Toen Jezus op aarde was, gaf Hij Zijn volgelingen opdracht voor twee symbolische handelingen. Wij noemen die “sacramenten”. Het gaat om de doop en het Heilig Avondmaal. Omdat deze sacramenten rechtstreeks door Jezus zijn ingesteld, hechten we daar veel belang aan.
Joden vieren het feest van Pascha
Jezus stelde het Heilig Avondmaal in op de avond dat Hij gevangengenomen werd (Lukas 22:14-20; Mattheüs 26:26-30; Markus 14:22-26; 1 Korinthe 11:23-26). Hij vierde toen samen met Zijn discipelen het feest van Pascha.
De Joden vierden dit feest elk jaar om te herdenken hoe God hen uit Egypte bevrijdde, waar zij als slaven hadden geleefd (Exodus 11–13). De farao liet het volk Israël pas vertrekken nadat God de eerstgeboren zonen van de Egyptenaren had gedood. Deze laatste plaag had God van tevoren aangekondigd. Hij gaf de Israëlieten de opdracht een lam te slachten en een deel van het bloed op de deurposten van hun huizen aan te brengen. Dat bloed diende als teken voor de doodsengel, zodat die de huizen van Gods volk zou voorbijgaan. Daardoor bleven de eerstgeborenen van de Israëlieten gespaard. Deze gebeurtenissen werden herdacht tijdens de Pascha-maaltijd.
De vervulling van dit feest
Toen Jezus het Pascha met Zijn discipelen vierde, maakte Hij duidelijk dat dit feest in Hem zijn vervulling vond. Hij liet zien dat Hij het Lam van God is en dat ieder die bij Hem schuilt, door Zijn bloed gered wordt van de dood. Tijdens de maaltijd nam Jezus het brood en zei dat het Zijn lichaam voorstelde, dat spoedig gebroken zou worden: Hij zou lijden en sterven. Ook nam Hij de beker met wijn en zei dat die Zijn bloed symboliseerde, dat vergoten zou worden. Deze beker was het teken van het nieuwe verbond dat God sluit met iedereen die zijn vertrouwen stelt op Jezus. Wie erkent dat alleen door Zijn offer de weg naar God openligt, ontvangt vergeving van zonden en mag deel uitmaken van het volk van God.
Herinnering aan de dood van Christus
Jezus zei dat Zijn discipelen dit feest vaak moesten vieren, om zo Zijn dood voor ons te gedenken totdat Hij terugkomt en ons voor altijd bij zich zal nemen. In de vroege kerk stond dit Avondmaal bekend als “het breken van het brood” en van de christenen van het Nieuwe Testament is bekend dat ze dit vaak, mogelijk bij iedere samenkomst, vierden (Handelingen 2:42; 2:46). Kerken wereldwijd geven verschillend invulling aan het Heilig Avondmaal, maar de basis is overal hetzelfde: gelovigen komen samen om een stukje brood te eten en een beetje wijn (of druivensap) te drinken, om zo Christus’ dood te gedenken en te vieren.
Andere benamingen
Het Heilig Avondmaal wordt ook wel aangeduid als Maaltijd van de Heer of als Eucharistie (een Grieks woord dat ‘dankzegging’ betekent). Nog een andere benaming voor Heilig Avondmaal is Communie. Dit woord drukt nog iets sterker uit dat we Gods aanwezigheid bij ons erkennen en met Hem verbonden zijn.
Als we samenkomen met andere christenen mogen we het Avondmaal vieren, maar ook samen bidden, elkaar bemoedigen, uit Gods woord lezen en dat bestuderen. Dit moet gebeuren met open harten, als we eerlijk spreken over de gebeurtenissen in onze levens, zodat we elkaar kunnen helpen om geestelijk te groeien en elkaar kunnen bemoedigen in moeilijke tijden.

