Bijbelwoord.nl
lijden

Waarom laat God het lijden toe?

Veel mensen raken in verwarring door het lijden in deze wereld. Ze vragen zich af: ”Als God almachtig en volkomen goed is, waarom laat Hij dan het lijden toe?” Voor sommigen is dit niet zomaar een theoretische vraag, maar een diepe persoonlijke wanhoopskreet, een uiting van intense persoonlijke pijn.

Dank aan onze hemelse Vader, Die onze noden kent nog voordat we vragen en Die ons de wijsheid en moed geeft die we nodig hebben. De Bijbel laat ons dit van begin tot eind zien.

Begin

De Bijbel begint met het verhaal over de schepping (Genesis 1-2). God is de niet-geschapen Schepper van alle dingen (Genesis 1:1).  Hij heeft macht het hele universum uit het niet te voorschijn te roepen (Hebreeën 11:3). Alles wat God maakte was “zeer goed” (Genesis 1:31) en tot de eerste mensen sprak Hij beloften van zegen, overvloed en bescherming (Genesis 1:28-30; Genesis 2:16-17). Al meteen in het begin van de Bijbel blijkt dan ook duidelijk, dat God almachtig en volkomen goed is. In dit prille begin van de schepping bestaat er geen lijden.

Eind

De Bijbel eindigt met een blik op de nieuwe schepping, waar geen lijden meer bestaat. “En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.” (Openbaring 21:3-4). Aan het eind van de Bijbel blijkt dus ook weer Gods almacht en goedheid; in de nieuwe schepping zal dan ook geen lijden meer bestaan.

Gevolgen van de zonde

“Waarom dan pas, en niet nu?” vraag jij je misschien af. “Wat is er misgegaan?” Hoewel Gods schepping aanvankelijk een meesterwerk was en zelfs een hersteld en nog groter meesterwerk zal worden, is deze schepping nu bedorven door de zonde. En wij zien en voelen allemaal de gevolgen vandaag de dag: lijden.

Genesis 3 vertelt ons wat er mis ging: Adam en Eva geloofden de leugen van satan. In plaats van God te vertrouwen probeerden ze meer voor zichzelf te leven dan God lief te hebben en Hem te gehoorzamen. Een onvermijdelijk gevolg van hun zonde was lijden. Meteen nadat ze ongehoorzaam werden aan God schaamden Adam en Eva zich (vers 7) en werden bang (vers 8-10). Toen Adam en Eva vervolgens hun schuld ten gevolge van hun zonde probeerden te negeren, veroorzaakten ze de pijn van verbroken relaties (vers 12 en 13). Tot op de dag van vandaag ondergaan wij dat eveneens als we ongehoorzaam zijn aan God. Ook wij voelen vandaag de dag pijn als we door iemand anders oneerlijk worden behandeld.
Dat is zeker ook van toepassing op mensen die als christen willen leven. Christenen ontdekken dat, als je God lief hebt en radicaal voor Hem wilt leven, je zult worden vervolgd door Gods vijanden (1 Johannes 3:12).

Waarom God de gevolgen toelaat

Als we vragen waarom God deze gevolgen van de zonde toelaat, dan verzekert de Bijbel ons dat God de zonde en de gevolgen daarvan haat en er eens mee afrekent (Openbaring 21:8). Maar omdat God zeer genadig is, is er nog uitstel om zondaars de kans te geven zich nog te bekeren (2 Petrus 3:9). Ook ons kan God de gevolgen van de zonde laten zien en ervaren. Zodat we zelf tot het besef zullen komen hoe afschuwelijk de zonde is (Romeinen 7:13) en waarom God de zonde zo verschrikkelijk haat (Psalmen 11:5).

De Bijbel leert ons dat lijden ook terug te brengen is tot de vloek op de zonde. God toont dit drie keer aan in Genesis 3: strijd tegen satan (vers 14 en 15); strijd in de familie (vers 16); strijd in de wereld (vers 17 en 19). De vloek brengt extra leed in de wereld met zich mee. Bijvoorbeeld de verdrukking door satan (Job 2:13), bezetting door demonen (Matteüs 15:22; 17:15), geestelijke blindheid (2 Korinthe 4:4), afwijkingen bij geboorte (Johannes 9:2), ziekten (Lukas 4:38) en “natuurrampen”, zoals hongersnood (Handelingen 7:11).

