‘De andere discipelen dan zeiden tegen hem: Wij hebben de Heere gezien. Maar hij zei tegen hen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven. (…) Daarna zei Hij [=Jezus] tegen Thomas: Kom hier…’ (Johannes 20:25-27)
Thomas was heel stellig: Ik wil eerst Jezus zien, dan pas zal ik geloven dat Hij leeft. Jezus kwam Thomas tegemoet.
Acht dagen na hun eerste ontmoeting met de opgestane Jezus, waren de leerlingen opnieuw bij elkaar. En nu was Thomas was er ook bij. Opnieuw stond Jezus plotseling in hun midden. Jezus’ opstanding was lichamelijk. Hij toonde Zich in mensengestalte, at voor de ogen van Zijn leerlingen en kon aangeraakt worden. Tegelijk was Hij met hemelse heerlijkheid bekleed en niet meer afhankelijk van aardse begrenzingen. Hij kon ineens ergens verschijnen.
Jezus nodigde Thomas uit zijn wonden aan te raken en te geloven. Geen preek over Thomas’ ongeloof. Wel een aansporing om te geloven.Misschien vraag jij je op momenten van onzekerheid, angst, verdriet of twijfel ook wel eens af: Leeft Jezus werkelijk en is Hij echt aanwezig? Dan zou je Jezus zelf wel willen kunnen zíen om niet aan Zijn nabijheid te hoeven twijfelen. ‘Zalig,’ zei Jezus, ‘zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.’al die mensen die mij niet fysiek zullen zien en toch geloven dat Ik er ben.’ We mogen erop vertrouwen dat de woorden uit de Bijbel en het getuigenis van andere gelovigen waar en zeker zijn.
Hoe heb jij wel eens ervaren dat Jezus jou tegemoetkwam in momenten van twijfel aan Zijn aanwezigheid? Of waar zou je Hem vandaag hierover willen bidden?

