Waarom gaf God zoveel details over de stammen van Israël?

black-holy-bible-on-pulpit

Abraham was door God gekozen om de vader van een nieuwe natie te worden. God sloot een verbond met Abraham en beloofde dat Hij hem zou zegenen. Hij zou de vader van volken zijn en door hem zou de hele wereld gezegend worden (Genesis 12:1-3).
Zijn zoon Izak had twee zonen: Ezau en Jakob. God koos Jakob om de lijn van Abraham voort te zetten. Hij zou de ontvanger zijn van de verbondsbelofte aan Abraham gegeven. God veranderde Jakobs naam in Israël.
De 12 stammen van Israël zijn gevormd door de afstammelingen van de 12 zonen van Jakob / Israël.

Jakob’s familie

Jakob verhuisde samen met heel zijn gezin naar Egypte. Maar op dat moment waren ze alleen maar een heel grote familie. Na 400 jaar was het gezin van Jakob evenwel een volk geworden, maar zij waren slaven in Egypte.
God verloste hen en bracht hen uit Egypte. Onder leiding van Mozes transformeerde Hij hen van een groep van 2 miljoen slaven tot een natie met orde, regels en voorschriften. God gaf zeer gedetailleerde informatie aan Mozes over de stammen en families, hun erfenis en land, omdat ze naar Kanaän gingen om het te veroveren en het tot hun eigen land te maken.

Sommige stammen hadden een sleutelrol

De stammen zijn te beschouwen als individuele staten die samen de natie van Israël vormden. Verschillende stammen hadden belangrijke rollen. Zoals de stam van Levi, waaruit de religieuze leiders, de priesters van deze nieuwe natie, gekozen werden. Daarom zien we dat God veel over deze stam spreekt, en ook over hoe deze stam het werk moest vervullen dat God hun had gegeven.
Juda is een andere belangrijke stam, omdat uit deze stam de beloofde Messias zou komen.

De namen van stammen waren niet zo belangrijk toen Israël zich vestigde in het land Kanaän. Alleen als een leider of profeet uit een bepaalde stam aantrad, kwam zo’n stam extra voor het voetlicht.

Deel artikel

Share on facebook
Share on twitter
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email