Verhalen vol magie — onschuldig vermaak of gevaarlijk terrein?

Al zolang de mensheid bestaat, worden er verhalen verteld — van oeroude mythes en literaire klassiekers (zoals het Gilgamesj-epos en de Ilias), tot de sprookjes van Andersen en prentenboeken over dieren die allerlei avonturen beleven. Sommige verhalen zijn waargebeurd, maar vele bevatten ook fictieve elementen of zijn volledig ontsproten aan de fantasie van de verteller.

Verhalen zijn krachtig. Ze weten ons emotioneel te raken en prikkelen onze verbeelding. Goed geschreven of uitgebeelde verhalen bieden niet alleen vermaak, maar vormen ook een indringende vertolking van grote waarheden. Ze blijven vaak beter hangen en maken meer indruk dan feitelijke, beschrijvende teksten. Dat geldt voor een volwassen publiek, maar nog sterker voor kinderen. Geen wonder dus dat kinderen al van jongs af aan worden omringd met verhalen.

De Heere Jezus gebruikte ook vaak verhalen om Zijn boodschap over te brengen. Hij vertelde gelijkenissen over het Koninkrijk van God (zoals in Mattheüs 13). Hij hield Zijn publiek een spiegel voor met verhalen over ongehoorzame zonen en onbetrouwbare wijnbouwers (zie Mattheüs 21:28-32 en 21:33-46). Feitelijk bestaat de Bijbel voor een groot deel uit verhalen die ons laten zien Wie God is en hoe Hij de geschiedenis leidt. Ze openen onze ogen voor tijdloze waarheden, ook als deze verhalen zich afspelen in een andere tijd, plaats of dimensie.

De wereld van fantasie en fictie

Voor een verdere verkenning van dit onderwerp is het van belang om verschillende vormen van verhalen te onderscheiden.

  • Waargebeurde verhalen zijn vertellingen over gebeurtenissen die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van het volk Israël die wordt beschreven in Bijbelboeken als Exodus, Samuel en Koningen. Deze verhalen kunnen kunstig vormgegeven zijn, maar vormen een betrouwbaar verslag gebaseerd op historische feiten.
  • Fictieve verhalen zijn door de verteller bedacht. Zo schreef Eduard Douwes Dekker (alias Multatuli) het beroemde boek “Max Havelaar” om misstanden en uitbuiting in Nederlands-Indië aan de kaak te stellen. Dit was een verzonnen verhaal, maar zo geschreven dat het mensen een indringend en realistisch inzicht gaf in de werkelijkheid die Dekker onder de aandacht wilde brengen. Max Havelaar heeft niet echt bestaan, maar er waren talloze mannen zoals hij.
  • Ook fictie zonder expliciete politieke of morele lading kan zich afspelen in een verzonnen maar realistische setting. Dat helpt om je in te leven in een personage: jij had zomaar in dezelfde situatie kunnen zitten en dezelfde avonturen kunnen beleven. Of het geeft je juist een inkijkje in een andere tijd of cultuur, waar je verhalenderwijs kennis mee maakt.
  • Een stap verder gaat het genre van “fantasie-verhalen” (fantasy). Deze verhalen gaan over verzonnen wezens en/of werelden die zich buiten onze nuchtere werkelijkheid bevinden. Dieren kunnen praten, kikkers veranderen in prinsen en dappere helden verslaan mythische monsters. Vaak bevatten deze verhalen ook magische elementen. Hoofdpersonen hebben bovennatuurlijke krachten en heksen bedienen zich van toverspreuken of geheimzinnige rituelen. Dit voegt een element van spanning toe; een opening naar onbekende werelden die onze nieuwsgierigheid prikkelen.

Kies zorgvuldig wat je leest of kijkt

Juist omdat verhalen zo meeslepend zijn en diepe indruk maken, is het belangrijk zorgvuldig te kiezen wat we willen lezen of kijken — en wat we onze kinderen aanbieden. Verhalen over gruwelijke oorlogen kunnen onze ogen openen voor de harde realiteit waarin de personages leven/leefden, en die misschien wel parallellen heeft in onze eigen wereld. Maar als geweld in een verhaal wordt verheerlijkt, kan dat ons juist afstompen en onze blik vertroebelen. Een goed verhaal geeft ons inzicht in de gedachten en leefwereld van de personages. We kunnen leren van de ervaringen die zij opdoen. Maar wat doet het met ons als de hoofdpersonen voortdurend lopen te vloeken, Gods geboden aan hun laars lappen en verwerpelijke morele keuzes maken? Moedigen verhalen ons aan om de juiste weg door het leven te zoeken, of normaliseren ze een leven zonder God?

