“Doe mij recht. o God en voer mijn rechtszaak.” (Psalm 43: 1)
Elk mens verlangt naar recht. Wie heeft er niet bepaalde dingen in het leven, waar je onrecht hebt ervaren. Het kan gaan over geld. Je meende recht te hebben op een subsidie, maar je kreeg die niet terwijl anderen hetzelfde bedrag met het grootste gemak binnenhalen.
Of je dacht erkenning te krijgen voor een prachtige prestatie die je had neergezet, maar een ander ontving de complimenten ervoor.
In het wereldgebeuren in het groot zien we ook genoeg onrecht, waar we zouden willen dat God recht doet.
Waarom doet God geen recht? Waarom pakt Hij het kwaad niet aan? Waarom kunnen boosdoeners zo lang doorgaan?
Als we die vraag stellen, vergeten we vaak één belangrijk ding: In Psalm 130 staat “Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal staande blijven?” Het antwoord op deze vraag is namelijk: “Niemand.” En dat betekent niemand inclusief jij en ik. Ook wij blijven niet staande als God recht zou doen.
Wij verlangen meestal alleen naar recht op die punten waar het ons goed uitkomt. Wij willen zelf natuurlijk doorgaan met wat we doen. Maar als God naar recht gaat handelen, dan is dat volledig recht en treft dat ons net zo hard als elke grote misdadiger.
Hoe zit dat eigenlijk bij jou met het zoeken naar recht. Gaat dat op de manier zoals het jou goed uitkomt? Wat zie je als je eens eerlijk naar jezelf kijkt?
Begrijp je dat als God recht doet, volledig recht doen voor Hem de enige optie is?

