“Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.” (Kolossenzen 3:13)
God draagt ons op om te vergeven. Niet zomaar, maar met een aantal duidelijke redenen.
- Vergeving maakt vrij. Stel je voor dat jou iets is aangedaan, waar je boos en verdrietig over bent. En dat vergeving pas kan plaatsvinden wanneer die ander de fout toegeeft en om vergeving vraagt. Maar als dat nu niet gebeurt, dan zou jij je leven lang vast blijven zitten aan negatieve emoties tegenover die persoon. Boosheid en verdriet kunnen dan zomaar verbittering worden. Dat is niet wat God wil voor jou. Hij gunt jou vrijheid.
- Vergeving is de opmaat voor verzoening. Wat is er mooier, dan als die ander komt om de fout toe te geven dat jij kunt zeggen “Het deed me inderdaad pijn, wat je deed. Maar ik heb het je al vergeven.” In plaats van dat je inmiddels zo bitter bent geworden, dat je de ander wegstuurt en niet van verzoening kunt of wilt weten.
- Vergeving voorkomt dat iemand die niets met de kwestie te maken had “de schuld” krijgt. Emoties moet je kwijt, of je dat nu wilt of niet. Bij sommige mensen komen ze er lichamelijk uit in de vorm van pijn en psycho-somatische klachten. Anderen kunnen zich onbewust afreageren op mensen die ze tegenkomen.
God heeft jouw lichamelijk en geestelijk welzijn op het oog, daarom is de opdracht tot vergeving heel belangrijk.

