontwaardiging, medelijden, verdriet, blijdschap en inlevingsvermogen.

De term ‘Mensenzoon’ in het Oude Testament

We komen de term ‘Mensenzoon’ 107 keer tegen in het Oude Testament, waarvan 93 keer in het boek Ezechiël. Maar waarschijnlijk de belangrijkste vermelding vinden we in het boek Daniël, in hoofdstuk 7. Dat is een profetie over de eindtijd als God gezeten is op Zijn troon. De verzen 13 en 14 spreken over de ‘Mensenzoon’, waarin we Jezus herkennen, die Zijn rechtmatige plaats inneemt en Zijn Koninkrijk dat nooit zal eindigen. “Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan” (Daniël 7:14).

Jezus is de Mensenzoon

Jezus spreekt vaak over Zichzelf als de Mensenzoon, maar als erop aangedrongen wordt, erkent Hij dat Hij ook de Zoon van God is. Dus beide namen kunnen heel goed voor Jezus gebruikt worden en beide laten iets zien over wie Jezus is. Als Hij Zichzelf de Mensenzoon noemt, dan identificeert Jezus zich met ons, in onze menselijkheid, en is Hij onze vertegenwoordiger voor God. Hebreeën 4:15 zegt: “Want wij hebben geen Hogepriester, die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde”. En daarom zegt het volgende vers ook dat we dan “met vrijmoedigheid mogen naderen tot de troon van genade, opdat we barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (Hebreeën 4:16).

Deel artikel