Overwegingen rondom fantasie-verhalen en magie

Sprookjes en mythes zijn van alle tijden. Maar de laatste decennia is het aantal (kinder-)boeken over tovenaars, heksen, elfjes en andere magische wezens sterk toegenomen. En ook buiten boekwinkels en bibliotheken kom je ze tegen: pyjama’s van Harry Potter, Legosets met “nachtmerriewezens van de Neder Heks” of een kaartspelletje “Vlotte Geesten”. Fantasy en magie is niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Dat vraagt om doordenking: hoe ga je hier als christen mee om?

  • Fictieve verhalen kunnen een uitgebreide metafoor of vergelijking zijn. Fantasieverhalen gaan over zaken die niet werkelijk bestaan. In C.S. Lewis’ verhalen over Narnia komt bijvoorbeeld een leeuw voor die kan spreken en denken als een mens, bovennatuurlijke krachten heeft en zijn leven opoffert om de vloek te verbreken en Narnia te redden van de kwade machten. Het is duidelijk dat deze leeuw niet echt bestaat. Maar het verhaal is een aansprekende illustratie van een heel echte werkelijkheid, namelijk van Jezus Christus Die mens werd, bovennatuurlijke macht had en Zichzelf opofferde om de macht van satan te verbreken. Als we in de Narnia-film zien hoe de leeuw wordt gemarteld en gedood, kunnen we de diepte van Jezus’ liefde wellicht nog beter “voelen” dan als we er alleen over lezen in de evangeliën: “Wow, DIT is wat Jezus voor mij heeft gedaan!” En de kwade wezens uit het verhaal kunnen ons meer bewust maken van de waarschuwing in 1 Petrus 5:8 dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw, op zoek naar prooi om te verslinden. Natuurlijk kan geen enkel fantasieverhaal de plek van de Bijbel innemen, maar verhalen kunnen haar waarheden op een frisse, fantasievolle manier op doen lichten.
    Ik denk dat Jezus dit ook deed met Zijn gelijkenissen. Waarom zei Hij “Ik ben de goeder Herder?”. Niet omdat Hij echt een herder was. En mensen zijn geen schapen. Toch brengt de vergelijking met schapen en een herder Jezus’ boodschap krachtiger over dan gewoon te zeggen “Ik zorg voor mensen.” Sommige waarheden overstijgen woorden — ze hebben illustraties nodig die onze verbeelding en emoties aanspreken. Daar zijn verhalen heel geschikt voor.
  • Verzonnen verhalen kunnen een tegenwicht vormen tegen een al te plat en mechanisch wereldbeeld. Wat wij zien met onze ogen, is niet de gehele werkelijkheid. Poëzie en verhalen kunnen ons daarvan bewust maken.
    Ook in de Bijbel worden beelden gebruikt die niet passen in onze nuchtere, alledaagse werkelijkheid. Zo schrijft Jesaja 55:12, “De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.” Een ander voorbeeld is het boek Openbaring, dat vol staat met engelen, mythische wezens en draken. Zacharia beschrijft visioenen waarin een vliegende boekrol de vloek verbeeldt die God heeft uitgevaardigd, en “vrouwe Goddeloosheid” in een meelvat wordt weggedragen door twee vrouwen met de wind onder hun vleugels (zie Zacharia 5). Hier wordt een geestelijke realiteit uitgedrukt in woorden en beelden die we niet letterlijk zo tegenkomen op straat.
  • Tegelijkertijd moeten we er ons van bewust zijn dat magie niet slechts fantasie is. Geestelijke machten zijn reëel en oefenen invloed op ons uit. Ze zijn boven-natuurlijk, maar allerminst fictief of onschuldig. Daar moeten we dus zorgvuldig mee omgaan! Als boeken of films occulte zaken voorstellen als grappig vermaak of de drempel verlagen om zich hiermee in te laten, kunnen we daar maar beter ver vandaan blijven. De Bijbel waarschuwt ons immers streng tegen waarzeggerij, toekomstvoorspellingen, tovenaars of het raadplegen van geesten (zie o.a. Deuteronomium 18:10-12, Galaten 5:19-20, Openbaring 21:8). Als we deze zaken normaliseren in spelletjes, boeken en films, spelen we met vuur.

