Waarom willen mensen Jezus niet kennen of aannemen?

Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Johannes 1:9-11).

Een zondige wereld

Als we ons willen verwonderen over de zegeningen van de nieuwe schepping, is het belangrijk dat we weten hoe het met de huidige schepping waarin we leven, is gesteld. Zonde kwam de wereld binnen omdat Adam en Eva God ongehoorzaam waren (Genesis 3). Als gevolg daarvan ontstond een fatale breuk in relaties, tussen God en de mens, tussen man en vrouw en tussen de mensheid en de schepping.

Toch kwam die zonde voor God niet als een totale verrassing. Alles was besloten onder Zijn voorzienigheid en onderdeel van Zijn unieke plan om Zichzelf te verheerlijken in Christus door Zijn volk van hun zonden te redden. Dit plan lag al gereed voordat zonde de schepping binnenkwam. Het was al klaar van vóór de grondlegging der wereld in de Drie-eenheid Zelf (1 Petrus 1:20). In het begin schiep God de aarde en was alles nog woest, donker en leeg voordat Hij heelheid bracht door licht, en vervolgens orde en leven (Genesis 1:2). Dit wordt a.h.w. nog eens herhaald in Genesis 3, wanneer God in een wanordelijke, lege en donkere wereld de zondaar tegemoet treedt met de belofte van een Redder (Genesis 3:15).

De belofte ingelost

Er was dus de belofte dat er een Verlosser zou komen naar een wereld verloren in zonde. We zien de vervulling hiervan in het Evangelie naar Johannes in de persoon van Johannes de Doper die de eerste was om de vervulling van die belofte aan te kondigen: “Hij kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden” (Johannes 1:7). God stuurde hem om ervan te getuigen dat Jezus, het ware licht, reeds in de wereld was en dat de profetieën aangaande de komst van de beloofde Messias al vervuld waren.

De afwijzing

Maar de wereld lag nog in de donkerheid van de zonde. Daarom “heeft de wereld Hem niet gekend” en “heeft het volk Israël Hem niet aangenomen” (Johannes 1:10-11). De woorden ‘kennen’ en ‘aannemen’ wijzen hier op iets dat veel dieper gaat. Ze weigerden om een intieme relatie aan te gaan met Degene die ze niet wilden kennen of aanvaarden. Dat was vanwege hun zonde.

Vanwege de zonde was de relatie tussen God en de mens verbroken. Daarom is het onmogelijk voor de mens om als zondaar-van-nature het ware Licht, Jezus, te willen of kunnen ‘kennen’, laat staan ‘aannemen’. Mensen hebben de duisternis meer lief dan het licht, omdat hun werken slecht zijn, en ze komen niet tot Jezus omdat ze niet willen dat hun slechte daden ontmaskerd worden (Johannes 3:19-20).

Zonde is het zich niet willen vereenzelvigen met Gods wet en die juist te overtreden. Toen Adam Gods wet overtrad, zondigde hij dus tegen God. En omdat hij onze aardse vertegenwoordiger is, hebben wij in Adam allen gezondigd (Romeinen 5:12; 5:18). We zijn van nature allemaal zondaren en staan schuldig tegenover God (Romeinen 1:21; 3:10; 7:14-15). Daarom wil niemand Jezus ‘kennen’ of ‘aannemen’. We kunnen dat niet eens omdat we zondaren zijn.

Er is hoop

Maar we weten, wat de duisternis ook probeert uit te richten tegen het licht, dat die pogingen tevergeefs zullen zijn. Hoewel de wereld overgeleverd was aan de duisternis van de zonde en het onmogelijk leek dat het Licht nog zou kunnen doordringen, is er toch de HOOP en de ZEKERHEID dat het Licht zal overwinnen (Johannes 1:4-5). Johannes de Doper had dit begrepen en daarom kon hij ook getuigen van het licht in een vijandige wereld vol van zonde.

Met hetzelfde vertrouwen en dezelfde overtuiging die Johannes de Doper liet zien, worden wij opgeroepen om te getuigen van het ware licht, namelijk Jezus. Dan zal de Geest van God ongetwijfeld zondaren tot bekering brengen, net zoals Hij ons eens uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht heeft geleid (1 Petrus 2:9).

Deel artikel