Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.” (Johannes 20:29)

Om een kind van God te kunnen zijn, heb je geloof nodig in Hem en in Zijn woorden. Je kunt geen kind van God zijn als je niet gelooft dat Hij je grote en betrouwbare hemelse Vader is, en dat Jezus Christus God de Zoon is die jou heeft gered van je zonde.

Kinderen stellen vaak een heleboel vragen. Ze vinden niets vanzelfsprekend. Maar als ze antwoorden krijgen van hun ouders (of leraren, of andere volwassenen die ze vertrouwen) dan aanvaarden ze die antwoorden als betrouwbaar. Zo moeten wij ook geloven. Het is goed om vragen te stellen. Maar als we antwoorden vinden in Gods Woord, hebben we geloof nodig om die antwoorden als betrouwbare waarheid te aanvaarden. Want veel cruciale ‘beweringen’ in de Bijbel kunnen niet wetenschappelijk worden bewezen of door mensenogen worden gezien. “Wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen” (2 Korinthe 5:7).

Thomas vond het moeilijk om te geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan, hoewel Hij van tevoren had gezegd dat dit zou gebeuren. “Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven”, zei hij. Maar Jezus spreekt juist die mensen zalig die geloven en hun hemelse Vader vertrouwen zonder gezien te hebben.

Geloof jij op die manier?