Brengen verhalen ons dichter bij God, of houden ze ons bij Hem vandaan?

Zoals bij alle dingen in het leven, komt het er ook bij verhalen op aan hoe ze ons beïnvloeden in ons karakter, in onze relatie met anderen en vooral in onze relatie met God. John Piper verwoordt dat in een interview1 als volgt:

“Leidt een fictieve wereld vol fantastische gebeurtenissen mensen eerder weg van — of juist naar een echte wereld waarin water in wijn verandert, een echte man over water loopt, verlamden werkelijk lopen en blinden zien, vijf broden vijfduizend mensen voeden, er een echte opstanding van de doden is en een echte hemelvaart van de Koning, een echte God-mens? Stuurt fictie mensen daarheen of leidt zij hen daarvan af? Dat is volgens mij de kernvraag. Helpt fictie of schaadt zij bij het zoeken om mensen wakker te schudden voor de werkelijkheid — voor de werkelijkheid van God in Christus met al de vreemde en wonderlijke, bovenaardse werkelijkheden die werkelijk bestaan: schepping uit het niets, alomtegenwoordige voorzienigheid, grote watermassa’s die zich in tweeën splijten, de zon die stil blijft staan aan de hemel, bijlkoppen die drijven, de incarnatie van God in de mensheid door een maagdelijke geboorte, kruisiging, opstanding, wederkomst van een soevereine Koning?
Helpt het gebruik van taal die een alternatieve wereld schept om een verhaal te vertellen, om mensen wakker te schudden voor de bovennatuurlijke werkelijkheden die echt bestaan? Of leiden die hen af en vervangen ze die werkelijkheid? Helpen ze of schaden ze?”

Deze vragen zullen we telkens weer moeten afwegen als we verhalen lezen, beluisteren of bekijken. Als we dat biddend doen, mogen we vertrouwen op de leiding van de Heilige Geest die ons onderscheidingsvermogen geeft om te weten wat goed en zuiver is en past bij een leven in Gods licht.

1 John Piper, “Is There Good Magic and Edifying Sorcery?”

📁 ,
Verhalen vol magie — onschuldig vermaak of gevaarlijk terrein?

Al zolang de mensheid bestaat, worden er verhalen verteld — van oeroude mythes en literaire klassiekers (zoals het Gilgamesj-epos en de Ilias), tot de sprookjes van Andersen en prentenboeken over dieren die allerlei avonturen beleven. Sommige verhalen zijn waargebeurd, maar vele bevatten ook fictieve elementen of zijn volledig ontsproten aan de fantasie van de verteller.

Verhalen zijn krachtig. Ze weten ons emotioneel te raken en prikkelen onze verbeelding. Goed geschreven of uitgebeelde verhalen bieden niet alleen vermaak, maar vormen ook een indringende vertolking van grote waarheden. Ze blijven vaak beter hangen en maken meer indruk dan feitelijke, beschrijvende teksten. Dat geldt voor een volwassen publiek, maar nog sterker voor kinderen. Geen wonder dus dat kinderen al van jongs af aan worden omringd met verhalen.

De Heere Jezus gebruikte ook vaak verhalen om Zijn boodschap over te brengen. Hij vertelde gelijkenissen over het Koninkrijk van God (zoals in Mattheüs 13). Hij hield Zijn publiek een spiegel voor met verhalen over ongehoorzame zonen en onbetrouwbare wijnbouwers (zie Mattheüs 21:28-32 en 21:33-46). Feitelijk bestaat de Bijbel voor een groot deel uit verhalen die ons laten zien Wie God is en hoe Hij de geschiedenis leidt. Ze openen onze ogen voor tijdloze waarheden, ook als deze verhalen zich afspelen in een andere tijd, plaats of dimensie.

De wereld van fantasie en fictie

Voor een verdere verkenning van dit onderwerp is het van belang om verschillende vormen van verhalen te onderscheiden.

