“Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van zijn aangezicht.” (Psalm 42:6 en 9)
De psalmen hadden destijds hun plaats in de tempeldienst. Nog steeds worden de psalmen in diverse talen en vertalingen gezongen. Wat een kracht zit er al eeuwen in deze liederen! Het tweede deel van het Bijbelboek Psalmen omvat de psalmen 42-72. In psalm 42 spreekt de dichter zijn intense verlangen naar God uit. Hij schreeuwt het uit dat hij zonder God niet verder kan. Vijanden vragen: ‘Waar is nu die God van jou?’ (vers 11) Iedere gelovige wordt geconfronteerd met nood, zorgen, eenzaamheid, vijandschap. Het ergste in deze periodes kan dan zijn dat je het gevoel hebt dat God het niet merkt of zo ver weg lijkt. Het is krachtig zoals de dichter in deze psalm zichzelf dan toespreekt: ‘Hoe onrustig je ook bent, blijf God vertrouwen!’ (vers 6 en 9)
Gebedsoefening:
Lees psalm 42 langzaam en aandachtig als een gebed. Voeg al lezend je eigen vragen, nood of (dank)woorden toe. Laat rusten wat je niet direct begrijpt. Merk je dat bepaalde woorden of zinnen je extra raken, herhaal deze dan. Bid zo deze psalm door en dank God aan het eind voor Zijn aanwezigheid.

