Als we overdenken hoe Jezus Christus moest lijden en sterven aan het kruis, en in het bijzonder wanneer we beseffen dat Hij, de Zoon van God, leed en stierf vanwege ONZE zonden, dan is het begrijpelijk om te vragen: “Waarom was dit nodig? Waarom kon God ons niet gewoon vergeven, in plaats van Zijn eigen Zoon te laten sterven aan een kruis? God had het toch zeker wel in Zijn macht om onze zonden te vergeven zónder dat Jezus gekruisigd hoefde te worden?”
1. De logica achter onze vraag
Als christenen weten we alles van vergeving. We hebben Mattheüs 6:14, Markus 11:25, Lukas 6:37, Efeze 4:32, Kolossenzen 3:13 etc. gelezen en we weten hoe belangrijk het voor ons is om vergeving te schenken als iemand ons benadeelt. En niet slechts één of twee keer vergeven: in Mattheüs 18:22 draagt Jezus Zijn leerlingen op om “tot zeventig maal zevenmaal” te vergeven. Dat betekent in feite dat we altijd moeten vergeven. Ruimhartige vergeving is een godvruchtig principe.
We weten ook dat God vergeeft. In 1 Johannes 1:9 staat, “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
Dus als God vergeeft, hoeven wij alleen maar onze zonden te belijden, toch? God is almachtig (zie bijv. Openbaring 1:8, Psalm 91:1, of 1 Kronieken 29:11) en als we denken aan Jezus’ eigen woorden in Markus 14:36 – “Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U” – kunnen we gemakkelijk de conclusie trekken: God kan de zonden van de mensen gewoon vergeven als Hij dat wil. En toch zegt de Bijbel: “Zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats” (Hebreeën 9:22). Hieruit volgt dat Jezus aan een kruis moest sterven om de wereld met God te verzoenen. Wat zien we over het hoofd?
2. De logica achter Gods beslissing
Vergeving wordt per definitie geschonken door de benadeelde partij.
Als iemand ons beledigt, zijn wij degenen die deze persoon en de belediging vergeven. Die persoon heeft misschien niet eens “Sorry!” gezegd.
Als iemand ons berooft, zijn wij degenen die de dief vergeven. Die dief heeft ons het gestolen goed waarschijnlijk niet eens teruggegeven.
Als iemand ons grote psychische of lichamelijke pijn toebrengt, zijn wij degenen die vergeven. De persoon die de pijn veroorzaakt heeft, kan die niet ongedaan maken.
Wij vergeven omdat ons dat gevraagd is (Efeze 4:32) en omdat vergeven ons helpt en geneest – door afstand te creëren tussen ons en gevoelens van boosheid, bitterheid en wraak.
Jezus vergaf zelfs de soldaten die Hem kruisigden (Lukas 23:34). Toen ze uiteindelijk na Zijn dood beseften Wie Hij was, heeft hen dit wellicht geholpen bij de verwerking van gevoelens van wroeging, onrust of angst omdat ze de Zoon van de Almachtige God gedood hadden. Maar de kruisiging werd daardoor niet ongedaan gemaakt. Onze gestolen goederen zijn nog steeds weg; het verdriet over de belediging hangt nog in de lucht en de persoon die ons kwetste kan ons of anderen opnieuw pijn doen. Met andere woorden, er is geen recht gedaan.
3. Ja maar, kan God niet gewoon onze zonden door de vingers zien?
God is volmaakt rechtvaardig. Als God onrechtvaardigheid zou goedkeuren – wat Hij zou doen als Hij onze onrechtmatigheden door de vingers zou zien – zou Hij niet meer volmaakt rechtvaardig zijn. Het is dan ook geen ‘gebrek aan almacht’ wat God ervan weerhoudt om onze zonden door de vingers te zien; het gaat om het rechtvaardigheidsprincipe. Vaders die een kind vergeven, hoeven alleen maar te kijken naar de impact van wat het kind gedaan heeft, op henzelf. God moet kijken naar de impact van de daden van mensen op andere mensen die daarvan het slachtoffer geworden zijn en recht hebben op gerechtigheid.
Bovendien: als God ons in Zijn hemelse Koninkrijk zou toelaten terwijl wij nog zondaars waren, zou God Zich moeten omringen met schuldige mensen. Dat zou voor God niet aanvaardbaar zijn omdat Hij heilig is en zonde niet kan aanzien (Mattheüs 27:46) en het zou ook niet aanvaardbaar moeten zijn voor onszelf. Wanneer we vertrouwen op 1 Johannes 1:9 moet dit zijn in de wetenschap dat de schuld betaald is en dat het God vrij staat om “ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
Is dit mogelijk? Jazeker. En het goede nieuws is dat we de boete niet eens zelf hoeven te betalen!