  • Waargebeurde verhalen zijn vertellingen over gebeurtenissen die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van het volk Israël die wordt beschreven in Bijbelboeken als Exodus, Samuel en Koningen. Deze verhalen kunnen kunstig vormgegeven zijn, maar vormen een betrouwbaar verslag gebaseerd op historische feiten.
  • Fictieve verhalen zijn door de verteller bedacht. Zo schreef Eduard Douwes Dekker (alias Multatuli) het beroemde boek “Max Havelaar” om misstanden en uitbuiting in Nederlands-Indië aan de kaak te stellen. Dit was een verzonnen verhaal, maar zo geschreven dat het mensen een indringend en realistisch inzicht gaf in de werkelijkheid die Dekker onder de aandacht wilde brengen. Max Havelaar heeft niet echt bestaan, maar er waren talloze mannen zoals hij.
  • Ook fictie zonder expliciete politieke of morele lading kan zich afspelen in een verzonnen maar realistische setting. Dat helpt om je in te leven in een personage: jij had zomaar in dezelfde situatie kunnen zitten en dezelfde avonturen kunnen beleven. Of het geeft je juist een inkijkje in een andere tijd of cultuur, waar je verhalenderwijs kennis mee maakt.
  • Een stap verder gaat het genre van “fantasie-verhalen” (fantasy). Deze verhalen gaan over verzonnen wezens en/of werelden die zich buiten onze nuchtere werkelijkheid bevinden. Dieren kunnen praten, kikkers veranderen in prinsen en dappere helden verslaan mythische monsters. Vaak bevatten deze verhalen ook magische elementen. Hoofdpersonen hebben bovennatuurlijke krachten en heksen bedienen zich van toverspreuken of geheimzinnige rituelen. Dit voegt een element van spanning toe; een opening naar onbekende werelden die onze nieuwsgierigheid prikkelen.

Kies zorgvuldig wat je leest of kijkt

Juist omdat verhalen zo meeslepend zijn en diepe indruk maken, is het belangrijk zorgvuldig te kiezen wat we willen lezen of kijken — en wat we onze kinderen aanbieden. Verhalen over gruwelijke oorlogen kunnen onze ogen openen voor de harde realiteit waarin de personages leven/leefden, en die misschien wel parallellen heeft in onze eigen wereld. Maar als geweld in een verhaal wordt verheerlijkt, kan dat ons juist afstompen en onze blik vertroebelen. Een goed verhaal geeft ons inzicht in de gedachten en leefwereld van de personages. We kunnen leren van de ervaringen die zij opdoen. Maar wat doet het met ons als de hoofdpersonen voortdurend lopen te vloeken, Gods geboden aan hun laars lappen en verwerpelijke morele keuzes maken? Moedigen verhalen ons aan om de juiste weg door het leven te zoeken, of normaliseren ze een leven zonder God?

Overwegingen rondom fantasie-verhalen en magie

Sprookjes en mythes zijn van alle tijden. Maar de laatste decennia is het aantal (kinder-)boeken over tovenaars, heksen, elfjes en andere magische wezens sterk toegenomen. En ook buiten boekwinkels en bibliotheken kom je ze tegen: pyjama’s van Harry Potter, Legosets met “nachtmerriewezens van de Neder Heks” of een kaartspelletje “Vlotte Geesten”. Fantasy en magie is niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Dat vraagt om doordenking: hoe ga je hier als christen mee om?

