Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? […] Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt.” (Mattheüs 6:31-32)

Volwassenen zijn gewend voor zichzelf te zorgen. En dat is ook goed. De Bijbel moedigt ons aan om dat te doen: zoals mieren in de zomer ijverig bezig zijn om voldoende voedsel te verzamelen voor de winter, zo moeten ook wij ons best doen om te voorzien in de dagelijkse behoeften van onszelf en onze familie. In zoverre God ons de mogelijkheden gegeven heeft om voor brood op de plank te zorgen, moeten we ons daar zeker voor inzetten. Maar in deze zelfstandigheid schuilt ook een gevaar. We kunnen zomaar het gevoel krijgen dat we alles zelf in de hand hebben en het wel zonder God redden — wat echter niet waar is. En als het soms eens niet zo goed gaat, als er tekorten dreigen, maken we ons ernstig zorgen of er wel voldoende te eten zal zijn, omdat we menen dat wij hiervoor verantwoordelijk zijn.

Ook in dit opzicht kunnen we van kinderen leren. Zij weten dat ze afhankelijk zijn van hun ouders en vertrouwen op hun zorg. Zo mogen ook wij onze bezorgdheid loslaten en vertrouwen dat onze hemelse Vader ons alles zal geven wat we nodig hebben.

Hoe vind jij de balans tussen vertrouwen op God en het nemen van je eigen verantwoordelijkheid?