Met Kerst vieren we de geboorte van Jezus Christus. Hij kwam om Zijn volk te redden van hun zonden (Matteüs 1:21). Om mensen te kunnen redden moest Hij eerst Zelf mens worden. Hij was de goddelijke én menselijke vertegenwoordiger van de mensheid. Maar dat roept een andere vraag op. Omdat Jezus de almachtige God is, had Hij eenvoudig als een volwassen man kunnen komen, klaar om met Zijn taak hier op aarde te beginnen. Maar zo is het niet gegaan. Hij heeft 30 jaar tamelijk anoniem rondgelopen voordat Hij met Zijn werk begon. Dus nogmaals, waarom kwam Jezus als baby?

Voor 100% mens, één van ons in elk opzicht

Jezus werd voor 100% mens. Daar hoort de vernederende ervaring van het geboren worden bij, inclusief het hulpeloze van een baby en de afhankelijkheid van Zijn ouders. Jezus had geen lagere weg kunnen kiezen. Zijn aardse leven omvatte het proces van opgroeien, het gehoorzaam leren zijn (Hebreeën 5:8) en het meemaken van de moeilijkheden van de puberteit.

Door als baby geboren te worden en op te groeien in een heel gewoon, menselijk gezin, vereenzelvigde Jezus Zich met ons in alle opzichten. Hij weet wat het betekent om een kind te zijn, een puber en een volwassene. Hij doorliep al deze menselijke levensfasen. Hij kan daarom ook meevoelen met ons terwijl we dezelfde uitdagingen en verleidingen meemaken. Hebreeën 4:14-15 verwoordt het zo: “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij verzocht is, maar zonder zonde.

Profetieën aangaande een baby

Een profetie uit het Oude Testament over de Messias laat al doorschemeren dat Hij als baby zou komen. Jesaja 9:5-6 beschrijft de Messias als “Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”, die op de troon van David zal zitten, terwijl Hij ook “een Kind” genoemd wordt dat ons geboren is. Dit is opmerkelijk.

Nog een belangrijke tekst staat in Jesaja 7:14, die aangehaald wordt in Mattheüs 1:23 als slaande op Jezus: “Daarom zal de Heer Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven”. Deze persoon, wiens naam “God met ons” betekent, zal uit een maagd geboren worden, en niet plotseling als volwassene verschijnen.

Ware Zoon van David

Als Jezus uit de hemel was neergedaald als een volwassen man, zou Hij nooit de beloofde “Zoon van David” hebben kunnen zijn. Het Oude Testament voorzegt dat de Heiland een nakomeling van Eva zal zijn (Genesis 3:15). In Genesis 12:1-3 vermeldt God dat alle volken gezegend zullen worden door Abraham. Zijn kleinzoon Jakob kreeg twaalf zonen, en kort voor zijn dood profeteert Jakob dat de nakomelingen van zijn zoon Juda koningen zullen zijn – niet alleen over Jakobs andere nazaten, maar over vele volken (Genesis 49:10). Koning David komt uit de stam Juda. God doet hem de volgende belofte: “Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn” (2 Samuel 7:16).

Al deze tekstverwijzingen maken duidelijk dat de Messias uit een bepaald volk, stam en zelfs een specifieke koninklijke familie zal komen. Als de engel Gabriël de geboorte van Jezus aankondigt, sluit hij aan bij die verwachting: “Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heer, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen” (Lukas 1:32-33).

Mattheüs begint zijn verslag met een geslachtsregister van “Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham”, om zo te laten zien dat Jezus werkelijk de langverwachte Messias is. Je kunt dit voor jezelf lezen in Mattheüs 1:1-17 (of vergelijken met Lukas 3:23-38). Om al deze profetieën in vervulling te doen gaan, moest Hij niet alleen een mens worden, maar geboren worden als de “Zoon van David” en de “Leeuw van Juda” (Openbaring 5:5).

Dit feit is wellicht niet zo belangrijk als het gaat om Jezus’ dood als zoenoffer, maar zeker wel als het gaat om Zijn rol als rechtmatige Koning van Israël – en van alle volken. De lijdende Knecht en de zegevierende Koning zijn Eén en Dezelfde! Dit wordt prachtig beschreven in Filippenzen 2:8-11: “En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader.

De kleine baby, wiens geboorte we vieren met Kerst, is de almachtige en eeuwige Koning van het heelal.