Waarom lijkt God Zich zo vaak te verbergen?

Why does God seem hidden so often?

Als God er is, waarom toont Hij zichzelf dan niet wat duidelijker? Of je dat nu gelovig vraagt vanuit het lijden (Psalm 10:1), of triomfantelijk retorisch vanuit ongeloof (Johannes 7:3-5), de veronderstelling achter de vraag is hetzelfde: Gods klaarblijkelijke “verborgenheid” is vreemd en bijna beschamend voor Hemzelf. Als God er werkelijk is, moet Hij ons dat duidelijker tonen.

De visie van de Bijbel

Maar de Bijbelse visie is anders. “Voorwaar,” zegt Jesaja, “U bent een God Die Zich verborgen houdt, de God van Israel, de Heiland (Jesaja 45:15). Salomo bevestigt: Het is Gods eer een zaak verborgen te houden” (Spreuken 25:2); en Jezus roemt Zijn Hemelse Vader juist hiervoor:

Op dat moment verheugde Jezus zich in de geest en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen” (Lukas 10:21).

Hoewel door de hele Bijbel heen geschiedenismomenten worden beschreven waarin Gods aanwezigheid onmiskenbaar was (bv. Exodus 14:21-31), toch zijn er grote delen van het Oude Testament waarin God ver weg leek van Zijn uitverkoren volk, zoals in de eeuwen van Egyptische slavernij (Genesis 15:13; Handelingen 7:6), onder de leiding van de richters (1 Samuel 3:1), gedurende de Babylonische ballingschap én in de 400 jaren na de profeet Malachi. Zelfs in het Nieuwe Testament, als God Zelf in de wereld verschijnt als de mens Jezus Christus (Johannes 1:14), blijft Hij verborgen voor velen.

Zijn nederige geboorte in een Bethlehemse voerbak, in plaats van een koninklijk paleis (Lukas 2:7), en Zijn vroege levensjaren in de onooglijke stad van Nazareth (Mattheüs 2:23) verwarren velen, die verwachten dat de Messias met grandeur zal verschijnen (Mattheüs 2:1-2; Johannes 1:45-46). Gedurende Jezus’ publieke optreden waren velen blind voor Gods aanwezigheid onder hen, inclusief niet alleen Jezus’ religieuze opponenten (Johannes 7:24-27), maar ook het verdere Joodse volk (Johannes 1:10-11) en zelfs Zijn eigen discipelen (Johannes 14:8-10). Jezus’ identiteit, Zijn onderwijs en missie waren allemaal verborgen voor het oog, in overeenstemming met de enige Oudtestamentische profetie die in alle vier Evangeliën én in Handelingen en Romeinen wordt aangehaald:

Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe, en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen”(Jesaja 6:9-10).

Of zoals Jezus het zegt: “Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat zij die niet zien, zien zouden, en die zien, blind zouden worden” (Johannes 9:39).

Splitsing van de mensheid in twee verschillende groepen

We kunnen nu begrijpen waarom God zo vaak verborgen lijkt. Gods “verborgenheid” is een weloverwogen strategie om de mensheid op te splitsen in twee verschillende groepen.

Aan de ene kant belooft Jezus, dat ieder die God zoekt, Hem zal vinden (Lukas 11:9-13; vergelijk Jeremia 29:13-14; Handelingen 17:27-28), en die zoektocht zal de moeite waard zijn (Mattheüs 13:44-46)! Hoewel God onzichtbaar is (Johannes 4:24; 1 Timotheüs 1:17), en we niet zomaar Zijn heiligheid kunnen zien (Exodus 33:18-23; Jesaja 6:1-3), is Gods “eeuwige kracht en goddelijkheid” zichtbaar gemaakt in de natuur (Romeinen 1:20; Psalm 19:1-4) en vooral het duidelijkst zichtbaar in de Bijbel (Hebreeën 1:1; Psalm 19:7-11), gefocust op het goede nieuws over Jezus (Hebreeën 1:2-3).

Overal om ons heen kunnen we zien dat Jezus’ belofte werkelijkheid is geworden: het evangelie is wonderbaarlijk uitgewaaierd (Mattheüs 24:14; Markus 14:9), ondanks verschrikkelijke vervolging (Handelingen 5:38-39), tot alle volkeren van de wereld (Mattheüs 28:18-20)!

Aan de andere kant waarschuwt Jezus dat wie niet naar God zoekt, zelfs het kleine beetje begrip dat hij nog bezit zal verliezen (Markus 4:24-25). Zoals het ongelovige Israel, dat Gods profeten de mond snoerde en uiteindelijk ook Zijn Zoon (Markus 12:1-12), zo zullen velen vandaag zichzelf verblinden voor Gods zelfopenbaring in de schepping (Romeinen 1:18-19, 28) en de Bijbel zelf (Lukas 16:27-31).

Bijvoorbeeld als God door natuurkrachten een universum schept, dat in de woorden van fysicus Stephen Hawking, “blijkbaar een ontwerp heeft dat precies is afgestemd op onze behoeften en maar weinig ruimte laat voor variaties, als wij moeten kunnen bestaan”, secularisten toch God ontkennen omdat Zijn werk wetenschappelijk verklaarbaar is; maar als God handelt op een onwetenschappelijke manier, zoals in Jezus’ wonderlijke opstanding uit de dood, diezelfde secularisten Gods werk ontkennen omdat het wetenschappelijk onmogelijk is!

Wees moedig

Als jij een christen bent en je ervaart God als op grote afstand, wees dan moedig: God heeft jou niet verlaten! Gods “verborgenheid” heeft, net als elke andere beproeving in je leven, tot doel om jouw geloof te doen rijpen (1 Petrus 1:6-7) doordat je leert om nog dichter naar God toe te gaan. Onderzoek je leven en bid voor het geval dat God je tucht geeft vanwege onbeleden zonde (Jesaja 59:2; Micha 3:4; 1 Petrus 3:7, 12). Als je geweten zuiver is, troost je dan met koning David en andere bijbelse geloofshelden, die in dezelfde situatie waren als jij en toen leerden om God te vertrouwen in de duisternis (vergelijk Psalm 13; 44 en 69).

Kijk omhoog in de zekere verwachting van de nieuwe schepping (Romeinen 8:18-25), waar je uiteindelijk Gods aangezicht zult zien (1 Johannes 3:2; Openbaring 22:4). En kijk terug in geloof naar Jezus Christus die dit mogelijk heeft gemaakt. Omdat Hij door God was verlaten in de duisternis (Markus 15:33-34), zullen wij niet meer buitengesloten worden als Hij terugkomt (Mattheús 25:30).

Zoals Petrus zegt:
Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen” (1 Petrus 1:8-9).

 

Deel artikel