Waarom pleit Jezus voor ons ?

Jezus bepleit onze zaak

Er zijn een paar verzen in de Bijbel waarin wordt vermeld dat Jezus voor ons bidt in de hemel. Hebreeën 7:25: “Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten, en Romeinen 8:34: “Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit. In beide verzen wordt het woord ‘pleiten gebruikt’, ook wel vertaald als ‘voorbede doen’.

Betekenis van voorbede

Voorbede betekent: iemand anders’ zaak bepleiten. Dat doet Jezus voor allen die op Hem hun vertrouwen hebben gesteld voor hun redding. 1 Johannes 2:1 voegt eraan toe: “En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de RechtvaardigeHet heil is alleen in Jezus te vinden: Hij is Degene die stierf om verzoening te bewerken. Hij nam onze zonden op Zich en gaf ons Zijn gerechtigheid ervoor in de plaats (2 Korintiërs 5:21). Jezus’ offer was volmaakt en volledig afdoende. Waarom zegt de Bijbel dan dat Jezus nog steeds voor ons pleit?

God is heilig

Dit wijst op het feit dat God een heilig God is die de zonde niet kan verdragen (1 Petrus 1:15-16). Zonde verliest nooit zijn ernst, zelfs niet toen Jezus de perfecte prijs betaalde. God haat de zonde nog steeds. Ieder mens staat veroordeeld voor God vanwege zijn zonde (Johannes 3:18).

Maar door het offer van Jezus is er een weg uit de zonde en uit Gods toorn over de zonde. Die weg is Christus zelf (Johannes 3:16). Het vers in Romeinen 8 zegt: “Wie is het die verdoemt?” (Romeinen 8:34). God heeft het volste recht om ons te veroordelen. Maar zij die op Jezus vertrouwen zijn veilig. Jezus betaalde de prijs om Gods toorn over de zonde weg te doen en Hij bepleit onze zaak met zijn eigen offer als solide basis. Hij is onze Pleitbezorger die wijst op een gebeurtenis in de geschiedenis die ons vrij zal maken: Jezus’ eigen offerdood aan het kruis.

Jezus is de volmaakte Hogepriester

Jezus’ voorbede wijst ook op het feit dat Jezus leeft en de autoriteit heeft gekregen om de eeuwige, volmaakte Hogepriester te zijn. In het Oude Testament werden mensen tot (hoge)priester gewijd om namens het volk op te treden. Ze moesten offers brengen voor de zonde namens de Israëlieten en ook voor hen bidden (Hebreeën 5:1). Maar dat moest steeds opnieuw gebeuren. Priesters stierven, dus moesten er nieuwe priesters worden aangesteld (Hebreeën 7:23). Maar Jezus hoefde het offer maar één keer te brengen. Vervolgens werd Hij opgewekt uit de dood: dit onderstreept de eeuwigheidswaarde van de dood die Hij voor ons stierf (Romeinen 6:9). En omdat Hij leeft, kan Hij onophoudelijk voor ons bemiddelen. Hij gaat ermee door tot in eeuwigheid (Hebreeën 7:24).

Onze verlossing is niet alleen gebaseerd op een enkele gebeurtenis uit het verleden – Jezus’ offer aan het kruis – maar ook op het feit dat Hij leeft en voor ons pleit in het heden en in de toekomst. Hij is in staat om onophoudelijk voorbede te doen omdat Hij voor altijd leeft. Daarom mogen we met groot vertrouwen tot God en de ’troon der genade’ naderen (Hebreeën 4:16). Jezus zal nooit ophouden te bestaan en voorbede te doen – en daarom is Hij in staat om hen die tot God naderen volkomen zalig te maken (Hebreeën 7:25).

God en Jezus zijn Eén

Het is niet zo dat Jezus moet proberen God ervan te weerhouden om ons te straffen, zoals een advocaat de rechter moet proberen te overtuigen van de onschuld van zijn cliënt. God zal ons zeker zien in het licht van de gerechtigheid van Zijn Zoon (Filippenzen 3:9). Het is niet zo dat Jezus vóór ons is en God de Vader tégen ons. God wil dat alle mensen gered worden en tot kennis van de waarheid komen! (1 Timoteüs 2:4). Maar er is maar één weg: Jezus (Johannes 14:6). En Hij is de Enige die onze redding kan bepleiten, niet Maria of een andere ‘heilige‘. Hij is de Enige die ervoor kan zorgen dat vergeving en toegang tot God werkelijkheid worden voor ons (Hebreeën 10:18-22; Hebreeën 4:14-16).

Jezus’ dienst van voorbede dwarsboomt de activiteiten van satan, die ons dag en nacht aanklaagt voor onze God (Openbaring 12:10). Satan is geen partij voor Jezus. God de Vader en de Zoon zijn Eén – één in hun verlangen om iedereen die op Jezus vertrouwt, iedereen die door de Zoon tot God nadert, te vergeven.

Deel artikel