Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is.. (Filippenzen 2:4)
De afgelopen dagen hebben we gekeken naar verschillende redenen waarom je kunt vasten, namelijk: jezelf vernederen voor God, God zoeken in nood en Gods leiding zoeken. De laatste reden die we in de Bijbel tegen komen is niet vasten voor jezelf, maar voor anderen. Zo vastte David voor zijn pasgeboren zoon die ernstig ziek was. Hij vroeg God om genezing, maar toen het kind uiteindelijk toch overleed, stond hij op, at hij weer en waste hij zichzelf. Nehemia vastte ook voor anderen. Toen hij hoorde dat Jeruzalem in gevaar was omdat haar muren in puin lagen, bad en vastte hij voor de stad en haar inwoners.
Ook toen koning Saul stierf werd er door de Israëlieten gevast om over hem te rouwen. Deze voorbeelden laten zien dat je ook kan vasten voor de noden van anderen. Als iemand overleden is, kan je over zijn dood rouwen. Als iemand ziek is of zich in een lastige situatie bevindt, kan je voor hem bidden en vasten. Of als je iemand kent die Jezus nog niet heeft aangenomen als Heer kan je ook voor hem of haar vasten. Het is mooi of te bidden voor iemands redding, maar indien mogelijk, waarom niet ook voor die persoon vasten?