  • Fictieve verhalen kunnen een uitgebreide metafoor of vergelijking zijn. Fantasieverhalen gaan over zaken die niet werkelijk bestaan. In C.S. Lewis’ verhalen over Narnia komt bijvoorbeeld een leeuw voor die kan spreken en denken als een mens, bovennatuurlijke krachten heeft en zijn leven opoffert om de vloek te verbreken en Narnia te redden van de kwade machten. Het is duidelijk dat deze leeuw niet echt bestaat. Maar het verhaal is een aansprekende illustratie van een heel echte werkelijkheid, namelijk van Jezus Christus Die mens werd, bovennatuurlijke macht had en Zichzelf opofferde om de macht van satan te verbreken. Als we in de Narnia-film zien hoe de leeuw wordt gemarteld en gedood, kunnen we de diepte van Jezus’ liefde wellicht nog beter “voelen” dan als we er alleen over lezen in de evangeliën: “Wow, DIT is wat Jezus voor mij heeft gedaan!” En de kwade wezens uit het verhaal kunnen ons meer bewust maken van de waarschuwing in 1 Petrus 5:8 dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw, op zoek naar prooi om te verslinden. Natuurlijk kan geen enkel fantasieverhaal de plek van de Bijbel innemen, maar verhalen kunnen haar waarheden op een frisse, fantasievolle manier op doen lichten.
    Ik denk dat Jezus dit ook deed met Zijn gelijkenissen. Waarom zei Hij “Ik ben de goeder Herder?”. Niet omdat Hij echt een herder was. En mensen zijn geen schapen. Toch brengt de vergelijking met schapen en een herder Jezus’ boodschap krachtiger over dan gewoon te zeggen “Ik zorg voor mensen.” Sommige waarheden overstijgen woorden — ze hebben illustraties nodig die onze verbeelding en emoties aanspreken. Daar zijn verhalen heel geschikt voor.
  • Verzonnen verhalen kunnen een tegenwicht vormen tegen een al te plat en mechanisch wereldbeeld. Wat wij zien met onze ogen, is niet de gehele werkelijkheid. Poëzie en verhalen kunnen ons daarvan bewust maken.
    Ook in de Bijbel worden beelden gebruikt die niet passen in onze nuchtere, alledaagse werkelijkheid. Zo schrijft Jesaja 55:12, “De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.” Een ander voorbeeld is het boek Openbaring, dat vol staat met engelen, mythische wezens en draken. Zacharia beschrijft visioenen waarin een vliegende boekrol de vloek verbeeldt die God heeft uitgevaardigd, en “vrouwe Goddeloosheid” in een meelvat wordt weggedragen door twee vrouwen met de wind onder hun vleugels (zie Zacharia 5). Hier wordt een geestelijke realiteit uitgedrukt in woorden en beelden die we niet letterlijk zo tegenkomen op straat.
  • Tegelijkertijd moeten we er ons van bewust zijn dat magie niet slechts fantasie is. Geestelijke machten zijn reëel en oefenen invloed op ons uit. Ze zijn boven-natuurlijk, maar allerminst fictief of onschuldig. Daar moeten we dus zorgvuldig mee omgaan! Als boeken of films occulte zaken voorstellen als grappig vermaak of de drempel verlagen om zich hiermee in te laten, kunnen we daar maar beter ver vandaan blijven. De Bijbel waarschuwt ons immers streng tegen waarzeggerij, toekomstvoorspellingen, tovenaars of het raadplegen van geesten (zie o.a. Deuteronomium 18:10-12, Galaten 5:19-20, Openbaring 21:8). Als we deze zaken normaliseren in spelletjes, boeken en films, spelen we met vuur.

Brengen verhalen ons dichter bij God, of houden ze ons bij Hem vandaan?

Zoals bij alle dingen in het leven, komt het er ook bij verhalen op aan hoe ze ons beïnvloeden in ons karakter, in onze relatie met anderen en vooral in onze relatie met God. John Piper verwoordt dat in een interview1 als volgt:

“Leidt een fictieve wereld vol fantastische gebeurtenissen mensen eerder weg van — of juist naar een echte wereld waarin water in wijn verandert, een echte man over water loopt, verlamden werkelijk lopen en blinden zien, vijf broden vijfduizend mensen voeden, er een echte opstanding van de doden is en een echte hemelvaart van de Koning, een echte God-mens? Stuurt fictie mensen daarheen of leidt zij hen daarvan af? Dat is volgens mij de kernvraag. Helpt fictie of schaadt zij bij het zoeken om mensen wakker te schudden voor de werkelijkheid — voor de werkelijkheid van God in Christus met al de vreemde en wonderlijke, bovenaardse werkelijkheden die werkelijk bestaan: schepping uit het niets, alomtegenwoordige voorzienigheid, grote watermassa’s die zich in tweeën splijten, de zon die stil blijft staan aan de hemel, bijlkoppen die drijven, de incarnatie van God in de mensheid door een maagdelijke geboorte, kruisiging, opstanding, wederkomst van een soevereine Koning?
Helpt het gebruik van taal die een alternatieve wereld schept om een verhaal te vertellen, om mensen wakker te schudden voor de bovennatuurlijke werkelijkheden die echt bestaan? Of leiden die hen af en vervangen ze die werkelijkheid? Helpen ze of schaden ze?”

Deze vragen zullen we telkens weer moeten afwegen als we verhalen lezen, beluisteren of bekijken. Als we dat biddend doen, mogen we vertrouwen op de leiding van de Heilige Geest die ons onderscheidingsvermogen geeft om te weten wat goed en zuiver is en past bij een leven in Gods licht.

1 John Piper, “Is There Good Magic and Edifying Sorcery?”

📁 ,