In Romeinen 9:13 schrijft Paulus, die Maleachi 1:3 aanhaalt: “Zoals er geschreven staat: ‘Jakob heb ik liefgehad, maar Ezau heb ik gehaat”. Waarom haatte God Ezau dan? Het korte antwoord is dat het ons niet wordt verteld, en daarom weten we het ook niet.

Echter, Paulus’ punt in Romeinen 9:6-29 is dat God selecteert, of kiest, wie hij wil. Het feit dat een persoon een afstammeling is van Israël (Jakob) betekent niet dat hij een van Gods volk is (Romeinen 9:6-7). Het zijn veeleer degenen die “van de belofte” zijn (Romeinen 9:8) die Gods kinderen zijn. Daarom was Izak een van Gods kinderen, maar Ismaël niet. Op dezelfde manier koos God bij Jakob en Ezau voor Jakob, maar niet voor Ezau. En dit was voordat zij werden geboren (Romeinen 9:11). Daarom was Jakobs’ uitverkiezing en Ezau’s afwijzing door God niet afhankelijk van wat zij deden – het was eerder Gods vrije soevereine keuze. Paulus pakt dit verder uit in de rest van het hoofdstuk. Het belangrijkste principe staat echter in Romeinen 9:15, 18:

Want Hij (God) zegt tegen Mozes: “Ik zal Mij ontfermen over wie ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie ik barmhartig ben.” Dus dan heeft Hij (God( medelijden met wie Hij wil, en verhardt Hij wie Hij wil.

Gods uitverkiezing

Paulus’ punt is dat de uitverkiezing “niet afhankelijk is van hem die wil of hem die hardloopt, maar van God die zich ontfermt” (Romeinen 9:16). Waarom heeft God dan een hekel aan Ezau? Zoals ik al eerder zei, wordt ons dat niet verteld. Maar we weten wel dat het volgens Gods soevereine uitverkiezing was.

Maar Gods uitverkiezing van sommige mensen, maar van andere niet, geeft de mensen geen excuus om zich niet tot de Heer Jezus te wenden in bekering en geloof. Paulus behandelt dit bezwaar in 9:19-21:

U zult dan tegen mij zeggen: ‘Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft zijn wil weerstaan?’ Maar, o mens,  wie bent u toch dat u God tegenspreekt? Zal ook het maaksel tegen hem die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom heeft u mij zó gemaakt?  Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp klei het ene voorwerp tot een eervol, het andere tot een oneervol voorwerp te maken?”

Gehoorzaam God

God beveelt “alle mensen overal om zich te bekeren” (Handelingen 17:30). Daarom, als je je nog niet hebt bekeerd en je tot de Heere hebt gewend, maak je dan geen zorgen of God je wel heeft uitverkoren. Gehoorzaam eerder God, door je ongehoorzaamheid aan Hem te belijden en op Jezus te vertrouwen voor de vergeving van die ongehoorzaamheid.

Een laatste punt is dat het misschien nogal hard klinkt om te horen dat God bepaalde mensen haat. Dit weerspiegelt echter Gods houding ten opzichte van hen die niet zijn volk zijn (zie bijvoorbeeld Psalmen 5:5; 11:5), en is nauw verbonden met Gods toorn (zie Romeinen 1:18-20). Het is echter ook belangrijk om te beseffen dat God niet zoals wij is. Als we boos zijn op een persoon, is dat meestal onze enige emotie/attitude ten opzichte van die persoon. Maar God kan nog steeds (in zekere zin) degenen liefhebben die Hij haat. Zoals Jezus zegt in Matteüs 5:45:

“Want Hij [de Vader] laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en op het onrechtvaardigen.”

Met andere woorden, God doet het goede voor (dat wil zeggen, in zekere zin heeft Hij lief) zelfs degenen die slecht zijn, die Hij haat, omdat Hij hen van zon en water voorziet.