Waarom deed Jezus wonderen?

Toen Jezus ongeveer 30 jaar oud was, begon Hij zijn bediening op aarde waarbij Hij het goede nieuws van Gods Koninkrijk verkondigde. Zijn prediking ging vergezeld van vele wonderen. Deze werden niet verricht om indruk te maken op de scharen, want vaak vroeg Jezus de mensen die genezen werden om zich stil te houden, en Hij hield geen van tevoren aangekondigde genezingssamenkomsten. Waarom verrichtte Hij dan toch deze wonderen?

Om te laten zien dat Hij de Messias is

Jezus was de Redder en Messias op Wie het joodse volk had gewacht. Maar vele bedriegers hadden deze titel voor zichzelf opgeëist en daarom geloofden de mensen niet onmiddellijk dat Jezus de Messias was, vooral ook omdat Hij (nog) niet voldeed aan al de verwachtingen die het joodse volk koesterde omtrent een messias. Daarom deed Jezus wonderen om zijn aanspraken te onderstrepen en de profetieën uit het Oude Testament aangaande de Messias die zou komen in vervulling te doen gaan.

Lees maar eens Mattheüs 8:16-17:
Toen het avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, opdat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen”.

Een ander voorbeeld kun je vinden in Mattheüs 11:2-6:
Toen Johannes in de gevangenis over de werken van Christus gehoord had, stuurde hij twee van zijn discipelen, en zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander? En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt”.

Om Johannes’ twijfels weg te nemen, beschreef Jezus de wonderen die Hij had verricht en die Jesaja’s profetieën over de Messias in vervulling hadden doen gaan (Jesaja 29:18-19 en 35:5-6). Deze waren het bewijs dat Jezus wel degelijk de Messias was. Velen werden overtuigd door Zijn wonderen, “en velen uit de menigte kwamen tot geloof in Hem en zeiden: Wanneer de Christus komt, zal Hij toch niet meer tekenen doen dan Híj gedaan heeft?” (Johannes 7:31).

Om te laten zien dat Hij de Zoon van God is

Jezus was een mens. Maar Hij was ook God. Dit was aan de buitenkant niet te zien. Jezus’ beweringen dat Hij de Zoon van God was, werden gezien als godslasterlijk door de religieuze leiders en zelfs zijn eigen broers dachten dat Hij Zijn verstand verloren had (Marcus 3:21). Jezus’ tekenen leverden het bewijs dat Hij werkelijk bovennatuurlijke krachten had en dus God was.

Twee tekenen die dit aantonen, hebben te maken met een storm op het meer. Eens was Jezus in een bootje aan het slapen tijdens een storm. Toen Hij wakker werd, beval Hij de zee om rustig te worden en de wind ging liggen. De discipelen werden vervuld van grote vrees en zeiden tegen elkaar: “Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” (Marcus 4:39-41). Ze kenden ongetwijfeld enkele Bijbelverzen die ondubbelzinnig naar God verwijzen, bijvoorbeeld:

  • De HEER in de hoogte is machtiger dan het bruisen van machtige wateren, de machtige golven van de zee” (Psalm 93:4).
  • Hoe zou een sterveling rechtvaardig kunnen zijn voor God? … Hij alleen spant de hemel uit, en Hij treedt op de hoogten van de zee” (Job 9:1; 9:8).
  • U heerst over de overmoed van de zee; wanneer haar golven zich verheffen, stilt Ú ze” (Psalm 89:10).

Als deze verzen ook van toepassing zijn op Jezus, dan is de enig mogelijke gevolgtrekking dat Hij God is. Een andere keer, liep Jezus over het water om Zich bij Zijn leerlingen in de boot te voegen terwijl het stormde. Toen Hij in de boot gegaan was, hield het op met stormen. Bij die gelegenheid aanbaden de discipelen Hem met de woorden: “Werkelijk, U bent de Zoon van God!” (Mattheüs 14:32-33).

In de Evangeliën komen we nog veel meer bovennatuurlijke tekenen tegen die Jezus deed. Hij gaf duizenden mensen te eten met slechts vijf broden en twee visjes; Hij dreef demonen uit; Hij genas blinden, doven en verlamden; Hij wekte zelfs enkele mensen op uit de dood. (Al deze dingen zetten de mensen wel aan het denken, zie Mattheüs 9:4-8, Marcus 6:2 en Johannes 9:16). Jezus Zelf zei daarover: “Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf” (Johannes 14:11).

Om te laten zien hoe Gods Koninkrijk er uit ziet

Behalve dat ze aantonen dat Jezus de Messias is en de Zoon van God, laten Zijn wondertekenen ook iets zien van de nieuwe aarde die God zal maken. Tim Keller legt dat op een prachtige manier uit in zijn boek ‘In alle redelijkheid’[1]:

Wij moderne mensen denken bij wonderen aan fenomenen die de natuurlijke orde een halt toeroepen, maar Jezus bedoelde ze als het herstel van de natuurlijke orde. De Bijbel vertelt ons dat God de wereld oorspronkelijk niet gemaakt had als een plaats van ziekte, honger en dood. Jezus is gekomen om de wereld te verlossen waar zij verkeerd is en om haar te genezen waar zij gebroken is. Zijn wonderen zijn niet slechts bewijzen dat hij macht heeft, maar ook schitterende aanwijzingen van wat hij met die macht gaat doen. Jezus’ wonderen zijn niet alleen een uitdaging aan ons verstand, ze zijn een belofte aan ons hart dat de wereld die we allemaal willen eraan komt.

[1]Tim Keller, “In alle redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici” (Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2008), pagina 111. Dit boek verscheen oorspronkelijk in het Engels onder de titel “The Reason for God: Belief in an Age of Skepticism” (New York: Dutton, 2008)

Deel artikel