“En de schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en: Door de aanvoerder van de demonen drijft Hij de demonen uit.” (Markus 3:22)
Jezus’ optreden trok de aandacht van de religieuze autoriteiten in Jeruzalem. Ze hadden met eigen ogen gezien dat Hij mensen genas en demonen uitdreef, maar Hij hield Zich niet aan hun voorschriften. Hij genas mensen op de sabbat, de wekelijkse rustdag. Bovendien claimde Jezus zonden te kunnen vergeven, iets wat alleen God Zelf kan. Dat beschouwden ze als godslastering. Daarnaast ging Hij om met mensen aan de rand van de samenleving. In de ogen van de religieuze leiders wierp dat een smet op Zijn reputatie. Tenslotte vormde Jezus’ populariteit een bedreiging voor hun eigen positie.
Al met al waren de religieuze leiders niet blij met Jezus’ optreden. Om Zijn groeiende populariteit in te dammen, spraken de schriftgeleerden een oordeel uit: volgens hen kon Jezus demonen uitdrijven omdat Hij Zelf bezeten was door de aanvoerder van de demonen.
Met een paar woorden liet Jezus zien hoe onzinnig die bewering was: “Als de satan tegen zichzelf opstaat en verdeeld is, kan hij niet standhouden, maar is dat zijn einde.” (Markus 3:26)
Jezus heeft daadwerkelijk macht over demonen omdat Hij hun leider, de satan, heeft ontwapend (zie Lukas 10:17-19 en Kolossenzen 2:15). De beslissende slag vond plaats aan het kruis. Juist door te sterven, bleek Jezus sterker. In Zijn dood heeft Hij de satan overwonnen. Alle lof aan Hem!

