Voordat we kunnen begrijpen hoe iemand vrij van zonde kan zijn, moeten we eerst zien wat de Bijbel zegt over de menselijke natuur. David schrijft in Psalm 51:7 dat hij “in ongerechtigheid geboren” en “in zonde ontvangen” is. Daarmee bedoelt hij dat zonde niet pas begint wanneer we verkeerde dingen doen; we worden al met een zondige natuur geboren. We zondigen omdat zonde diep in ons hart geworteld is.
We kunnen onszelf niet bevrijden
De Bijbel leert dat wij onszelf niet van de zonde kunnen bevrijden. Jezus zegt: “Iedereen die de zonde doet, is een slaaf van de zonde” (Johannes 8:34). Paulus schrijft zelfs dat wij “dood waren” door de overtredingen en de zonden (Efeziërs 2:1). Een slaaf kan zichzelf niet bevrijden en een dode kan zichzelf niet levend maken. Daarom hebben wij hulp van buiten onszelf nodig.
We hebben een Redder nodig
Die hulp vinden we in Jezus Christus. Door Zijn dood aan het kruis droeg Hij de straf die wij verdienden voor onze zonden (1 Petrus 2:24). Maar Hij deed meer dan dat: Hij schonk ons ook Zijn eigen gerechtigheid (2 Korintiërs 5:21). Daardoor ziet God iedereen die op Christus vertrouwt als rechtvaardig. Onze redding berust dus niet op wat wij doen, maar op wat Christus voor ons heeft gedaan. Hij maakt ons vrij van de zonde.
Waarom worstelen christenen nog met zonde?
Op dit punt denk je misschien: “Maar dat is niet mijn ervaring, ik worstel nog dagelijks met de zonde en geef er vaak aan toe.” Om dat te begrijpen, moeten we iets weten over de tijd waarin we leven.
Met de dood, opstanding en hemelvaart van Christus is Gods Koninkrijk al begonnen. Christenen behoren nu al bij Christus en hebben deel aan Zijn nieuwe leven. Paulus zegt bijvoorbeeld in Efeziërs 2:6 dat God “ons met Hem heeft opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten heeft gezet in Christus Jezus”. Tegelijkertijd leven we nog steeds in deze gevallen wereld. Daarom ervaren we een voortdurende spanning tussen wie we vroeger waren en wie we uiteindelijk zullen worden.
Het christelijke leven bevindt zich tussen deze twee werkelijkheden. We zijn niet meer wie we waren, maar ook nog niet volledig wie we zullen zijn. Daarom zijn we in Gods ogen rechtvaardig, terwijl we in ons dagelijks leven nog steeds tegen de zonde strijden. Maarten Luther vatte dit samen met de woorden: “tegelijkertijd rechtvaardig en zondaar.”
Paulus beschrijft deze strijd in Galaten 5:17: het vlees en de Geest staan tegenover elkaar. De oude zondige natuur trekt ons de ene kant op, terwijl de Heilige Geest ons leert leven naar Gods wil. Die innerlijke strijd is een teken van geestelijk leven.
Strijd tegen zonde
Hoe moeten christenen dan vechten tegen de zonde? Paulus roept gelovigen steeds weer op om te leven vanuit hun nieuwe identiteit in Christus. In Romeinen 6 legt hij uit dat onze oude mens met Christus is gekruisigd en dat wij voor de zonde gestorven zijn. Daarom moeten we onszelf zien zoals God ons ziet: dood voor de zonde en levend voor Hem.
Dat betekent niet dat de strijd voorbij is, maar wel dat de zonde niet langer de baas hoeft te zijn. Christenen worden opgeroepen om zich niet meer door de zonde te laten beheersen, maar zichzelf toe te wijden aan God en te leven in gehoorzaamheid aan Hem (Romeinen 6:12-14).
Vrij zijn van zonde betekent dus niet dat een christen nooit meer zondigt. Het betekent dat de macht van de zonde is gebroken en dat we door Christus vergeving, een nieuwe identiteit en de kracht ontvangen om steeds meer te leven zoals God het bedoeld heeft.