Vloek

Eén van de dingen die wij vaak zo afschuwelijk vinden is dat het meekomende lijden volslagen willekeurig en oneerlijk schijnt te zijn. God heeft de wereld onderworpen aan de vergankelijkheid, maar “er is hoop” (Romeinen 8:20). Maar totdat de vloek is weggenomen, leert Jezus ons dat God ons waarschuwt voor de gevolgen van die vloek: onze wereld ligt onder Gods oordeel, en als we ons niet bekeren zullen we allen evenzo omkomen (Lukas 13:1-5).

Het is mogelijk dat wij met lijden geconfronteerd worden als een direct gevolg van onze zonden. Wellicht hebben we voor dergelijk lijden het meest begrip: onze Hemelse Vader kastijdt ons voor onze zonden (Hebreeën 12:5-11). Evenals kleine kinderen moeten we voor ons bestwil wel eens tot de orde worden geroepen (Spreuken 19:18), zodat we in de toekomst minder gevaar lopen (Spreuken 22:6). Veel christenen kunnen zich pijnlijke perioden in hun leven herinneren, en met Jesaja zeggen: ”Zie, tot vrede is de bitterheid voor mij bitter geweest, want U hebt mijn ziel lieflijk omhelsd, van het graf van ontbinding vandaan gehaald. Want U hebt al mijn zonden achter Uw rug geworpen” (Jesaja 38:17).

Straf

Het meest tragische van alle lijden echter is veroordeling voor zonde: de straf op de zonde, waarvoor Jezus ons waarschuwt en die allen wacht die geen berouw tonen (Mattheüs 25:46; Markus 9:43-44;vgl Openbaring 14:11). Als we vragen waarom God dit lijden toelaat, zegt de Bijbel ons dat Hij het niet alleen toelaat: Hij gebiedt het (Mattheüs 25:41), want God is heilig en rechtvaardig (1 Johannes 1:5), en God zou onrechtvaardig zijn als de zonde voor altijd ongestraft zou blijven (Romeinen 3:25-26). Maar, prijs God!

Jezus’ lijden

Niet alleen zondaars die geen berouw hebben zullen de veroordeling door God ondergaan Door de hele Bijbel heen weerklinkt Gods belofte, dat Zijn onschuldige Gezalfde de straf voor de zonden van zijn volk zal dragen (Jesaja 53:10-1; Hebreeën 9:26; 1 Petrus 2:24). Omdat Jezus Zijn leven heeft gegeven voor Zijn vrienden (Johannes 15:13), wordt een ieder die zijn geloof op Hem bouwt heilig geacht (Hebreeën 13:12) en niet veroordeeld (Johannes 5:24)! Halleluja – dank aan God voor Zijn onbeschrijfelijke gave!

Hoewel satan dat niet kan bevatten (Markus 8:33), zien wij in het lijden van Christus de liefde van God (Galaten 2:20). Omdat Christus voor ons heeft geleden (1 Petrus 2:24), hebben wij zowel een antwoord op het vraagstuk van het lijden, als ook de kracht voor de weg van het lijden (Handelingen 14:22). Als we ons kruis op ons nemen en Jezus volgen (Markus 8:34), weten we dat onze hoop niet beschaamd zal worden (Romeinen 5:3-5), want onze Heiland weet het allerbest wat lijden betekent, en lijdt zelfs met ons mee (Handelingen 9: 4): we kunnen er op vertrouwen dat onze goede Herder ons teder door elke beproeving, waarvoor we komen te staan, heen leidt (Hebreeën 2:18; 4:15-16).

Troost

Als het lijden van Christus ons leven binnenkomt, zien we dat Zijn troost dat ook doet (2 Korinthe 1:5-7) en ons kracht geeft om ons zelfs in onze pijn te verblijden (Jakobus 1:2). Want in de strijd kan onze Heiland ons voor struikelen behoeden (Judas 24), ons geloof louteren (1 Petrus 1:7) en ons het Koninkrijk Gods waardig achten (2 Thessalonicenzen 1:4-5). Hij zal ons sterken tot het einde (1 Petrus 5:10).

Heerlijke toekomst

Voor een christen is er één doorslaggevende reden waarom God ons lijden toelaat: om ons te bepalen bij het lijden van Christus. Of ons lijden nu komt door de gevolgen van zonde, vloek op de zonde, of de veroordeling voor zonde, we zien het alles met de blik op het kruis. En we verheugen ons want “er is nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn” (Romeinen 8:1).
Inderdaad, “het lijden van deze tegenwoordige tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden” (Romeinen 8:18). “Want onze lichte verdrukking. die van korte duur is, brengt in ons een alles overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg” (2 Korinthe 4:17).

Lees ook eens: Welke macht heeft de duivel?