4. Wat is het principe van verzoening?
De barmhartige beslissing om iemand te vergeven betekent niet dat die persoon vrijgesteld wordt van juridische gevolgen. Als we, volgens de wetten van het land waarin we wonen, een misdrijf begaan, dan moeten we straf verwachten. Zelfs als ons slachtoffer ons vergeeft. Vergeving is geen alternatief voor gerechtelijke vervolging. Dit geldt in ieder wetssysteem ter wereld en het geldt ook voor God. God vergééft, maar Zijn ‘wetssysteem’ verlangt ook gerechtigheid.
Overal ter wereld geldt in culturen en samenlevingen dat criminelen die hun straf uitgezeten hebben in de gevangenis of anderszins een straf hebben ondergaan, voor hun misdaad betaald hebben. Dus hoe zouden wij kunnen betalen voor een vergrijp tegen de Almachtige God, onze Schepper? Volstaat een gevangenisstraf? Levenslange dwangarbeid misschien? Een boete? Maar waar zouden we die mee kunnen inlossen? Uiteindelijk heeft God alles op deze aarde gemaakt en is Eigenaar van alles (Psalm 24:1; 1 Korinthe 10:26; Haggai 2:9). Het is duidelijk dat deze genoegdoening iets vereist dat veel kostbaarder en meer bijzonder is.
5. Hoe is het mogelijk dat Jezus voor ons stierf?
Volgens Romeinen 6:23 is de toepasselijke straf al vastgesteld: “Want het loon van de zonde is de dood.” In het Oude Testament legde God de Israëlieten het systeem van dierenoffers op. Zonden werden symbolisch overgedragen op een dier, waarna het dier geslacht werd. De dood van het dier volstond voor een tijdelijke genoegdoening. Dit offersysteem was geen toevallige keuze: het voorafschaduwde het bloed van Jezus Christus dat onze zonden verzoent – voor altijd (Hebreeën 9:12-14).
Jezus, de Zoon van God, het smetteloze Lam, is het enige Offer Dat waardevol genoeg is om de blijvende verzoening van de zonden van de mensheid te bewerkstelligen. Hij is vrij van zonde omdat Hij nooit gezondigd heeft. Niets en niemand is waardevoller dan Jezus: Jezus ‘moest’ sterven, en om die reden werd Jezus geboren. Zijn dood was geen jammerlijke samenloop van omstandigheden: zo was het altijd Gods plan geweest (Johannes 3:16).
Hier voelen we ons wellicht wat ongemakkelijk bij. Maar zoals de christelijke voorganger en schrijver Tim Keller het in zijn boek “In Alle Redelijkheid”1 omschrijft:
“Op dit punt is het cruciaal om ons eraan te herinneren dat het christelijk geloof Jezus Christus altijd heeft verstaan als God. God veroorzaakte geen pijn bij een ander, maar absorbeerde aan het kruis de pijn, het geweld en het kwaad van de wereld in Zichzelf. Daarom is de God van de Bijbel niet zoals de primitieve natuurgoden die bloed eisten om hun wraak af te kopen. Dit is een God die mens wordt en Zijn eigen levensbloed opoffert om morele gerechtigheid en genadige liefde te eren zodat Hij op een dag al het kwaad kan vernietigen zonder ons te verwoesten.”
Daardoor houdt voor ons Romeinen 6:23 niet op na het woord ‘dood’. Er staat nog achter: “…maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.” De dood van Jezus is Gods geschenk aan ons, waardoor wij gered werden op het moment dat Jezus stierf. Daarom was Jezus’ dood, zoals die door de profeet Jesaja zo’n 700 jaar eerder voorzegd was (Jesaja 52:13-53:12), absoluut noodzakelijk. Zonder Zijn dood zou Zijn bediening zinloos zijn geweest en zou Zijn opstanding Hem niet als de Zoon van God bevestigd hebben.
- Tim Keller, “In Alle Redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici”. Franeker: 2008. Uitgeverij van Wijnen. Vertaling van “The Reason for God — Belief in an Age of Skepticism”. Het geciteerde gedeelte staat op pagina 203. ↩︎

