‘Jezus zei tegen haar: Vrouw, waarom huilt u? Wat zoekt u?’ (Johannes 20:15)
‘Maria Magdalena berichtte de discipelen dat zij de Heere gezien had’ (Johannes 20:18).
Zodra Maria van Magdalena zag dat de steen voor het graf van Jezus weg was, had ze het blijkbaar in paniek op een rennen gezet. Ze vertelde Petrus en Johannes over het open graf en stond nu zelf, niet ver bij het graf vandaan, te huilen. Iemand vroeg haar waarom ze huilde. Wat een vraag op deze plek van rouw! En nu was er blijkbaar ook nog grafschennis gepleegd. Wat een verwarring en verdriet.
Maria zag twee gestalten in het graf, maar het leek niet tot haar door te dringen wat deze hemelse boodschappers zeiden. Ze wachtte in ieder geval hun antwoord niet af. Verblind door tranen keerde ze zich om. Daar stond nog Iemand die vroeg waarom ze huilde. Verblind door tranen gaf ze antwoord. Toen hoorde ze haar naam uitspreken: ‘Maria.’ Nú herkende ze de stem die tot haar sprak. Het was Jezus, haar Meester!
Diep verdriet maakte in haar binnenste plaats voor diepe vreugde. Maria van Magdalena was op zoek gegaan naar een dode Jezus. Nu kwam Hij haar levend tegemoet. Ze mocht het als eerste aan de andere volgelingen vertellen: ‘Jezus leeft!’
Zijn er woorden, of is er een vraag van Jezus, die jou met nieuwe ogen naar Hem hebben leren kijken?

